Benjamin (Romi) Goldmuntz (Krakau, 8 juli 1882 – Antwerpen, 13 mei 1960) was een in het toenmalige Galicië geboren Belgisch diamantair en ondernemer.Romi Goldmuntz, Diamantbewerkers, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis/KNAW Humanities Cluster, 5 juni 2019. Geraadpleegd op 4 augustus 2026.Sylvie Renneboog, De Antwerpse diamantsector en ‘de Groote Oorlog’, Les Cahiers de la Mémoire Contemporaine, nr. 9, 2010, pp. 13–35. Hij bouwde samen met zijn broer Léopold een internationaal diamantbedrijf uit en speelde vanuit Londen een rol bij het behoud en de naoorlogse heropbouw van de Antwerpse diamantsector. Daarnaast was hij betrokken bij Joodse hulp- en gemeenschapsorganisaties.Veerle Vanden Daelen, “Orthodoxy Through Diamonds: Jewish Life in Antwerp after World War II”, in Rebecca Kobrin en Adam Teller (red.), Purchasing Power: The Economics of Modern Jewish History, University of Pennsylvania Press, Philadelphia, 2015, pp. 192–215, in het bijzonder pp. 197–204. ISBN 978-0-8122-4730-5.

Levensloop

Jeugd en begin in de diamantsector Goldmuntz verhuisde in 1888 van Krakau naar Antwerpen. Op vijftienjarige leeftijd begon hij als diamantslijper. Hij sloot zich in die periode aan bij de Antwerpse Diamantbewerkersbond. In 1904 was hij samen met zijn broer Léopold actief als diamantfabrikant. Hun onderneming groeide in de daaropvolgende jaren; volgens het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis werkten er omstreeks 1920 ongeveer zeshonderd mensen.

Tijdens het interbellum ontwikkelden de broers hun bedrijf tot een internationaal opererende onderneming, met vestigingen of kantoren in onder meer Amsterdam, Londen, New York, Shanghai en Tianjin. Goldmuntz verkreeg in 1926 de Belgische nationaliteit. Hij behoorde vervolgens tot de belangrijke zogenoemde sightholders van de Diamond Trading Company, de erkende groothandelskopers van ruwe diamant.

Eerste Wereldoorlog en interbellum In 1914 was Goldmuntz ondervoorzitter van de Antwerpse Diamantclub. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef hij deels in Londen en in het neutrale Nederland. In Scheveningen was hij betrokken bij Club Antwerpia, die onder zijn leiding uitgroeide tot een belangrijke ontmoetings- en handelsplaats voor uitgeweken diamantairs, onder wie veel handelaren afkomstig uit Galicië.

Na de oorlog reisde Goldmuntz samen met Louis Van Berckelaar, voorzitter van de Antwerpse Diamantbewerkersbond, naar Nederland. Zij probeerden daar gevestigde diamantairs ertoe te bewegen hun voorraden en bedrijfsactiviteiten terug naar Antwerpen te brengen. Deze inspanningen maakten deel uit van een bredere poging om de positie van Antwerpen als internationaal diamantcentrum te herstellen.

In het interbellum onderhield Goldmuntz contacten met zowel vertegenwoordigers van de diamantsector als politici. Tot zijn contacten behoorden de Antwerpse burgemeester en socialistische politicus Camille Huysmans en Ernest Oppenheimer, die leiding gaf aan de Diamond Trading Company.

Tweede Wereldoorlog Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de Duitse inval in België vestigde Goldmuntz zich in Londen. Eind oktober 1940 richtte hij samen met Camille Huysmans en diamantair Herman Schamisso het Correspondence Office for Diamond Industry (COFDI) op. Deze organisatie probeerde de contacten tussen de over verschillende landen verspreide Antwerpse diamantairs in stand te houden. Daarnaast werkte COFDI aan het veiligstellen van de aanvoer van ruwe diamant en aan de voorbereiding van de terugkeer van werknemers en ondernemers naar Antwerpen.

In juli 1942 kreeg COFDI van de Belgische regering in ballingschap, het Britse ministerie van Bevoorrading en de Diamond Trading Company een officieel mandaat om de heropbouw van de Antwerpse diamantsector voor te bereiden. De organisatie onderhandelde onder meer over de voortzetting van vooroorlogse leveringscontracten en over de repatriëring van mensen die in de diamantsector werkzaam waren.

Vanaf eind 1943 was Goldmuntz penningmeester van het in Londen opgerichte Belgian Jewish Committee. Deze organisatie onderhield contacten met de Joodse gemeenschap uit Antwerpen en hield zich bezig met hulpverlening en de voorbereiding van de terugkeer naar België.

Nog voor het einde van 1944 bezocht Goldmuntz het bevrijde Antwerpen om de toestand van de Joodse bevolking en haar instellingen te onderzoeken. Zijn bevindingen werden vanuit Londen doorgegeven aan het Belgian Jewish Representative Committee in de Verenigde Staten.Veerle Vanden Daelen, Het leven moet doorgaan. De joden in Antwerpen na de bevrijding (1944–1945), Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis, nr. 13–14, 2004. Digitale versie bij Kazerne Dossin. Geraadpleegd op 4 augustus 2026.

Volgens historica Veerle Vanden Daelen was Goldmuntz' vermogen om de naoorlogse aanvoer van ruwe diamant te organiseren waarschijnlijk een van de belangrijkste factoren bij de heropleving van de Antwerpse diamantsector. Zijn contacten met de Diamond Trading Company en met diamantairs in Londen en andere handelscentra speelden daarbij een rol.

Maatschappelijke betrokkenheid en nagedachtenis Na de oorlog bleef Goldmuntz actief in de diamanthandel en ondersteunde hij verschillende instellingen van de Antwerpse Joodse gemeenschap. De synagoge van de gemeenschap Shomre Hadas, die tijdens de oorlog was geplunderd en beschadigd, werd na een restauratie in 1954 heropend. Zij kreeg de naam Synagoge Romi Goldmuntz, omdat een schenking van Goldmuntz de restauratie mede mogelijk had gemaakt.Synagoge Romi Goldmuntz (Shomre Hadas), Stad Antwerpen. Geraadpleegd op 4 augustus 2026.

Ook het Antwerpse Romi Goldmuntz Centrum, een Joods gemeenschapscentrum, werd naar hem genoemd. Goldmuntz overleed in mei 1960 in Antwerpen.

Bronnen, noten en/of referenties

Categorie:Jodendom in België Categorie:Belgische diamantindustrie