Anti-Bolshevik Bloc of Nations (ABN) was een transnationale anticommunistische koepelorganisatie van politieke emigrantenorganisaties uit Oost-Europa en van nationalistische organisaties die volkeren binnen de Sovjet-Unie vertegenwoordigden. De organisatie had haar hoofdkwartier in München en stelde zich ten doel de communistische regimes in Oost-Europa te bestrijden en de Sovjet-Unie op te delen in onafhankelijke nationale staten.
De naoorlogse organisatie kreeg op 16 april 1946 in München haar organisatorische vorm. De ABN voerde haar oorsprong terug op een clandestiene conferentie van vertegenwoordigers van niet-Russische volkeren in november 1943, georganiseerd op initiatief van de Organisatie van Oekraïense Nationalisten (OUN). De Oekraïense nationalist Jaroslav Stetsko was gedurende het grootste deel van het bestaan van de organisatie haar leider. Na zijn overlijden in 1986 werd hij opgevolgd door zijn echtgenote Slava Stetsko. De ABN werd in 1996 opgeheven, enkele jaren na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.
In de geschiedschrijving wordt de ABN nauw verbonden met de Bandera-vleugel van de OUN (OUN-B). Historicus Per A. Rudling behandelt de OUN-B als de moederorganisatie van de ABN en plaatst de beweging rond de ABN en Stetsko binnen het autoritaire ultranationalistische en extreemrechtse milieu van de Oost-Europese emigratie. Hij analyseert in het bijzonder hoe de organisatie tijdens de Koude Oorlog anticommunistische, anti-imperialistische en antikoloniale retoriek met elkaar verbond.
Geschiedenis
Oorsprong en vorming De ABN baseerde haar eigen ontstaansgeschiedenis op een ondergrondse conferentie van vertegenwoordigers van verschillende niet-Russische volkeren in november 1943 in het door Duitsland bezette Oekraïne. De Encyclopedie van Oekraïne formuleert dit als een gebeurtenis waaraan de ABN later haar bestaan en ideologische grondslag toeschreef. Tijdens deze bijeenkomst werd een gezamenlijke revolutionaire strijd tegen het communistische bewind en voor nationale onafhankelijkheid bepleit.
Tepeš schrijft dat de bijeenkomst op initiatief van de Bandera-vleugel van de OUN werd georganiseerd en onder bescherming stond van het Oekraïens Opstandelingenleger (UPA). Vertegenwoordigers van verscheidene volkeren uit de Sovjet-Unie bespraken er samenwerking tegen het communisme en de bevrijding van volkeren onder Sovjetgezag. De status van deze bijeenkomst als formeel begin van de latere ABN wordt in bronnen verschillend omschreven. Riy spreekt van een hervatting van de activiteiten van de organisatie op 16 april 1946 in München, terwijl de Encyclopedia of Ukraine stelt dat de ABN in 1946 haar organisatorische structuur kreeg.
Tijdens de conferentie van 16 april 1946 in München werd Jaroslav Stetsko voorzitter. De organisatie werd toen uitgebreid met emigranten en vertegenwoordigers uit de Baltische landen en uit andere staten van Oost-Europa die onder communistisch bestuur waren gekomen. De ABN onderscheidde zich van verschillende andere anticommunistische emigrantenorganisaties doordat zij niet alleen de beëindiging van het communistische regime nastreefde, maar tevens de ontbinding van de Sovjet-Unie in onafhankelijke nationale staten. Dit bracht haar onder meer in conflict met Russische anticommunistische emigranten die een territoriaal verenigd Rusland of een verenigde Sovjetruimte wilden behouden.
Koude Oorlog De ABN presenteerde zichzelf niet uitsluitend als een emigrantenorganisatie, maar als een coördinerend centrum van nationale bevrijdingsbewegingen. De organisatie probeerde politieke steun in het Westen te verwerven en voerde propaganda ten behoeve van onafhankelijkheidsbewegingen binnen de Sovjet-Unie en andere communistische staten.
Volgens Tepeš, die zich hiervoor onder meer op onderzoek van Stephen Dorril baseert, ontving de ABN gedurende een deel van de vroege Koude Oorlog steun van Britse inlichtingendiensten, in het bijzonder MI6, en vanaf het begin van de jaren 1950 eveneens steun uit West-Duitse regeringskringen. De relatie van westerse staten met de ABN stond daarbij in de bredere context van de inzet van anticommunistische emigrantennetwerken tijdens de vroege Koude Oorlog.
De ABN onderhield contacten met andere internationale anticommunistische organisaties. Zij werkte samen met de World Anti-Communist League (WACL) en de European Freedom Council (EFC), en vertegenwoordigers uit het ABN-netwerk namen aan internationale congressen van deze organisaties deel. Riy beschrijft de contacten die Stetsko en de ABN met anticommunistische organisaties in Azië en Latijns-Amerika opbouwden als onderdeel van de ontwikkeling van een transnationaal anticommunistisch netwerk.
De organisatie beschouwde de Amerikaanse resolutie uit 1959 die de jaarlijkse Captive Nations Week instelde als een belangrijk politiek succes, vooral omdat daarin ook volkeren binnen de Sovjet-Unie werden genoemd. De ABN had tegelijkertijd conflicten met de Assembly of Captive European Nations (ACEN), die volgens de ABN onvoldoende ruimte bood aan onafhankelijkheidsbewegingen van volkeren binnen multinationale communistische staten zoals de Sovjet-Unie en Joegoslavië.
