Lauriergracht 122 is een woonhuis aan de Lauriergracht in Amsterdam-Centrum.

Achtergrond Die Lauriergracht werd aangelegd tijdens het volbouwen van de Jordaan in de 17e eeuw. Dat betekende dat perceel voor perceel werd bebouwd in een tijd dat er nog geen adressen bestonden. Bijna alle gebouwen kregen daardoor een ander uiterlijk. Anders dan bijvoorbeeld de noordelijker gelegen Rozengracht en zuidelijk gelegen Elandsgracht werd de Lauriergracht niet gedempt. De kades van de gracht bleven dus bestemd voor plaatselijk verkeer, daar waar die andere twee gedempte grachten belangrijke verkeersaders werden naar Amsterdam-West.

Gebouw Lauriergracht 122 is binnen de gebouwen aan de gracht relatief jong. Het werd gebouwd omstreeks 1889 onder architectuur van Harmanus Hendrikus Baanders. Opdrachtgever was A. Alberts & Co. Gezamenlijk werd hier gebouwd aan een werkplaats met daarboven woonhuizen. Van die bouw zijn bouwtekeningen bewaard gebleven, die ook een verbouwing op 124 onder Baanders meldden, maar de afwerking daarvan is in de eeuw daarna verloren gegaan; het gebouw werd later (1980/1981) opnieuw grondig verbouwd.

Huisnummer 122 wordt door Amsterdam Monumentenstad omschreven als een winkel/woonhuis uit 1889, opgetrokken in neostijlen en gevelafsluiting in de vorm van een tuitgevel. Zij meldt ook dat bij de genoemde bouw een origineel deel van de topgevel hergebruikt is. Het gebouw heeft een verhoogde pui voor de werkplaats, die opgetrokken is in een samenspel van bak- (oppervlak) en natuursteen (banden). Er zijn uitsparingen voor de ingangen van werkplaats en woningen. De pui is aan de bovenzijde afgesloten door een natuurstenen lijst. De lijst wordt ondersteund door natuurstenen consoles, in de ruimte daartussen is nog de tekst Machinefabriek (duidelijk) G. van Kersen (onduidelijk) te onderscheiden. Daarboven zijn de woningen zichtbaar in dit gebouw dat twee vensterassen breed is. Ook hier in een afwisseling zichtbaar tussen de twee steensoorten. De boogvelden boven de ramen zijn opgevuld met baksteen mozaïeken. De tweede verdieping heeft hetzelfde uiterlijk, alleen zijn hier de bovenlichten nog gezet in glas-in-lood. De verdieping daarop laat een centraal venster zien, waarvan de boog net als de verdiepingen eronder zijn opgevuld met mozaïek. Een gevelbrede band geeft de overgang aan naar de tuitgevel met ijzeren hijsbalk. De randen van de tuitgevel zijn belegd met zandsteen. De topgevel sluit af met een driehoekige fronton met daarop een siervaas. Verspreid over de gevel zijn sierlijke muurankers geplaatst.

Het gebouw is gemeentelijk monument mede vanwege de grotendeels originele staat waarin het verkeert. Er wordt daarbij nog eens gewezen op de sierlijke glasbescherming in de woningdeur. Wel werd geconstateerd dat de toegangsdeur van het bedrijfsgedeelte in de loop der jaren is vervangen door een dubbele deur in het model van de woningdeur. Er wordt dan gesproken van een gevel opgetrokken van woonhuisgevels uit de 17e eeuw, korfbogen boven de vensters en rondboog boven het centrale venster bovenin. De mengeling van stijlen leveren een eclectische bouwstijl op met classicistische elementen. Ook de bekendheid van (het werk van) de architect droeg bij aan de monumentenbescherming van het gebouw.

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam