Eugène Jean Joseph De Bremaecker (Brussel, 14 juli 1879 – Elsene, 18 januari 1963) was een Belgisch beeldhouwer en medailleur.Paul Piron (2016) De Belgische beeldende kunstenaars van de 19e tot de 21e eeuw. Brussel: Ludion. . p. 2751.Frédéric Alvin (1916) Les Portraits en médailles des célébrités de la Belgique. Brussel: Nationale Bibliotheek. Hij signeerde onder andere als Eug. Jean De Bremaecker en Eug. J. de Bremaecker.

Leven en werk Eugène De Bremaecker was een zoon van Alexis Charles De Bremaecker en Célénie Josephine Charlotte Hobé.Burgerlijke stand van Brussel: geboorten 1879, akte 3122. Vader was ondernemer, zijn S.A. De Bremaecker was gespecialiseerd in stucwerk, ornamenten en marmerbewerking."Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bescherming als landschap en als monument van bepaalde delen van de begraafplaats van Elsene", Brusselse Hoofdstedelijke Regering, 2016. Eugène studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel (1900-1907), als leerling van Victor Rousseau en Julien Dillens. Al in 1901 deed hij mee aan de Salon van Brussel. In de zomer van 1908 behaalde De Brémacker met Jean Lecroart en Henri Steppé een gedeelde tweede plaats in de ontwerpwedstrijd van de Nederlandsch-Belgische Vereeniging der Vrienden van de Medaille als Kunstwerk, winnaar werd Paul Wissaert."La Société hollandaise-belge des Amis de la médaille d'art", 27 juli 1908. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij vrijwillig soldaat en ontving daarvoor het Oorlogskruis 1914-1918, het Vuurkruis, de Overwinningsmedaille en de Oorlogsherinneringsmedaille 1914-1918.Familieannonce, Le Soir, 23 januari 1963. p. 6. In het interbellum opende hij ateliers in Brussel en Neuilly bij Parijs. Hij trouwde in 1920 met Suzanne Beaussillon (1900-1973).

De Bremaecker maakte onder meer allegorische composities, bas-reliëfs, bustes, figuren, naakten en (oorlogs)monumenten. Hij maakte daarnaast meerdere penningen.Cor Engelen en Mieke Marx (2002) Beeldhouwkunst in België vanaf 1830. Brussel: Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de provinciën, Studia 90. Volume I, p. 360-364. Hij was mede-oprichter van het Nationaal Verbond van Kunstschilders en Beeldhouwers van België. Hij ontving diverse onderscheidingen en werd benoemd tot officier in de Leopoldsorde met de zwaarden, officier in de Kroonorde (1921)"Distinction meritee", Le Soir, 21 november 1921, p. 1., officier in de Orde van Leopold II, ridder in het Legioen van Eer, officier in de Orde van Groothertog Gediminas van Litouwen en officier in de Orde van Verdienste van de Republiek Italië. In 1938 werd hij benoemd tot lid van de Royal Society of Arts in Londen."Belgische beeldhouwer lid van de Britsche Royal Society of Arts", Gazet van Antwerpen, 25 mei 1938.

De laatste jaren van zijn leven woonde en werkte De Bremaecker in Schaarbeek, in het voormalig atelier van Godefroid Devreese.Vleugelstraat 71, Schaarbeek, Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed, Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De beeldhouwer overleed op 83-jarige leeftijd, in het ziekenhuis van Elsene."Bronze Dancer sculpture "L'Eternel Féminin" by Eugène J. De Bremaecker, dated 1922", Chimara. Hij werd begraven op de begraafplaats van Schaarbeek.

Enkele werken Sculpturen 1911-1912: Allegorische figuur die de levensdraad doorknipt, naar de mythe van de Parcen, voor het grafmonument van industrieel Emile Cauderlier (1843-1911) op de begraafplaats van Elsene."Cauderlier Emile", Le cimetière d'Ixelles : Une ville miniature. 1919: Oorlogsherinneringsmedaille 1914-1918. 1920: Au caporal Trésignies, herdenkingsplaquette met medaillonportret van Léon Trésignies (1886-1914), aan de gevel van de voormalige infanteriekazerne 'Caserne caporal Trésignies' in Charleroi. 1921: Monument aux Gendarmes of Rijkswachtmonument, Brussel. 1926: Buste van kardinaal Désiré-Joseph Mercier, Institut de France in Parijs. In 1951 werd een tweede exemplaar in het Academiënpaleis in Brussel geplaatst."Borstbeeld van Kardinaal Mercier", De Standaard, 28 november 1951, p. 6. Danseuse, in 1929 aangekocht door het Musée du Luxembourg in Parijs."Une aquisition", l'Etoile belge, 9 februari 1929, p. 2. 1935: Monument voor Léon Lepage, Rue Léon Lepage in Brussel. 1936: Buste van componist Giacomo Puccini (1858-1924), Muntschouwburg in Brussel."Borstbeeld van Puccini onthuld te Brussel", Het Vaderland, 18 december 1936. 1937: Bustes van koning Albert I en koningin Elisabeth. In 1937 werden exemplaren van de bustes geplaatst in het in 1917 opgerichte mausoleum voor Belgische soldaten op de Shorncliffe military cemetery bij Folkestone in het Engelse graafschap Kent."Hommage a nos souverains", 30 augustus 1937. 1938: Monument voor generaal Émile Dossin de Saint-Georges in het park van de Abdij Ter Kameren in Elsene. 1948: Portretreliëf voor het graf van componist Gaston Knosp (1874-1942). 1948: Marmeren buste van Victor Horta (1861-1947), aangekocht door het Ministerie van Openbaar onderwijs."Borstbeeld van bouwkundige baron Victor Horta", Het Laatste Nieuws, 26 februari 1948, p. 3. 1956: Buste van Egyptoloog Franz Cumont (1868-1947), Academiënpaleis, Brussel. 1957: Portretreliëf van Jules Jacques de Dixmude voor het Congo-monument in Vielsalm. De portretten van Norbert Diderrich (1867-1925) en Jules Laplume (1866-1922) werden gemaakt door Georges Petit. De sabelslag in het water, Provinciaal Domein in Huizingen.Le coup d’épée dans l’eau – Domaine provincial – Huizingen, BE-Monumen.

Penningen 1912: A la gloire de la telegraphie sans fil of Hulde aan de draadloze telegraaf, in opdracht van de Nederlandsch-Belgische Vereeniging der Vrienden van de Medaille als Kunstwerk."Binnenlandsch Nieuws", Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 10 mei 1913."Hulde aan de draadloze telegraaf", Dossier: Nederlands-Belgische vereniging van vrienden van de medaille als kunstwerk, Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. 1949: Penning met de portretten van koning Albert I en koningin Elisabeth, ter gelegenheid van de 20e verjaardag van de UFAC (Union Royale des Fraternelles d'Anciens Combattants of Koninklijke Vereniging van Oudstrijdersverbroederingen).Medal - Albert I 20th Anniversary of UFAC, Numista. 1953: Medaille voor de Ligne-Stichting. Verzetspenning van Luik, Walem en Nieuwpoort, ter herinnering aan het verzet van deze steden tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Bremaecker verzorgde de voorzijde met een gehelmde krijger en uitspraak van Julius Cesar, Pierre Theunis de keerzijde met een leeuw, de namen van de drie steden en het jaartal 1914.Medal - Resistance of Liege, Waelhem and Nieuport, Numista. Urbs Bruxellae grata, penning van de stad Brussel, met daarop afgebeeld het stadhuis van Brussel.

Galerij

Categorie:Belgisch beeldhouwer Categorie:Belgisch medailleur