Alfred Cumming (Augusta, 30 januari 1829 – Rome, 5 december 1910) was een Amerikaans beroepsmilitair, landbouwer en militair attaché. Na een jarenlange loopbaan in het United States Army diende hij in 1861 zijn ontslag in. Hij nam dienst in het Confederate States Army en zou opklimmen tot de rang van brigadegeneraal. Na de oorlog wijdde hij zich aan de landbouw maar werd wel nog ingezet als militair vertegenwoordiger in het buitenland.
Vroege jaren Alfred Cumming werd geboren op 30 januari 1829 in Augusta, Georgia.Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. p. 66.Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988. p. 157. Hij was de zoon van Henry Harford Cumming en Julia Ann Bryan. Zijn vader was er rijke katoenmagnaat. Na zijn schooltijd werd Cumming toegelaten tot de United States Military Academy in New York. Hij studeerde af in 1849 als 35ste in een klas van 43 kadetten. Hij diende voornamelijk aan de westelijke grens. Gedurende twee jaar werkte hij als aide-de-camp voor brigadgeneraal David E. Twiggs in Louisiana. Samen met brigadegeneraal Albert Sidney Johnston nam hij deel aan de Utahoorlog waar hij zijn oom Alfred Cumming bijstond die territoriaal gouverneur van Utah was.
Amerikaanse Burgeroorlog thumb|left|Vlag van Cumming’s Brigade in 1863. Toen op 19 januari 1861 zijn thuisstaat koos voor Secessie nam Cumming ontslag uit het United States Army. In de lente werd hij benoemd tot luitenant-kolonel van de Augusta Volunteer Battalion waar hij verantwoordelijk was voor de training van de rekruten. Kort daarop, op 16 maart, werd hij aangesteld als majoor in het 1st Georgia Infantry Regiment. In juni werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel in het 10th Georgia Infantry Regiment. Toen Lafayette McLaws op 25 september werd gepromoveerd tot brigadegeneraal, werd Cumming bevorderd tot kolonel en bevelhebber van het 10th Georgia toen. Met zijn regiment diende hij in de Schiereilandveldtocht waaronder de Slag bij Yorktown, de Slag bij Savage's Station, en de Slag bij Malvern Hill waar hij gewond raakte.
Hij was tijdig hersteld om deel te nemen aan de Marylandveldtocht. Cumming nam tijdelijk het bevel op zich van de brigade van brigadegeneraal Cadmus M. Wilcox toen die uitviel door ziekte. Op 14 september 1862 versterkte Cummings brigade de eenheden onder leiding van brigadegeneraal Howell Cobb bij Crampton's Gap toen die onder zware Noordelijke druk kwam te staan. Bij Antietam raakte hij opnieuw gewond. Voor zijn inzet werd hij op 29 oktober 1862 bevorderd tot brigadegeneraal.
Na zijn ziekteverlof werd Cumming in het voorjaar van 1863 overgeplaatst naar het westelijke front. Na een tussenstop in Mobile, Alabama werd hij in april 1863 naar Mississippi gestuurd om te dienen onder luitenant-generaal John C. Pemberton. Cumming kreeg het bevel over een brigade in de divisie van generaal-majoor Carter L. Stevenson. Zijn brigade werd ingezet tijdens de Slag bij Champion Hill en het Beleg van Vicksburg. Na de Zuidelijke overgave van de stad op 4 juli 1863 werd Cumming krijgsgevangen gemaakt. Het zou tot september duren voor hij vrijgelaten werd na een gevangenenruil. Hij reorganiseerde zijn oude brigade in Decatur en nam deel aan de Slag bij Missionary Ridge.
Hij voerde zijn brigade aan tijdens de Atlantaveldtocht tot hij eind augustus 1864 zwaargewond raakte tijdens de Slag bij Jonesborough. Cumming zou niet meer deelnemen aan de gevechten.
Latere jaren Na de oorlog vestigde hij zich in Rome, Georgia waar hij landbouwer werd. In 1888 maakte hij deel uit van de militaire missie naar Korea.
Alfred Cumming overleed op 5 december 1910 in Rome, Georgia. Hij werd begraven op het Summerville Cemetery in Augusta, Georgia.
Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten