Het coehoornmortier is een wapen dat is uitgevonden door de Nederlandse vestingbouwer Menno van Coehoorn (1641-1704).

Het mortier was een klein en licht bronzen wapen, geschikt voor kalibers van zestien of achttien pond ijzer tot een afstand van respectievelijk 525 en 375 meter. Het mortier werd gestabiliseerd door een houten blok dat voorzien werd van handvatten, zodat twee man het konden verplaatsen. Het wapen was bijzonder effectief en vooral praktisch bij belegeringen.

De eerste inzet van het mortier was bij het beleg van Grave in 1674. Vanaf 1702 werd het mortier onderdeel van de legeruitrusting. Het bleef in gebruik tot in de 20e eeuw. miniatuur|Praalgraf met rechtsvoor het mortier, bij de elleboog van de liggende figuur Op het praalgraf van Van Coehoorn in de hervormde kerk van Wijckel is het mortier vereeuwigd.

Categorie:Artillerie