Dasht-e Nāwar (Perzisch: دشت ناور) is een brakwatermeer en archeologische vindplaats nabij Tepe Qādagak, ca. 60 km ten westen van Ghazni in de provincie Ghazni van Afghanistan.

Op de oevers ten oosten en noorden van het circa 60 x 15 km grote meer bevinden zich verschillende paleolithische vindplaatsen: een vroegpaleolithische in het oosten en een middenpaleolithische in het noorden. Ook zijn er een groot stenen heuvelfort en bijbehorende bouwwerken gevonden waarvan de datering onzeker is.

De oppervlaktevindplaatsen zijn bedekt met stenen werktuigen, waarvan 98% van obsidiaan. Hieronder vallen cleavers, grote schrabbers, choppers en microklingen, waarvan sommige uit het vroegpaleolithicum lijken te stammen. De andere vertonen overeenkomsten met de Darra-e Kūr-industrie.

Inscripties De Franse geoloog André Boutière vond in 1967 op een rots aan de westoever vijf sterk verweerde inscripties. Er werden foto's, papierafdrukken en latexafdrukken van gemaakt, maar de inscripties zelf zijn sindsdien volledig vernietigd. De foto's werden in 1974 gepubliceerd door Gérard Fussman.

De inschriften DN I en DN II waren geschreven in Grieks schrift en waarschijnlijk in de Bactrische taal. DN IV bevatte een Gandhari-tekst in het Kharosthi-schrift. DN III en DN V waren in een nog niet ontcijferd schrift, welke later in verband werd gebracht met het elders in Centraal-Azië gevonden zogenaamde Bactrische of Kushanaschrift.

DN I, III en IV vormden een drietalige inscriptie uit de regering van de Kushana-koning Vima Kadphises. Op basis hiervan werd een gedeeltelijke ontcijfering van het Bactrische schrift voorgesteld. Volgens deze lezing herdenken de tweetalige DN I-DN IV de aankomst van Vima Kadphises in Dasht-e Nawar, in diens 15e regeringsjaar.

Categorie:Vroeg-paleolithische vindplaats in Azië Categorie:Archeologische vindplaats in Afghanistan Categorie:Midden-paleolithische vindplaats in Azië Categorie:Kushana