Het principe van Horton is een wetmatigheid uit de hydrologie; volgens dit principe stroomt water uit neerslag over het aardoppervlak af zodra de infiltratiecapaciteit van de bodem overschreden wordt en alle depressies in het oppervlak gevuld zijn met water. Het principe werd bedacht door de Amerikaanse hydroloog Robert E. Horton in 1933.

Volgens Horton kan door het grondoppervlak op elk moment slechts een beperkte hoeveelheid water infiltreren naar de bodem. Bij een teveel aan neerslag werkt het oppervlak als scheiding. Een deel van de watertoevoer infiltreert terwijl een ander deel via de afstroming over het oppervlak afgevoerd wordt naar oppervlaktewater, bijvoorbeeld een rivier, beek of meer. Vanzelfsprekend hangt de infiltratiecapaciteit af van het soort bodem: in bijvoorbeeld asfalt kan water vrijwel niet infiltreren. Daarom zal van neerslag die op asfalt valt vrijwel alles door afstroming over het oppervlak afgevoerd worden. Aan de andere kant zou een goed-doorlatende bodem, zoals een zandgrond, ook tijdens een zware bui voldoende infiltratiecapaciteit hebben om alle neerslag door te laten. In dat geval vindt er geen afstroming van water plaats.

Voor de afvoer van neerslag geldt: (i-f) Δt = Pe = Qo In die formule is i de toevoer van neerslag, f de infiltratiecapaciteit, Δt het tijdsbestek waarin meer neerslag valt dan de bodem kan opnemen, Pe het teveel aan neerslag en Qo de oppervlakte-afstroming. Het teveel aan neerslag bij een zware storm wordt wel 'Horton-afvoer' genoemd.

Categorie:Hydrologie