Doelstellingen en ideologie Centraal in het programma van de ABN stond de opvatting dat het communistische bewind van de Sovjet-Unie tevens een vorm van Russisch imperialisme was. De organisatie bepleitte daarom niet uitsluitend regimeverandering, maar de vorming van onafhankelijke staten voor de volkeren die zij als door Moskou onderworpen beschouwde. Juist deze combinatie van anticommunisme en nationalistische onafhankelijkheidspolitiek verklaart volgens Riy waarom de organisatie zichzelf nadrukkelijk als anti-Bolshevik en niet slechts als anticommunistisch omschreef.
De ABN sprak zich tevens uit voor Europese samenwerking, maar koppelde die aan het beginsel dat de volkeren van Oost-Europa eerst volledige politieke vrijheid en nationale soevereiniteit moesten verkrijgen. In haar publicaties vergeleek zij het streven naar onafhankelijkheid van Oost-Europese en Euraziatische volkeren met de contemporaine dekolonisatie in Afrika en Azië.
Rudling interpreteert deze ontwikkeling als een strategische toe-eigening van antikoloniale en anti-imperialistische begrippen door autoritaire ultranationalistische groepen uit de Oost-Europese emigratie. In zijn analyse verschoof met name de Oekraïense emigrantenbeweging rond de OUN-B en ABN gedurende de Koude Oorlog naar een retoriek waarin de Sovjet-Unie als koloniaal imperium werd voorgesteld en nationale revoluties als een vorm van dekolonisatie werden gepresenteerd.
Organisatie en activiteiten Tot de ABN behoorden gedurende verschillende perioden organisaties van onder meer Armeniërs, Bulgaren, Wit-Russen, Kozakken, Kroaten, Tsjechen, Esten, Georgiërs, Hongaren, Letten, Litouwers, Slowaken, Turkestaanse emigranten en Oekraïners. De OUN-B en andere organisaties van de Oekraïense emigratie vormden volgens de Encyclopedia of Ukraine de actiefste component binnen de koepelorganisatie.
In de jaren 1970 sloten ook de organisaties For the Freedom of Vietnam en Cuba Libre zich bij de ABN aan. Naast de aangesloten nationale organisaties bestonden er in onder meer de Verenigde Staten, Canada, het Verenigd Koninkrijk, België, Italië, Australië en Argentinië nationale afdelingen en ondersteuningsgroepen.
De organisatie hield congressen en persconferenties, organiseerde anticommunistische en anti-Sovjetdemonstraties en verspreidde memoranda en propagandamateriaal. Haar belangrijkste periodiek was ABN Correspondence, dat volgens de Encyclopedia of Ukraine van 1950 tot 1996 verscheen. Aanvankelijk werd het blad in het Engels, Duits en Frans gepubliceerd en later uitsluitend in het Engels. Met de ABN waren daarnaast onder meer de publicaties Resistencia y Liberación in Buenos Aires en L'est européen in Parijs verbonden.
Oorlogsverleden en historiografische beoordeling Het oorlogsverleden van verschillende ABN-leden en aangesloten organisaties was gedurende de Koude Oorlog omstreden. Tepeš beschrijft bijvoorbeeld dat de Kroatische emigrantengroep die binnen de ABN actief werd voor een belangrijk deel bestond uit voormalige leden van de Ustaša en uit voormalige functionarissen van de Onafhankelijke Staat Kroatië, die tijdens de Tweede Wereldoorlog een bondgenoot van nazi-Duitsland was geweest. Vanaf 1949 waren Kroatische vertegenwoordigers volwaardige leden van de ABN; later werd de Kroatische vertegenwoordiging onder meer verbonden met de door Ante Pavelić opgerichte Croatian Liberation Movement.
Tepeš merkt tevens op dat sommige individuele leden en functionarissen van de ABN tijdens de oorlog met nazi-Duitsland hadden samengewerkt. Tegenstanders van de ABN wezen herhaaldelijk op dit verleden. Vertegenwoordigers van de ABN ontkenden zulke contacten volgens Tepeš niet steeds, maar verdedigden de samenwerking als een tactische alliantie die volgens hen in dienst had gestaan van nationale onafhankelijkheid en de strijd tegen het communisme. Deze argumentatie was de zelfrechtvaardiging van betrokken ABN-kringen en is niet gelijk te stellen aan een onafhankelijke historische beoordeling van hun oorlogsgedrag.
In recent historisch onderzoek wordt de ABN mede vanuit deze continuïteit met vooroorlogse en oorlogstijdse radicale nationalistische bewegingen onderzocht. Rudling karakteriseert de OUN-B, die hij als moederorganisatie van de ABN behandelt, als onderdeel van het autoritaire ultranationalistische en extreemrechtse politieke milieu. Zijn studie richt zich in het bijzonder op de ideologische ontwikkeling van de OUN-B, de ABN en Stetsko en op hun aanpassing van antikoloniale begrippen aan hun eigen nationalistische en anticommunistische programma.
Leiding en opheffing Jaroslav Stetsko leidde de ABN vanaf de naoorlogse vorming van de organisatie tot zijn overlijden in 1986. Hij werd opgevolgd door Slava Stetsko. Het hoofdkwartier van de organisatie bleef in München gevestigd.
Na de ineenstorting van de communistische regimes in Oost-Europa en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verloor een van de centrale doelstellingen van de ABN haar oorspronkelijke betekenis. De organisatie werd in 1996 formeel opgeheven.
Categorie:Anticommunisme Categorie:Koude Oorlog