Jean Baptiste Marie Albert Poncin (Lyon, 17 maart 1877 – Châtenay-Malabry, 30 april 1954) was een Frans beeldhouwer. Hij was werkzaam binnen het academisme en de art deco en verwierf bekendheid met monumentale sculpturen, oorlogsmonumenten en dierplastieken. Tot zijn bekendste werken behoren Le Canéphore in Lyon, het Monument des Quatre Fils Aymon in Bogny-sur-Meuse en diverse monumenten voor de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog. Daarnaast behoorde hij, samen met Paul-Louis Couchoud en Julien Vocance, tot de pioniers van de Franse haiku-beweging.
Levensloop Jeugd en opleiding Poncin werd op 17 maart 1877 geboren in de ouderlijke woning aan 56 rue Monsieur (de huidige rue Molière) in Lyon. Hij was een zoon van Jean Antoine Cyprien Poncin, leraar, en Louise Marie Céleste Bodin.
Hij volgde zijn artistieke opleiding aan de aan de École nationale supérieure des beaux-arts in Parijs. Daar was hij leerling van de beeldhouwer Charles Raoul Verlet (Angoulême, 7 september 1857 - Cannes, 1 december 1923), die een belangrijke invloed had op zijn vroege werk.
Militaire loopbaan Lyon Central : n° matricules 502-989411, 1RP996Archives du département du Rhône et de la métropole de Lyon, https://archives.rhone.fr/ark:/28729/7tfbc2nq469r/92f63438-8004-49b0-bb70-124296029fde Albert Poncin meldde zich op 8 november 1897 vrijwillig voor een dienstverband van drie jaar bij het 52e Régiment d'Infanterie. Hij deed dit als aspirant voor de universitaire graad "licence ès lettres" (Letteren. Na zijn indiensttreding werd hij ingeschreven als soldaat tweede klasse. Reeds op 18 september 1898 werd hij met verlof uit de actieve dienst ontslagen, waarbij hem een certificaat van goed gedrag werd toegekend.
In 1898 behaalde hij het militaire brevet van vélocipédiste (militair wielrijder). Bij besluit van de commandant van het Militair Gouvernement van Lyon werd hij in 1900 als wielrijder ingedeeld bij de 14e Section d'Infirmiers militaires (14e Sectie Militaire Verplegers). Op 21 oktober 1900 volgde zijn bevordering tot korporaal.
Vanaf 30 september 1905 werd Poncin ondergebracht in de "affectation spéciale bij de Trésorerie des Postes aux Armées" (de militaire post- en betaaldienst). Hierdoor bleef hij, als ambtenaar van het Ministerie van Financiën, beschikbaar voor militaire taken die aansloten bij zijn burgerlijke functie.
Bij de algemene mobilisatie van 1 augustus 1914 werd hij opnieuw in actieve dienst geroepen. Hij meldde zich op 3 augustus 1914 bij de Trésorerie des Postes aux Armées, waar hij diende als payeur adjoint en later als payeur particulier (adjunct-betaalmeester en betaalmeester). Hij bleef gedurende de gehele Eerste Wereldoorlog in militaire dienst en nam officieel deel aan de campagne tegen Duitsland van 3 augustus 1914 tot 12 februari 1919.
Op 13 februari 1919 werd hij gedemobiliseerd. Zijn bijzondere toewijzing bij de Trésorerie des Postes aux Armées werd administratief beëindigd op 1 april 1923, waarna hij voor mobilisatie was ingedeeld bij het 99e Régiment d'Infanterie.
Begin van de loopbaan Vanaf 1908 exposeerde Poncin regelmatig op de Salon de la Société nationale des beaux-arts in het Grand Palais te Parijs. Zijn inzendingen bestonden uit allegorische figuren, reliëfs en bronzen sculpturen. In 1911 nam hij tevens deel aan een tentoonstelling van de Royal Scottish Academy.
In deze periode woonde hij in de Parijse kunstenaarswijk Quartier Latin, onder meer aan de Rue du Pot-de-Fer nr 9 en aan de Rue Soufflot nr 5.
Aanvankelijk werkte Poncin in een academische- en symbolistische stijl. Vanaf de jaren twintig vertoonden zijn sculpturen steeds meer kenmerken van de Art Deco. Naast monumentale figuurbeelden vervaardigde hij talrijke dierplastieken, vooral katachtigen, waarvoor hij eveneens bekendheid verwierf.
Monumentale werken Tijdens de Salon des Artistes Français van 1924 werd zijn monumentale beeld Le Canéphore (Kanephoroi) onderscheiden met een gouden medaille. De Franse staat kocht het werk aan en wees het later toe aan de stad Lyon, waar het in 1926 werd geplaatst op de Place Jean Macé. In 1926 vervaardigde hij tweede exemplaar met de naam "La Porteuse de Corbeille" dat eveneens werd aangekocht door de Franse staat en werd geplaatst voor het stadhuis van Issoire.
In 1929 ontving Poncin opnieuw de gouden medaille van de Salon des Artistes Français, ditmaal voor een gipsmodel van Les Quatre Fils Aymon et leur cheval Bayard. Vervolgens kreeg hij van de Franse overheid opdracht het monument in natuursteen uit te voeren. Uiteindelijk werd besloten het monument te plaatsen bij Bogny-sur-Meuse in de Ardennen. Hoewel de voltooiing al in 1934 was voorzien, vond de officiële inhuldiging pas plaats op 2 juli 1950.
Poncin vervaardigde daarnaast verschillende oorlogsmonumenten, waaronder het monument voor de gevallenen van Mareuil-sur-Ay (1921). In 1935 maakte hij het beeld Nausicaä voor Barentin, geïnspireerd op de figuur uit de Odyssee.
