De Formatie van Fallais is een geologische formatie in het centrale deel van België. De formatie behoort tot het Massief van Brabant en komt uit het Siluur. Ze bestaat hoofdzakelijk uit moddersteen en leisteen.
De Formatie van Fallais werd in 1983 ingevoerd door de Belgische geoloog Jacques Verniers. Ze is genoemd naar het dorp Fallais in de provincie Luik.
Beschrijving De Formatie van Fallais bestaat uit lichtgroene tot olijfgroene moddersteen, waartussen enkele spaarzame laagjes siltsteen en fijn zandsteen voorkomen. De moddersteen is groenig van kleur wegens het voorkomen van chlorietkristallen. Op basis van de silt-zandlaagjes kan de formatie plaatselijk in zes leden worden onderverdeeld. Tussen de jongste twee van deze leden ligt een vulkanische laag, het Lid van Pitet.
De formatie vormt een serie turbidietopeenvolgingen, waarin vooral niveau E van de Bouma-volgorde goed vertegenwoordigd is. Dit zijn hemipelagische lagen uit een zeer kalm afzettingsmilieu, die uit fijne modder bestaan, afgezet in de diepzee. De silt-zandlaagjes vertegenwoordigen niveau D: dit zijn horizontaal gelaagd silt en fijn zand afkomstig uit distale troebelingsstromen. De formatie werd afgezet in diep zeewater van op de continentale verheffing tussen de voormalige Rheïsche Oceaan en het continent Avalonia.
Op basis van graptolieten, acritarchen en Chitinozoa is de formatie gedateerd bij het Telychiaan (Llandovery). Dat geeft een ouderdom tussen de 438 en 433 miljoen jaar.
Voorkomen De Formatie van Fallais dagzoomt in rivierdalletjes die in een dunne strook langs de zuidelijke rand van het Massief van Brabant liggen, door de provincies Henegouwen, Waals-Brabant, Namen en Luik. De typelocatie bij Fallais bevindt zich in het dal van de Mehaigne. De formatie komt ook aan het oppervlak in de dalen van de Burdinale, Orneau, Thines en Senette. Naar het westen toe raken de ontsluitingen geïsoleerder en spaarzamer en zijn de formaties uit het Llandovery lastig van elkaar te onderscheiden.
Ten noorden van de dunne strook waar het Siluur aan het oppervlak komt duikt het weg onder veel jongere sedimenten uit het Krijt en Kenozoïcum. In het zuiden wordt het Siluur afgedekt door het Devoon van het Bekken van Namen.
In het westen van Belgie loopt het Siluur ook door; het Llandovery komt voor in boringen in West-Vlaanderen, waar de afzonderlijke formaties lastig te onderscheiden zijn.
Stratigrafische relaties De Formatie van Fallais komt samen voor met de oudere Formaties van Bois-Grand-Père en Brûtia. In het oosten is zijn de Formaties van Fallais en Bois Grans-Père snel onderscheidbaar omdat de laatste donkerder van kleur is. In het westen van het verspreidingsgebied zijn alledrie de formaties slecht te onderscheiden en worden ze als een enkele eenheid gekarteerd.
Bovenop de Formatie van Fallais ligt de iets jongere Formatie van Corroy (uit het Wenlock).
In het westen gaat de Formatie van Fallais deels over in de Formatie van Deerlijk, die een dieper, anoxisch milieu vertegenwoordigt.
Categorie:Lithostratigrafie van België Categorie:Lithostratigrafie van het Siluur