Caspar Houben (Orsbeck, 16 februari 1823 – Tilburg, 8 januari 1899) was een Duits-Nederlandse industrieel, textielbaron, grootgrondbezitter, regent en weldoener. Hij geldt als grondlegger van de wolververij in Tilburg en was een van de rijkste Nederlanders van zijn tijd.Memories van successie Tilburg deel 124, aktenummer 77 Naar hem is de Caspar Houbenstraat in Tilburg vernoemd.

Biografie Als zoon van een fluweelbandwerker groeide Caspar Houben in bescheiden omstandigheden op nabij de stad Wassenberg in het huidige Noordrijn-Westfalen. In 1850 vestigt hij zich op zevenentwintigjarige leeftijd in Enschot, vlak bij Tilburg. Daar begint hij een wolververij onder de naam “Houben en Cie”. Wanneer zijn medevennoot enige tijd later overlijdt, gaat Houben voor eigen rekening verder. Twee jaar later brengt hij zijn onderneming naar Tilburg, waar hij zijn wolververij voortzet nabij het riviertje de Leij. Men verfde textiel roodkleurig met garancine (geconcentreerd rood pigment uit meekrapwortel) en blauw met indigo. Een lucratieve niche in de bloeiende textielindustrie in het Tilburg van de negentiende eeuw. Het heet dat Houben in deze jaren zelf met de ossenkar langs de deuren ging om het textiel op te halen. Hij was een eenvoudig man, had doorzettingsvermogen en was zeer werkzaam. Hij droeg vaak een pet met gelakte klep, rookte uit een lange Duitse pijp en liep meestal op klompen.

In 1851 trouwde hij met Anthonetta Leonora Verbunt uit de oude Tilburgse familie Verbunt. Zij was als kleindochter van een rijke lakenfabrikant uit een gevestigde familie een uitstekende partij voor de prille ondernemer. |Caspar Houben en Anthonetta Verbunt De zaken gingen dan ook voorspoedig, want enkele jaren later had Houben zijn onderneming, personeelsbestand en grondbezit aanmerkelijk uitgebreid. Hij beschikte nu over stoommachines en werkte op industriële wijze. In 1852 kocht Houben van de erfgenamen van koning Willem II het bekende “plezierhuisje” ten westen van de Leij, op de zogenoemde Koningshoeven. Daar zou de koning zijn beroemde woorden hebben gesproken: "hier adem ik vrij en voel ik mij gelukkig".

In 1857 had de fabriek 85 werknemers in dienst. Houben bleef echter investeren in land en groeide snel uit tot een landeigenaar met aanzienlijke bezittingen. In 1868 kocht hij van de koopman Cornelis Janssens een substantieel deel uit de erfenis van Willem II. Houben was nu naast het plezierhuisje ook eigenaar van 33 hectare land, inclusief enkele kapitale hoeven. De bekendste daarvan was de Schaapskooi. Later volgden nog meer landtransacties. In totaal zou Houben meer dan 1100 hectare grond aankopen, waarvan meer dan 400 hectare in Tilburg alleen. Dit maakte hem de grootste particuliere landeigenaar van Tilburg en een van de grootste van Noord-Brabant. Houben had er goed aan gedaan zijn investeringen te spreiden. Nadat Duitse chemici er in 1868 in slaagden om alizarine (de belangrijkste rode kleurstof uit meekrap) synthetisch te produceren, verloor de meekrapindustrie langzaam haar economische betekenis.

Vermogen Naast zijn landbezit en wolververij, was Houben ook eigenaar van de oesterstercultiveringsmaatschappij "Poseidoon" en de Zevenbergse suikerfabriek "fa. De Bosson & Houben", bekend als de Phoenix. Deze nam hij in 1890 geheel over voor de som van 151.000 gulden. Ook handelde hij in grondstoffen en nam hij een financieel belang in twee fabrikanten van garancine: de N.V. Zierikzeesche Garancinefabriek en de N.V. Goessche Garancinefabriek. Voorts belegde hij in een stoomtrammaatschappij. Daarnaast beschikte Houben over een omvangrijke effectenportefeuille en trad hij op als hypotheekverstrekker. In een krantenartikel van 1926 wordt hij expliciet miljonair genoemd. In 1894 werd bij het overlijden van zijn vrouw het huwelijkskapitaal getaxeerd op minstens 1,4 miljoen gulden. Hiermee behoorde hij tot de vierhonderd rijkste Nederlanders van zijn tijd. Reeds toen had hij veel van zijn zaken overgedaan aan zijn zoons. Van 1879 tot aan zijn dood stond Houben ieder jaar op de lijst hoogstaangeslagenen in 's Rijks directe belastingen van Noord-Brabant. Vanaf 1882 was hij structureel de hoogst aangeslagen Tilburger.

In 1886 gaf Caspar Houben de architect Eduard Fremau opdracht tot de bouw van drie villa's in de Koningshoeven, waaronder Dennenhaghe en Fleurette. Daarnaast bezat Houben nog enkele buitenhuizen in hetzelfde gebied. Ook bezat Houben het landgoed de Blauwe Hoef in Hilvarenbeek, dat later in handen kwam van de Tilburgse familie Van de Mortel. Burgemeester Jan van de Mortel was getrouwd met een kleindochter van Houben. De villa's illustreren het zakelijke succes van de Duitser van bescheiden komaf, die pas in 1873 tot Nederlander genaturaliseerd werd.