Reizen In 1933 maakte Poncin studiereizen naar Marokko en Griekenland. De indrukken die hij daar opdeed, vonden hun weerslag in verschillende latere werken, waaronder Nausicaä.
In 1937 bezocht hij Albanië om deel te nemen aan een ontwerpwedstrijd voor een nationaal monument ter ere van Skanderbeg.
Onderscheidingen Officier de l' Ordre des Palmes académiques (1910) Médaille d'or Salon des Artistes Français (1924) Médaille d'or Salon des Artistes Français (1929) Chevalier de la Légion d'honneur (24 juli 1934)
Relatie met Japan Poncin speelde ook een rol in de introductie van de Japanse haiku in Frankrijk. In 1905 maakte hij samen met Paul-Louis Couchoud en André Faure een reis per binnenschip door Frankrijk. Tijdens deze reis ontstonden de eerste Franstalige haiku's, die later werden gepubliceerd in de bundel Au fil de l'eau. Poncin verzorgde de illustraties en titelvignetten.
In mei 1935 nam hij deel aan een bijeenkomst bij dichter Julien Vocance ter gelegenheid van het bezoek van de Japanse haikudichter Takahama Kyoshi. Samen met Paul-Louis Couchoud en Vocance gold Poncin als een van de initiatiefnemers van de Franse haikai-beweging. Tijdens deze bijeenkomst werd besloten een themanummer van het tijdschrift France-Japon aan de haiku te wijden. In dat nummer publiceerde Poncin twaalf eigen haiku's onder de titel Croisière en Grèce. >Chapiteaux chus dans les ronciersmiracle sec,miracle grec.
Laatste levensjaren Poncin overleed op 30 april 1954 in Châtenay-Malabry, op het adres 87 rue de Chateaubriand. Op dat adres bevond zich de door de arts Henri Le Savoureux opgerichte Maison de repos op het landgoed Vallée-aux-Loups, dat tevens bekendstond als ontmoetingsplaats voor schrijvers en kunstenaarsArchives de Paris, Actes d'état civil, 5D 288, 11/3/1954 - 27/5/1954.
Artistieke stijl Poncin werkte aanvankelijk binnen de traditie van de Franse academische beeldhouwkunst. Zijn vroege sculpturen vertonen invloeden van het symbolisme en de Beaux-Arts-school. Vanaf de jaren twintig ontwikkelde zijn werk zich in de richting van de art deco, gekenmerkt door vereenvoudigde vormen, strakke lijnen en monumentale composities. Naast allegorische figuren vervaardigde hij een groot aantal dierplastieken, vooral panters en andere katachtigen.
Werken Beeldhouwwerken "Hercule Atimos", 1908.https://salons.musee-orsay.fr/Detail/entities/378384 "Figure d'homme", 1908, gips. "Les jumelles", 1909, zwart gepatinnerd brons, hoogte 24 cm. "La joie que ce fut de vivre", 1910, grafmonument uitgevoerd als stele.https://salons.musee-orsay.fr/Detail/entities/379469 "Groupe de danseuses", 1910, brons. "L'Occasion", 1911, gips https://salons.musee-orsay.fr/Detail/entities/380601 "Le Soleil à l'horizon", 1912, bas-relief, gips. https://salons.musee-orsay.fr/Detail/entities/417778 "Danseuse aux pigeons", 1914, gepatineerd gips, https://salons.musee-orsay.fr/Detail/entities/428795 "Panthère noir", zwart gepatineerd brons op zwarte stenen voet 47,5 * 17 cm. "Femme à la Panthère", brons, 45 * 17 * 48. "Panthère marchant", bruinzwart gepatineerd brons, 17.5 * 42 * 13 cm; "Le Canéphore", 1924, kalksteen. "Porteuse de Corbeille", 1926, kalksteen, 263 x 81 x 74 cm. "Monument des Quatre Fils Aymon", 1934 "Guépard" (jachtluipaard), geglazuurd aardwerk (faïence émaillée), afmeting 43 * 20 cm. "Nausicaä sur la plage" (Paris, Grand Palais des Champs-Elysées, 1913), hiervoor werkte hij samen met de Sèvres Porseleinfabriek, waar hij een beeldje, Nausicaa op het strand liet maken https://www.famsf.org/artworks/nausicaa-on-the-beach. Het werd uitgevoerd in Biscuit (keramiek) in de Neoclassistische stijl (een exemplaar bevindt zich in het Fine Arts Museums of San Francisco). "Nausicaä" (Barentin), 1935 "Monument aux morts" 1914-1918, Mareuil-sur-Ay (Marne), ingehuldigd op 29 april 1921. Het monument staat bij de kerk, het is vervaardigd uit kalksteen, de totale koste bedroegen 20.450 Franse frank gekost.
Afbeeldingen
Bronnen Baptêmes ou Naissances, Archives de Lyon, état civil, 6e arrondissement 01/01/1877-31/12/1877, nr 238 "Base de données de Leonore", Archivres Nationales, Ministère de la culture, https://www.leonore.archives-nationales.culture.gouv.fr/ui/notice/303716 "Albert Poncin", Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis http://ardenneaparis.free.fr/lecteurs/historMonu4Fils.htm "Au fil de l'eau, Les premiers haïku français (1905-1922)", Paul-Louis Couchoud, et alii "The Development of French Haiku in the First Half of the 20th Century, B. gostini, 2001, http://www.modernhaiku.org/essays/frenchhaiku.html "Albert Poncin", Paradis des Albatros, https://www.paradis-des-albatros.fr/?poete=poncin
Categorie:Frans beeldhouwer