miniatuur|Kaha di òrgel gemaakt door Servinio Maria. miniatuur|Kaha di òrgel ensemble (met orgel en wiri), in Willemstad (2011). miniatuur|Een kaha di òrgel in het Curacaos Museum. Kaha di òrgel (ook bekend als onder meer ka'i òrgel en tingilingibox) is een Antilliaans muziekinstrument met een bijbehorende muzikale traditie. Het instrument werd eind 19e eeuw geïntroduceerd op Curaçao en verspreidde zich naar Aruba, Bonaire en later naar de Antilliaanse diaspora in Nederland. In 2016 werd kaha di òrgel toegevoegd aan de Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland.

Muziekinstrument De kaha di òrgel is een mechanisch muziekinstrument. Het is verwant aan cilinderpiano's of -orgels. Het bestaat uit een houten kast met een klankbord met snaren en daarachter een klankkast. Onderin bevindt zich een cilinder met duizenden pinnetjes of spijkertjes. De bespeler van het muziekinstrument draait een zwengel rond en zet zo de cilinder in beweging. Hiermee wordt een pianomechanisme in werking gezet en worden de snaren met hamertjes aangeslagen.

Een cilinder biedt ruimte voor acht muziekstukken. Muzikanten gebruiken vaak drie cilinders voor een dansfeest, sommige kasten bieden hier ruimte voor. Hierdoor is het mogelijk om vele uren muziek te spelen met een kaha di òrgel.

Het beschikbaar maken van muziek voor de kaha di òrgel vereist diverse handelingen en specialistische vaardigheden. Muziek wordt eerst speciaal gecomponeerd of gearrangeerd voor het instrument. Daarna wordt de muziek gemarkeerd op de cilinder, om vervolgens pinnetjes te slaan op precies de gemarkeerde plaatsen en op precies de juiste hoogte. Tot slot wordt alles zorgvuldig gecontroleerd en waar nodig gecorrigeerd.

Muziek Gangbare genres op kaha di òrgel zijn tumba en Antilliaanse wals, (fox)polka, danza, mazurka en joropo. Ook merengue en mars worden genoemd.

Genoemde genres kwamen (met uitzondering van tumba) niet uit Curaçao, Aruba of Bonaire. Lokale componisten ontwikkelden eigen Antilliaanse of Curaçaose varianten van deze stijlen: Antilliaanse wals, Antilliaanse joropo, Antilliaanse mazurka, Antilliaanse danza enzovoorts.

Een kaha di òrgel is niet voor alle genres geschikt. Om die reden worden hits uit bijvoorbeeld reggae of salsa niet op het instrument gespeeld.

Een kaha di òrgel ensemble bestaat meestal uit minimaal 2 muzikanten: een orgelspeler en een wirispeler. De wiri, een Afro-Curaçaos percussie-instrument, is een gekartelde of geribbelde metalen buis waar met een een dun stuk metaal overheen wordt geschraapt, wat een ritmisch geluid geeft. Ook dansers kunnen deel uitmaken van een kaha di òrgelensemble.

Naam instrument Kaha di òrgel is Papiaments en betekent orgelkast, -doos of -kist. De naam kaha di òrgel is eigenlijk misleidend, het instrument bevat geen orgelpijpen. Vroege voorlopers van dit muziekinstrument waren cilinderorgels. Mogelijk wordt het daarom een orgel genoemd.

Voor het instrument worden of werden verschillende namen en schrijfwijzen gebruikt. Gangbare benamingen zijn kaha di òrgel, de verkorte variant ka'i òrgel en tingelingibox (de benaming op Aruba). Daarnaast werd in de geraadpleegde bronnen ook de benaming ka'i musica genoemd, en schrijfwijzen als kah’i orgel en caha di òrgel.

Geschiedenis De kaha di órgel werd eind 19e eeuw geïntroduceerd op Curaçao, aanvankelijk voor dansfeesten van de elite. Het instrument verspreidde zich naar Aruba en Bonaire en werd later ook populair onder de rest van de bevolking.

