Action pour l'Europe Nouvelle et l'Expansion Atlantique (AENA) was een Belgische Europeïstische politieke vereniging die op 26 april 1960 werd opgericht. In latere literatuur komt ook de naam Action pour une Europe Nouvelle et Atlantique voor. De organisatie ontstond uit een afsplitsing van het Mouvement pour les États-Unis d'Europe (MEUE) en werd nauw verbonden met Florimond Damman, die als secretaris-generaal optrad. Het CRISP behandelde AENA in 1964 als een van de rechtse studie- of pressiegroepen die zich met buitenlandse politiek bezighielden.
AENA organiseerde bijeenkomsten over Europese samenwerking en gaf vanaf 1963 het maandblad Europe-Information uit. De organisatie sprak zich uit voor politieke integratie van Europa, maar wilde die stapsgewijs laten verlopen. In januari 1965 werd AENA volgens de inventaris van het archief van Richard Coudenhove-Kalergi officieel de Belgische afdeling van de Internationale Paneuropese Unie. In de geschiedschrijving wordt AENA daarnaast in verband gebracht met het latere Mouvement d'Action pour l'Union Européenne (MAUE).
Ontstaan en organisatie AENA werd op 26 april 1960 opgericht. Volgens het CRISP ontstond de organisatie uit een dissidentie binnen het Mouvement pour les États-Unis d'Europe. Historica Klaartje Schrijvers reconstrueerde de voorgeschiedenis aan de hand van onder meer het archief van Damman. Volgens haar was Damman vanaf 1958 actief als algemeen leider van het MEUE, dat onder leiding stond van vastgoedondernemer en politicus Jean-Florian Collin. Na een conflict met Collin brak Damman in 1960 met de beweging. Hij richtte vervolgens de Partisans de l'Europe Nouvelle (PEN) op, die korte tijd later AENA werd genoemd.
De leiding van AENA omvatte verschillende figuren uit de Belgische politieke en maatschappelijke elite. Pierre Nothomb was erevoorzitter en de liberale politicus Jacques Van Offelen was voorzitter. Tot de overige bestuurders behoorden onder anderen Jacques Pirenne, Henri Wynants, Joseph Moreau de Melen en Jean de Marcken de Merken.
AENA verklaarde in 1964 ongeveer vijfhonderd effectieve leden te hebben. Onder hen bevonden zich verschillende parlementsleden van de PSC en de liberale PLP, terwijl volgens de gegevens die Schrijvers aanhaalt een belangrijk deel van het ledenbestand afkomstig was uit de industriële en financiële wereld. Omdat het om een door de organisatie zelf opgegeven ledental ging, kan dit cijfer niet als een onafhankelijk vastgestelde ledenstand worden beschouwd.
Activiteiten Tot de voornaamste activiteiten behoorden de Séminaires d'Etudes Européennes de l'AENA, die onder leiding stonden van Henri Wynants, en de zogenoemde grands dîners européens. Volgens Schrijvers brachten deze diners doorgaans honderd tot tweehonderd genodigden bijeen. Tot de aanwezigen behoorden bij verschillende gelegenheden prominente voorstanders van Europese samenwerking en politici, onder wie Richard Coudenhove-Kalergi, Otto von Habsburg, Paul van Zeeland en Gaston Eyskens.
Vanaf 1963 publiceerde AENA het maandblad Europe-Information. Schrijvers vermeldt een oplage van tweeduizend exemplaren. Het blad diende onder meer om standpunten over de Belgische buitenlandse politiek te verspreiden. Daarnaast trachtte de organisatie via de aanwezigheid van parlementsleden en contacten met andere politieke en maatschappelijke milieus invloed uit te oefenen op het debat over buitenlandse politiek en Europese samenwerking.
Opvattingen over Europese integratie De politieke situering van AENA was niet identiek aan een afwijzing van Europese integratie. CRISP plaatste de organisatie in 1964 binnen een overzicht van rechtse studie- en pressiegroepen op het terrein van de buitenlandse politiek, maar AENA was volgens dezelfde door Schrijvers aangehaalde studie juist voorstander van politieke integratie van Europa. Deze integratie moest volgens de beweging stapsgewijs worden gerealiseerd; de vorming van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) gold daarbij als een etappe.
AENA stond daarentegen afwijzend tegenover het idee van een rechtstreeks door de bevolking gekozen Europees Parlement. De beweging gaf de voorkeur aan referenda als middel om bij de bevolking een Europees politiek bewustzijn te ontwikkelen. Een eenvoudige typering van AENA als een uitsluitend soevereinistische of anti-Europese organisatie doet daarom geen recht aan de in de bronnen beschreven standpunten.
Historica Catherine Lanneau behandelt Damman en de met hem verbonden organisaties binnen een studie naar Belgische kringen die zich bewogen tussen gaullisme, conservatief nationalisme en radicaal-rechts. Zij omschrijft Damman daarbij als een Belgisch nationalist en anticommunist. Deze typering heeft betrekking op het bredere politieke milieu rond Damman en hoeft niet zonder onderscheid op ieder lid van AENA te worden toegepast.
Paneuropese Unie en MAUE AENA onderhield in de eerste helft van de jaren 1960 contacten met de Paneuropese Unie van Richard Coudenhove-Kalergi. De inventaris van diens archief vermeldt dat AENA, na enkele jaren samenwerking met de Internationale Paneuropese Unie, in januari 1965 officieel de Belgische afdeling van die organisatie werd. De inventaris verwijst daarvoor naar correspondentie van 13 januari 1965.
Over de daaropvolgende institutionele ontwikkeling geven de bronnen geen volledig gelijklopende terminologie. Schrijvers schrijft dat AENA veranderde in het Conseil Belge pour l'Union Paneuropéenne en later in 1965 overging in het Mouvement d'Action pour l'Union Européenne (MAUE), dat eveneens met de Paneuropese Unie verbonden was. De inventaris van het archief van Coudenhove-Kalergi gebruikt echter voor mei 1969 nog de aanduiding „AENA (Union européenne-Conseil belge)”. Op 16 mei 1969 nam deze organisatie volgens de inventaris kennis van Coudenhove-Kalergi's wens om een einde te maken aan het gezamenlijke lidmaatschap van de Internationale Paneuropese Unie en AENA. De beschikbare bronnen hanteren voor de overgang van AENA naar de latere organisatiestructuren dus verschillende benamingen en dateringen.
Historiografie Een belangrijk deel van het latere onderzoek naar AENA maakt deel uit van onderzoek naar het bredere netwerk rond Florimond Damman. Schrijvers besteedde in haar proefschrift uit 2007 uitvoerig aandacht aan AENA, MAUE en andere organisaties waarmee Damman verbonden was. Zij interpreteerde dit bredere netwerk als onderdeel van een voornamelijk conservatieve, anticommunistische en deels uiterst rechtse elite die invloed op de Europese politiek probeerde uit te oefenen.
Historicus Michaël Auwers plaatste in 2022 kanttekeningen bij die bredere interpretatie. Hij noemde Schrijvers' reconstructie van Dammans netwerken minutieus, maar achtte de veronderstelde politieke impact van de onderzochte elite onvoldoende aangetoond en bekritiseerde onder meer het gebruik van een deel van het bronnenmateriaal. Tegelijk wees Auwers een interpretatie af waarin dergelijke netwerken bij voorbaat als politiek irrelevant worden beschouwd. Volgens hem is het aannemelijk dat informele netwerken konden fungeren als communicatiekanalen waarin invloedrijke personen bijeen werden gebracht en beleidsopties op elkaar werden afgestemd.
Categorie:Politiek van de Europese Unie