Het Referendum over het Ontwerp van Constitutie van de Bataafse Republiek was een Nederlandse volksraadpleging die plaatsvond op 8 augustus 1797. Bij het referendum kon de Nederlandse bevolking stemmen over de eerste grondwet voor de Bataafse Republiek. Een overgrote meerderheid wees het "Plan van Constitutie" af. Het was het allereerste referendum in de Nederlandse geschiedenis.
Achtergrond Na het vertrek van stadhouder Willem V kwam de Bataafse Republiek tot stand. In 1796 kwam voor het allereerst het Nederlandse parlement, de Nationale Vergadering, bijeen. Dit parlement had als voornaamste taak om een grondwet te ontwerpen. Het idee was dat deze grondwet een einde moest maken aan het verval van de Republiek.
Op 10 november 1796 bood de voorzitter van de commissie die belast was met het ontwerp van de grondwet, Simon Stijl, het ontwerp (Ontwerp van Constitutie) voor een grondwet aan. Een van de andere leden van de commissie, Pieter Leonard van de Kasteele, verklaarde dat het huidige ontwerp niet goed genoeg was om de eenheid (centrale eenheidsstaat) te vestigen. Binnen de commissie bestond namelijk een meerderheid van personen die federalist waren en zodoende was er ook een federalistisch ontwerp gepresenteerd. Daarentegen was er in de Nationale Vergadering een grote meerderheid die het principe van een- en ondeelbaarheid onderschreef.
Vaststellen datum Op 28 februari vergaderde de Nationale Vergadering over een rapport van de commissie van de republikeinse politicus Pieter Vreede over hoe het nu verder moest met het Ontwerp. Over de datum waarop het referendum georganiseerd moest worden raakte Vreede onder meer in debat met zijn collega Jacob van Manen. Deze vond dat het referendum niet later dan half juli mocht plaatsvinden, zodat mogelijk op 1 september een constituerend Wetgevend Lichaam kon aantreden. Vreede interpreteerde het Reglement van de Nationale Vergadering op een dergelijke manier dat het volk minimaal drie maanden de tijd moest hebben om kennis te nemen van het Ontwerp. Voor hem was dan ook half juli onbespreekbaar. Uiteindelijk besloot de vergadering om de dag vast te leggen op 8 augustus en de datum voor het verkiezen van een nieuwe Nationale Vergadering stelden ze vast op 1 augustus.
Campagne In de maand juli kwam de mediacampagne rondom het referendum op gang. De republikeinse leden van de Nationale Vergadering namen in de tegencampagne het voortouw. Vreede schreef samen met Bernardus Bosch en nog tien anderen de Beoordeling van het Ontwerp van Constitutie. Dit pamflet kwam bekend te staan als het "Manifest der Twaalf Apostelen", een bijnaam die werd geïntroduceerd door Jan van Hooff. Tegenstanders van het Ontwerp bediscussieerden in de media uitgebreid artikelgewijs de grondwet die voorlag. Daarentegen waren de voorstanders veel meer geneigd om niet uitgebreid op de artikelen in te gaan, maar wezen zij erop dat een spoedige aanname van de grondwet een einde maakte aan de onzekere revolutionaire situatie waarin het land zich bevond. In een pamflet schilderde Vreede op zijn beurt de voorstanders af als vijanden van de revolutie.
Tijdens de campagne rondom het referendum mengde ook de Franse gezant François-Joseph-Michel Noël zich in het debat. Op 20 juli drong hij er bij de Nationale Vergadering op aan dat het grondwetsontwerp aangenomen moest worden. Deze openlijke bemoeienis van Frankrijk was een openlijke breuk bij de afzijdige houding die het land tot dan toe had aangenomen. De bemoeienis van Noël was voor de tegenstanders onacceptabel. Naar aanleiding van de oproep van Noël schreven de Twaalf Apostelen een nieuw pamflet. Zij grepen in deze publicatie terug op het klassieke cliché van de vorst die misleid was door zijn adviseurs.
Tijdens de campagne probeerde de partij der moderaten uit de Nationale Vergadering tweespalt te stichten in het kamp van de tegenstanders door te verwijzen naar een relletje dat zich had voorgedaan binnen de Haagse Sociëteit voor Eenheid en Orde waar drie van de leden hadden verklaard voorstander te zijn van het Ontwerp.
Uitslag van het referendum Per gewest liepen de opkomst en de uitslag van het referendum sterk uiteen, maar over het algemeen was de uitslag duidelijk. Het Bataafse volk verwierp het Ontwerp. In de gewesten Zeeland en Groningen bevonden zich nog de meeste voorstanders. Hier werd de grondwet slechts met 54 en 56 procent verworpen. In Bataafs-Brabant was de afwijzing het hoogst. De allerlaatste gewestelijke uitslag, Zeeland, was pas op 29 augustus bekend. De voorlopige uitslag was een dag later bekendgemaakt en op 13 september volgde de definitieve uitslag. In totaal hadden 136.716 mannen gestemd. Hiervan hadden er 108.761 (79,5%) tegen gestemd en 27.966 voorgestemd.
Nasleep Een week eerder, op 1 augustus, hadden de grondvergaderingen in de gewesten ook gestemd voor de samenstelling van een nieuwe Nationale Vergadering. De republikeinen wonnen bij deze verkiezingen en zij voerden de druk in het parlement op voor het snel aannemen van een grondwet. Het nieuwe parlement stelde een nieuwe grondwetscommissie samen onder de leiding van Willem Ockerse, maar na de verloren Zeeslag bij Camperduin begonnen de republikeinen ook te werken aan een staatsgreep. Ze wisten hiervoor de steun van Frankrijk te krijgen en op 22 januari pleegden ze hun staatsgreep. Hierop vormde zich een Uitvoerend Bewind dat de uitvoerende macht had en de Staatsregeling die in het voorjaar aan de Bataafse publiek voorlag werd met 93 procent aangenomen.
Geraadpleegde literatuur
Verder lezen
Categorie:Bataafse Republiek Ontwerp van Constitutie Categorie:1797