Dansfeesten van de elite In de 19e eeuw bestond de elite op Curaçao uit Nederlanders en Sefardische Joden. Zij hadden elk hun eigen voorkeur voor muziek op hun (dans)feesten. Nederlanders hadden een voorkeur voor boerendansen (voorlopers van de wals, begeleid met fluit en fiddle), Ländler en walsen uit Duitsland en Oostenrijk. De Sefardische Joden verkozen de Franse quadrille, begeleid door viool en cello, voor de dansfeesten in hun balzalen. Beide groepen lieten de muziek verzorgen door Afro-Curaçaose (malenger) bedienden. Deze Afro-Curaçaose muzikanten voegden na verloop van tijd eigen elementen toe aan de muziek. Het ging dan om elementen van Afrikaanse ritmes en percussie, met kleine trommels of schudinstrumenten.

Venezolanen, een andere bevolkingsgroep op het eiland, verzorgden aanvankelijk hun eigen (Spaanse) muziek, met eigen instrumenten als cuatro, marimbula en maracas. Zij speelden ook eigen Spaanse en/of Venezolaanse muziek tijdens hun kerkdiensten en religieuze feesten, waar ook Afro-Curaçaoënaren op af kwamen. Afro-Curaçaoënaren kregen zo waardering voor deze muziekstijlen, met name joropo (een stijl die een mix is van Spaanse en Afro-Venezolaanse elementen). Zij gingen deze muziek ook spelen, en sommigen werden lid van Venezolaanse muziekgroepen.

De Afro-Curaçaoënaren op Curaçao organiseerden af en toe eigen dansfeesten, bijvoorbeeld op dagen waarop ze niet hoefden te werken. Hier speelden ze eigen varianten op de dansen en muziek die ze doorgaans moesten spelen. Bijvoorbeeld een mix van dansen (quadrille, polka, joropo, boerendansen) met eigen invloeden en met een mix van instrumenten (drums, cuatro, klarinet, marimbula, wiri en dergelijke). Deze muziek wordt gezien als een voorloper van de later op Curaçao ontstane Antilliaanse wals.

Nieuwe Antilliaanse muziekstijlen In de jaren 1880 schreef Jan Gerald Palm (1857-1907) een wals met de titel 18 de febrero. Hij was hiermee de eerste op Curaçao geboren componist die een wals componeerde. Palm was geïnspireerd door de Länder van Schubert en deze eerste compositie was nog sterk in Europese stijl. Palm ging vervolgens experimenteren met het combineren van walsen in Europese stijlen met afwijkende ritmes. Hij zette ook een compositie op cilinder voor kaha di òrgel. Met zijn vernieuwende composities inspireerde hij andere componisten zoals de Joods-Curaçaose componist Abraham Capriles (1862-1936).

Afro-Curaçaoënaren hadden eigen bandjes voor hun feesten. De muziek van deze bandjes bevatte invloeden uit uit Europese, Spaans/Caribische en Afrikaanse muziek. Instrumenten in deze bandjes waren bijvoorbeeld viool, klarinet, cuatro, gitaar, wiri en marímbula. De muziek van deze dorpsbandjes was ook populair bij de bovenklassen van Curaçao. Deze muziek beïnvloedde vervolgens ook walsen die gecomponeerd werden voor kaha di òrgel en voor piano. De Joods-Curaçaose componist Joseph Sickman Corsen (1853-1911) componeerde muziek in deze nieuwe stijl.

Ook Edgar Palm (1905-1997, een kleinzoon van Jan Gerard Palm) was een invloedrijk componist binnen de Antilliaanse wals. Een invloedrijke compositie van Edgar Palm was La Bella Trix uit 1955.

Opkomst van de kaha di òrgel Andreas Ruth bouwde halverwege de 19e eeuw cilinderpiano's in Duitsland. Deze piano's werden in Europa gebruikt als straatpiano's om op straten en pleinen muziek te spelen en zo geld te verdienen.

Vanaf rond eind jaren 1880 werden deze piano's uit Duitsland, Spanje en Italië naar Curaçao geïmporteerd (in sommige gevallen via Venezuela). Nederlanders begonnen hiermee, Sefardische joden deden daarna hetzelfde. De dure orgels werden een statussymbool onder de toenmalige bovenklasse. Ze lieten het instrument bedienen door Afro-Curaçaose bedienden.

Hoewel de muziek van een kaha di òrgel voorgeprogrammeerd was, wisten Afro-Curaçaoënaren er toch een eigen draai aan te geven. Ze lieten de orgelspeler vergezellen door een wirispeler voor een percussie-element. Hiermee werden Afro-Curaçaose elementen toegevoegd aan kaha di òrgelmuziek. Na enige tijd ging men twee personen inhuren, een kaha di òrgelspeler en een wirispeler. Later zou ook een danskoppel deel uitmaken van kaha di òrgelensembles.

Nederlanders, Sefardische Joden en Venezolanen importeerden cilinders met muziek naar eigen voorkeur: walsen bij Nederlanders, quadrille bij de Sefardische Joden, Spaanse muziek bij de Venezolanen enzovoorts. Na verloop van tijd kreeg men waardering voor elkaars muziek. Zo werd een door Nederlanders geïmporteerde set cylinders met Ländler van Schubert ook populair onder Sefardische Joden en Venezolanen.

Het instrument verspreidde zich en werd populair op Curaçao, Aruba en Bonaire.

Ontstaan van een kaha di òrgelindustrie Oorspronkelijk importeerde men orgels met cilinders waar de muziek al opstond. Na verloop van tijd ging men alles zelf doen: muziek componeren en arrangeren, muziek op cilinders plaatsen, orgels bouwen enzovoorts. Een belangrijk pionier was Horatio Sprock.

Horatio Jules Sprock (1866-1949) reisde naar Venezuela waar hij rond 1880, via een Italiaanse expert, kennismaakte met de kaha di òrgel. Hij leerde zich het maken van stukken voor kaha di òrgel aan en gaf rond eind 19e eeuw optredens op straat in Venezuela. Begin 20e eeuw begon hij op Curaçao een kaha di òrgelbedrijf met Luis Sprock en Rudolf Palm (1880-1950). Het bedrijf arrangeerde muziek voor cilinders, maakte de cilinders, verhuurde de orgels voor feesten, dansgelegenheden enzovoorts. De taken (zoals arrangeren en cilinders markeren, bespijkeren en controleren) werden door het drietal onderling verdeeld.

Rufo Wever experimenteerde eind jaren 1930 met kaha di òrgels op Aruba en begon een eigen bedrijfje. Hij deed hierbij veel alleen: componeren, arrangeren, muziek op cilinders markeren en bespijkeren, controleren. Wever kreeg klanten op Aruba, Bonaire en Curaçao.

Later ging ook Edgar Palm muziek arrangeren en markeren voor kaha di orgels.

Ook het bouwen van orgels werd na verloop van tijd op Curaçao gedaan. Een voorbeeld van een bekende orgelbouwer was Serapio Pinedo.

Kaha di òrgel als populaire volksmuziek Na verloop van tijd kreeg de elite de voorkeur voor de piano en werd kaha di òrgel (voorheen een statussymbool van de elite) meer een instrument van het volk.

Kaha di òrgel werd een populair instrument onder Antillianen die het voor eigen feesten gingen gebruiken. Het instrument werd op Curaçao voor allerlei gelegenheiden gebruikt: doopfeesten, communiefeesten, bruiloften, verjaardagen, dansfeesten et cetera. Ook op straten en pleinen en in restaurants en cafés werd met het instrument opgetreden. In 1985 ging een kaha di òrgel mee met een carnavalsoptocht, een tumba di karnaval. Met name op Curaçao en Aruba bleef de kaha di òrgelcultuur in stand.

Kaha di òrgel als cultureel erfgoed In 2016 werd kaha di òrgel toegevoegd aan de Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland. In de toelichting werd geschreven dat de traditie niet meer weg te denken is.

Kaha di òrgel heeft er daarnaast aan bijgedragen om oude muziek te bewaren. Via oude cilinders kan men na meer dan 100 jaar nog steeds horen hoe bepaalde muziekstukken destijds geklonken hebben.

2019 werd door de Curaçaose overheid uitgeroepen tot jaar van de kaha di òrgel. In een artikel hierover werd geschreven dat er zo'n 60 instrumenten in omloop zijn op Curaçao. Maar, er werd ook geschreven dat de traditie bedreigd wordt. Er zijn steeds minder mensen met de benodigde kennis en vaardigheden om orgels te bouwen, te repareren enzovoorts. Er werden daarom diverse initiatieven genomen om deze kennis vast te leggen en over te dragen.

In 2019 noemde de Raad voor Cultuur (in een advies aan de minister) kaha di òrgel mogelijk geschikt om op langere termijn te nomineren voor de Representatieve Lijst van Immaterieel Erfgoed van UNESCO.

Meer informatie

Categorie:Mechanisch muziekinstrument Categorie:Muziek in de Nederlandse Antillen Categorie:Caribisch muziekgenre