thumb|Signatuur Baanders (augustus 2026) Weteringschans 227-229 is een woongebouw aan de Weteringschans te Amsterdam-Centrum.

Achtergrond De Weteringschans, dan nog alleen Schans geheten, diende eeuwenlang als vesting- dan wel stadswal van Amsterdam. Dit in combinatie met Lijnbaansgracht en Singelgracht. In het eerste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam (alweer) aan uitbreiding dacht, werden die stadswallen afgebroken. Op de vrijkomende plek moest woningbouw komen, maar er kwamen in eerste instantie ook bedrijventerreinen, eind 19e eeuw weer vervangen door woningbouw. De woonbebouwing van de Weteringschans tussen de Weteringplantsoenen en het Frederiksplein kwam pas op gang in het laatste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam ook begon te bouwen aan haar 19e-eeuwse gordel buiten de Singelgracht. Ter plaatse was dat De Pijp. Daar waar in de Pijp revolutiebouw plaatsvond (kopen grond, goedkoop bouwen, verkopen/verhuren, volgende stuk grond kopen), werden aan de Weteringschans woningen van het betere soort neergezet voor de gegoede burgerij. De gevelwand laat daarbij binnen bebouwen van perceel tot perceel een opmerkelijke samenhang in architectuur zien; (bijna) alle gebouwen werden in historiserende of neostijlen opgetrokken.

Gebouw Dit dubbele herenhuis is opnieuw gebouwd in opdracht van D. Davids, van huis uit diamantair. Hij had voor Weteringschans 219-223 architect Harmanus Hendrikus Baanders in geschakeld en deed dat hier opnieuw. De opzet is hier symmetrisch, waarbij beide gebouwen achter een natuurstenen plint een souterrain hebben. De plint heeft uitsparingen voor de toegangsdeuren aan beide uiteinden van het gebouw. Beide portieken zijn betegeld en geven elk toegang tot twee toegangsdeuren. Vanuit de begane-grondetage komen de consoles voor de erkers met pilasterprofilering, die op een boogconstructie rusten. Daarboven is het een afwisseling van roodbruin baksteen met natuurstenen banden, lijsten en sluitstenen met mascarons. De erkers voor eerste en tweede verdieping dragen dan weer de (aanzet voor de) balkonnetjes voor de derde verdieping. De erkers op de begane grond zijn geplaatst onder ontlastingsbogen opgevuld met tegelwerk in de boogvelden. De erkers voor de tweede verdieping wijken af, die op 227 zijn rechthoekig, die op 229 hebben een rondboogconstructie binnen de erker. De derde etage van 227 heeft een Frans balkonnetje, bij nummer 229 is alleen de basis daarvoor zichtbaar, of daar een balkon is geplaatst is onbekend. Erkers en balkon worden nog eens benadrukt doordat ze zijn opgehangen in een middenrisaliet.

Beide gebouwen eindigen met een doorlopende door consoles ondersteunde daklijst die met de risalieten meebeweegt. Boven de daklijst is een schilddak waaronder een zolderetage; boven de risalerende geveldelen zijn dakkapellen geplaatst die iets weg hebben van antieke halsgevels met klauwstukken en frontons. Het complex is een groot horizontaal lijnenspel.

Het duo is gemeentelijk monument met als reden dat het past in deze gevelwand met allerlei, verschillende gevels voor gebouwen die bestemd waren voor de gegoede burgerij, maar tevens ook wel tot speculatie noopten. Het gebouw is “gesigneerd” in de plint/borstwering.

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam