Salomon Ullman (ook geschreven als Salomon Ullmann; Boedapest, 13 september 1882 – 27 mei 1965) was een in Hongarije geboren rabbijn en historicus die voornamelijk in België werkzaam was. Hij was van 1940 tot 1957 grootrabbijn van België en van 1937 tot 1957 joods hoofdaalmoezenier bij de Belgische strijdkrachten.

Tijdens de Duitse bezetting werd Ullman door de bezettingsautoriteiten aangewezen als eerste voorzitter van de Vereeniging der Joden in België (VJB), een door de bezetter ingestelde organisatie waarin de Joodse bevolking verplicht werd ondergebracht. In het najaar van 1942 legde hij het voorzitterschap neer. In dezelfde periode werd hij korte tijd opgesloten in het Fort van Breendonk.

Levensloop

Jeugd en opleiding Ullman werd in 1882 in Boedapest geboren. Hij bracht een deel van zijn jeugd in België door, waar hij van 1884 tot 1896 verbleef. Vervolgens keerde hij terug naar Hongarije om er onderwijs aan een jesjiva te volgen.

Hij studeerde later aan de universiteiten van Frankfurt am Main en Bern. In 1906 promoveerde hij in Bern in de geschiedenis op een onderzoek naar de Spaans-Portugese Joden in het zeventiende-eeuwse Amsterdam. Van 1907 tot 1909 volgde hij in Hongarije verdere rabbinale studies.

Caïro, Nederland en Antwerpen Van 1909 tot 1914 was Ullman rabbijn van de Asjkenazische Joodse gemeenschap in Caïro. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog verbleef hij van 1914 tot 1921 in Nederland. Daarna vestigde hij zich in Antwerpen, waar hij aanvankelijk secretaris en vervolgens rabbijn werd van de orthodox-joodse gemeente Machsike Hadass.

Naast zijn religieuze werkzaamheden hield Ullman zich bezig met de geschiedenis van de Joden in de Nederlanden en België. In 1909 publiceerde hij een studie over de geschiedenis van de Joden in België tot de achttiende eeuw.

Legeraalmoezenier en grootrabbijn In 1937 werd Ullman aangesteld als joods aalmoezenier van de Belgische strijdkrachten. Hij zou deze functie, uiteindelijk als hoofdaalmoezenier, tot 1957 vervullen.

Na de Duitse inval in België in mei 1940 en de afwezigheid van grootrabbijn Joseph Wiener nam Ullman in het najaar van 1940 voorlopig de functie van grootrabbijn van België op zich. Hij vervulde het ambt aanvankelijk waarnemend en werd na de bevrijding als volwaardig grootrabbijn bevestigd. Hij bleef in functie tot 1957.

Tweede Wereldoorlog

Voorzitterschap van de VJB De Duitse bezettingsautoriteiten richtten op 25 november 1941 de Vereeniging der Joden in België op. De organisatie was gemodelleerd naar de zogenoemde Joodse Raden in andere bezette landen. De VJB moest als verplichte vertegenwoordiging van de Joodse bevolking optreden en fungeerde als tussenpersoon voor de bekendmaking en uitvoering van Duitse verordeningen.

De bezetter wees Ullman aan als eerste voorzitter. Zijn benoeming vond plaats nadat verschillende vooroorlogse leiders van de Joodse gemeenschappen uit België waren gevlucht. Ullman kwam zelf uit een relatief kleine orthodoxe Antwerpse gemeenschap en beschikte niet over een breed gedragen mandaat van de sterk verdeelde Joodse bevolking in België.

De positie van de VJB was dubbelzinnig. De organisatie werd door de bezetter gebruikt voor de overdracht en uitvoering van anti-Joodse maatregelen, maar haar bestuurders probeerden tegelijkertijd sociale hulp, onderwijs en andere voorzieningen te organiseren voor Joden die steeds verder uit het openbare leven werden uitgesloten.

Vanaf de zomer van 1942 begon de bezetter op grote schaal Joden uit België te deporteren. De VJB werd onder meer betrokken bij het verspreiden van oproepen voor verplichte tewerkstelling. Deze oproepen maakten in werkelijkheid deel uit van het deportatieproces. De toenemende Duitse druk en de razzia's van augustus 1942 brachten Ullmans positie verder in het gedrang.

Ontslag en gevangenschap Ullman diende in september 1942 zijn ontslag als voorzitter in. Later die maand werd hij samen met andere bestuurders van de VJB door de Duitse autoriteiten gearresteerd en naar het Fort van Breendonk overgebracht. Hij werd er gedurende enkele dagen vastgehouden.

Na tussenkomsten van Belgische prominenten werd Ullman begin oktober 1942 vrijgelaten. Zijn vertrek als voorzitter van de VJB werd vervolgens definitief. Hij werd opgevolgd door Marcel Blum.

Historica Laurien Vastenhout plaatst Ullmans optreden nadrukkelijk in de context van het leiderschapsvacuüm binnen de Belgische Joodse gemeenschappen en de dwang die de Duitse bezetter op het bestuur van de VJB uitoefende. Volgens haar kan zijn positie daarom niet uitsluitend worden beschreven in termen van vrijwillige medewerking of verzet.

Na de oorlog Na de bevrijding bleef Ullman grootrabbijn van België. Vanaf 1945 bekleedde hij het ambt niet langer voorlopig, maar als volwaardig grootrabbijn. Daarnaast bleef hij verbonden aan de Belgische strijdkrachten als joods hoofdaalmoezenier.

In 1957 legde hij beide functies neer en vertrok hij uit België naar Israël. Ullman overleed op 27 mei 1965.

Publicaties

Geschichte der spanisch-portugiesischen Juden in Amsterdam im 17. Jahrhundert (proefschrift, 1906). Studien zur Geschichte der Juden in Belgien bis zum XVIII. Jahrhundert (1909).

Bronnen, noten en/of referenties

Categorie:Belgisch rabbijn Categorie:Jodendom in België