Liefdadigheid Ook sociaal-maatschappelijk wist Houben zich in zijn nieuwe thuisland te vestigen. Zo volgde hij in 1878 zijn overleden zwager op als gemeenteraadslid voor de gemeente Tilburg. In de raad maakte Houben zich hier vooral sterk voor het verbeteren van de infrastructuur rondom de Koningshoeven. Bevordering van zijn bedrijfsactiviteiten vormde hiertoe een belangrijk motief. Tot aan zijn dood was Houben regent van het RK Gasthuis en regent van het kerkbestuur van de Sint-Jozefkerk. Daarnaast was hij betrokken bij veel charitatieve initiatieven. |Cenakel Tilburg |alt=Cenakel Tilburg In 1881 gaf Houben zijn hoeve de Schaapskooi en 50 hectare grond kosteloos in bruikleen aan uit Frankrijk verdreven trappisten. Deze monniken waren gevlucht voor de anticlericale maatregelen van de Derde Franse Republiek. Om in hun levensonderhoud te voorzien, stichtten de trappisten een ambachtelijke brouwerij in de hoeve van Houben. Dit is de voorloper van de huidige bierbrouwerij Koningshoeven, bekend van het trappistenbier La Trappe.

Een dochter van Houben was eerste novice en oprichtster van de Nederlandse afdeling van de Congregatie onze Lieve Vrouwe der afzondering in het Cenakel. Dit was een retraitehuis voor bezinning, aanvankelijk gehuisvest in een van de huizen van Caspar Houben op de Koningshoeven. Later trad hij op als mecenas voor de bouw van Het Cenakel in Tilburg. De voltooiing hiervan maakte hij niet meer mee.

Nevenactiviteiten Caspar Houben was commissaris van de Tilbursche weederkerige Brandwaarborg-Maatschappij en de Noordbrabantsche Stoomtramwegmaatschappij. Uit hoofde van zijn functie als gemeenteraadslid was hij lid van het college van zetters. Bovendien was hij initiatiefnemer van de Tilburgsche Wolstoffenvereeniging.

Persoonlijkheid Houben stond bekend om zijn weldadigheid en minzame voorkomen. Uit zijn in memoriam van 12 januari 1899: "Een hoogst merkwaardig man is dezen morgen ter ruste gedragen, merkwaardig in den vollen en rijken zin des woords; een man, die uit den vreemde tot ons kwam, maar zich in ons midden door allen als een eigene, door stalen wil en energie, door ontembare werkkracht en werklust onder Gods heiligen zegen tot een maatschappelijke positie heeft opgewerkt die aller bewonderende achting wist af te dwingen. Maar de vruchten van dien stoffelijken zegen des Hemels plukte en genoot hij niet voor zich zelven en met de zijnen alleen; neen! Ontelbaren zullen zijne ongewone weldadigheid roemen. Wij mogen en willen den sluier niet lichten, dien zijne bescheidenheid over zijne weldaden wierp."

Voorts wordt Houben geroemd om zijn warme en heldhaftige godsvrucht. De katholiek ondernam niet één, maar driemaal de pelgrimstocht naar Jeruzalem, hetgeen voor zijn tijd zeer opmerkelijk was. In de negentiende eeuw vormde een bedevaart naar het Heilige Land een kostbare en tijdrovende onderneming, die voor de meeste katholieken buiten bereik bleef. Een klein jaar vóór zijn overlijden ondernam hij deze reis voor de derde en laatste maal, op de destijds hoogbejaarde leeftijd van vierenzeventig jaar.

Huwelijk en kinderen |Maria Baesten en Johanna Verbunt In 1851 trouwde Caspar Houben met Anthonetta Leonora Verbunt. Zij stamde uit een familie met eeuwenoude Tilburgse wortels. Haar grootvader was de lakenfabrikant Augustinus Verbunt. Haar grootmoeder Maria Helena Baesten kwam uit een bekende regentenfamilie.

Het echtpaar Houben-Verbunt kreeg twaalf kinderen die op een na allemaal de volwassen leeftijd bereikten. Zij huwden met bekende Tilburgse fabrikantenfamilies zoals Van Spaendonck, Janssens (de Horion de Corby), Berghegge, Mutsaers en Swagemakers.

De families Van Spaendonck en Mutsaers zijn elk zelfs dubbel vertegenwoordigd onder de huwelijken van Caspars kinderen. Het zegt genoeg over de sterke verwevenheid van de Tilburgse textiel-elite, waarbij onderlinge huwelijken familie-, kapitaal- en ondernemingsnetwerken versterkten en het aanzien vergrootten.

Zodoende speelde Houbens nageslacht, met name in de eerste helft van de twintigste eeuw, een belangrijke rol in het sociaal-maatschappelijke en industriële leven van Tilburg.

Overlijden Caspar Houben overleed op 8 januari 1899 op vijfenzeventigjarige leeftijd aan een langdurige kwaal. Hij werd met plechtig vertoon begraven op 12 januari op het kerkhof van St. Joseph in zijn thuisstad. De bekende Tilburgse dichter H.J. Dolmans schreef een grafgedicht voor de overledene.

Nalatenschap Houben wordt gezien als de grondlegger van de wolververij in Tilburg en de stedelijke en industriële ontwikkeling van het gebied rondom de Koningshoeven. Veel van zijn investeringen hebben het huidige aanzicht van dit deel van Tilburg blijvend gevormd. Bij zijn overlijden werd hij een van de voornaamste Tilburgers van zijn tijd genoemd.

Categorie:Nederlands industrieel Categorie:Duits industrieel Categorie:Geschiedenis van Tilburg