Tibor Boromisza (Bácsalmás, 8 maart 1880 – Szentendre, 8 januari 1960) was een Hongaarse kunstschilder. Hij begon zijn studie aan de kunstenaarskolonie van Nagybánya in 1904 bij Károly Ferenczy. Hij was schilder en publicist die streed voor een aflossing met een moderne generatie binnen de kunstenaarskolonie. Zijn rijke kleurenpalet en de verschuiving naar de art nouveau kwamen al vroeg naar voren, en uiteindelijk kreeg zijn postimpressionisme, dat specifieke vormen reduceerde en ook symbolische elementen gebruikte, de overhand. Vanaf de jaren 30 kan zijn werk zelfs worden omschreven als een post-Nagybánya-stijl. Hij voelde zich thuis in zowel figuratieve als landschappelijke voorstellingen.
Levensloop Boromisza gaf zijn carrière als militair officier op voor de schilderkunst. Hij reisde naar vele delen van Hongarije, schilderde veel en had vanaf 1906 verschillende groepstentoonstellingen in Boedapest en de regio.
In 1915 werd hij toegelaten tot de vrijmetselaarsloge "Ferenc Kölcsey" in Pápa. In Nagybánya behoorde Boromisza tot de neokunstenaars (de "Neós", zoals Sándor Ziffer, Vilmos Perlrott-Csaba, Géza Bornemisza, Samu Börtsök, Zoltán Jakab, Károly Réthy, Valér Ferenczy, Jenő Ferkai). Hij verzette zich scherp tegen de oudere meesters en werd daarom geëxcommuniceerd; om deze reden verliet hij Nagybánya, en woonde en schilderde tot 1918 in Szatmárnémeti.
In 1906 en 1914 exposeerde hij in de Salon van boekhandel Kálmán, in 1907-1908 exposeerde hij bij MIÉNK, vanaf 1909 in de Művészház en Belvedere.
Na de Eerste Wereldoorlog vestigde Boromisza zich in Boedapest. In 1927-1928 schilderde Boromisza de typische figuren van het oorspronkelijke landelijke leven in Hortobágy. In 1928-1929 exposeerde hij in de Nationale Salon.
In 1933 richtte hij het geïllustreerde tijdschrift Eke (de Ploeg) op, waarin boerengeschriften en -afbeeldingen werden gepubliceerd. Boromisza werkte tevens als criticus van Függetlenség (Onafhankelijkheid).
Boromisza woonde van 1945 tot 1953 in Keszthely en vervolgens van 1954 tot aan zijn dood in Szentendre. Veel van zijn werken worden bewaard in de Hongaarse Nationale Galerie, het Ferenczy Museum, het Déri Museum in Debrecen en vele andere regionale musea, evenals musea in Roemenië.
Boromisza werkte de laatste jaren van zijn leven in Szentendre, waar hij ook overleed. Zijn eerste herdenkingstentoonstellingin 1962 werd dan ook gehouden in Szentendre, in het "Ferenczy Múzeumi Centrum".
Categorie:Hongaars kunstschilder Categorie:20e-eeuws schilder