Aloise (of Aloïs) Biebuyck (Sint-Eloois-Vijve, 28 juni 1860 - Elsene, 28 januari 1944) was een Belgische luitenant-generaal tijdens de Eerste Wereldoorlog en vleugeladjudant van de koning.

Jeugd en afkomst Biebuyck werd geboren op 28 juni 1860 in 'La Concorde', een herberg in Sint-Eloois-Vijve, tegenwoordig deel van Waregem. Zijn grootvader, Auguste François Biebuyck, was jeneverstoker en vestigde zich begin 19e eeuw in Sint-Eloois-Vijve. Aloise was de zoon van barman Angelus Biebuyck en Coleta Acke. Hij was de zevende van acht kinderen. Johannes-Evariste, de zeventien jaar oudere broer van Aloise, werd net als zijn vader barman in Sint-Eloois-Vijve en was lid van het gemeentebestuur. Adolf Biebuyck stierf op 19-jarige leeftijd aan de gevolgen van tyfus in Santiago de Cuba als vrijwilligerssoldaat in dienst van Maximiliaan van Mexico. Broer Johannes-Franciscus, die acht jaar ouder was dan Aloise, werd bakker. De enige jongere broer, Theofiel, was korporaal in het leger en werd tolbeambte. Verder was hij de neef van de bekende schilder Emile Claus. Aloise trouwde met Aline Bourgeois, maar zij stierf twee jaar na hun huwelijk. In 1908 huwde hij opnieuw met Juliette Nicaise.

Angelus Biebuyck stierf toen Aloise vijf jaar was en zeven jaar later stierf ook diens moeder. Hypoliete Biebuyck, een grootindustrieel uit Brussel, nam het voogdijschap op zich. Na zijn middelbare onderwijs koos Aloise op 17-jarige leeftijd voor een militaire carrière. Op 6 maart 1877 trad hij als korporaal in dienst bij het 5e linieregiment.

Militaire carrière Biebuyck doorliep zowat de hele militaire hiërarchie. Op 16 oktober 1881 werd hij onderluitenant bij het 1ste Linieregiment. In 1895 behaalde hij zijn brevet van stafofficier. In 1900 werd hij adjudant van generaal Lorain. In 1906 bereikte hij de rang van majoor bij de grenadiers. Daarna werd hij luitenant-kolonel bij de karabiniers. In 1913 werd hij belast met het bevel over het pas gevormde 2e regiment karabiniers. Op 26 juni 1914, twee dagen voor de aanslag op Franz Ferdinand, werd Biebuyck tot kolonel bevorderd.

Toen Duitsland op 4 augustus 1914 België binnenviel, werd Biebuyck commandant van het 2de Regiment Karabiniers. Zijn regiment werd onmiddellijk ingezet. Tijdens de eerste maanden van de oorlog vocht het onder meer bij Schiplaken, Werchter, Wakkerzeel, Duffel en Lier. Het regiment van Biebuyck kreeg tijdens deze fase van de oorlog al een goede reputatie, maar desondanks werd het Belgisch leger teruggedrongen tot aan de Ijzer.

Het was vooral tijdens de Slag om de IJzer dat Biebuyck naam en faam verwierf. Op 22 oktober 1914 nam het 2de regiment karabiniers deel aan de Belgische tegenaanval bij de tervatebocht, in de omgeving van Stuivekenskerke en Pervijze. Biebuyck leidde zijn troepen persoonlijk tijdens de aanval. De Belgische eenheden moesten onder zwaar Duits mitrailleurvuur oprukken. Hij weigerde zich achter zijn troepen te houden en bevond zich volgens de bronnen letterlijk bij zijn aanvallende manschappen. Tijdens de aanval werd hij meerdere keren geraakt. Een eerste kogel trof hem in zijn linkerbeen. Vervolgens werd hij in de rechterknie geraakt, maar dat weerhield hem er niet van zijn manschappen te blijven aanmoedigen. Hij kreeg uiteindelijk een derde kogel in zijn kuit, wat gevolgen had voor zijn heupzenuw. Hierdoor moest hij van het slagveld worden afgevoerd.

Biebuyck lag in het hospitaal van Calais samen met zijn zoon, luitenant Marcel Biebuyck, die overleed aan een wonde in de onderbuik op 29 maart. Terwijl Aloise Biebuyck in Calais lag te herstellen, kreeg hij al meerdere eretekens en persoonlijke felicitaties van de koning. Na zeven maanden herstel keerde hij terug naar het front, ondanks dat hij nog moeite had met het stappen. miniatuur|Aloise Biebuyck en Emile ClausIets minder dan een maand na zijn terugkeer, op 11 juni 1915, werd hij bevorderd tot generaal-majoor. Kort daarna werd hij ook benoemd tot vleugeladjudant van koning Albert I. Op 30 maart 1916 werd hij zelfs luitenant-generaal in het Belgisch leger. Hij kreeg ook de leiding van de 6e legerdivisie op 8 augustus 1917. Op 28 september 1918 begon het geallieerde offensief in Vlaanderen. De Belgische strijdkrachten maakten deel uit van de geallieerde legergroep onder leiding van koning Albert I. Biebuyck kreeg het bevel over de zuidgroep van het Belgische leger. Onder leiding van Biebuyck slaagden ze erin om onder andere Passendale en Moorslede te heroveren. Enkele maanden later zou de oorlog voorbij zijn.

Onderscheidingen Voor zijn daden in de Eerste Wereldoorlog kreeg Biebuyck talloze eretekens en onderscheidingen, zoals (onvolledige lijst):

Oorlogskruis Ijzermedaille Vuurkruis Grootkruis in de Leopoldsorde Overwinningsmedaille Herinneringsmedaille Militair Kruis Distinguished Service Medal Orde van het Bad Legioen van Eer

Na de oorlog Biebuyck bleef tot aan zijn pensioen op 1 juli 1925 in dienst bij het Belgisch leger. Hij bleef ook tot aan de dood van Albert I in 1934 zijn vleugeladjudant. Verder was hij tot aan zijn dood erevleugeladjudant van Leopold III. Biebuyck was ook tot aan zijn dood voorzitter van de Vereniging van de Leopoldsorde. In de Tweede Wereldoorlog speelde hij geen belangrijke rol meer.

Aloise Biebuyck overleed op 28 januari 1944 in Elsene, bij Brussel. Hij was 83 jaar oud. Hij werd begraven op de Belgische militaire begraafplaats in Elsene.

Nagedachtenis Tijdens Vijve-kermis, op 26 september 1920, werd Biebuyck gehuldigd in zijn geboortedorp. Er werd ook een oorlogsmonument onthuld. De straat waar de generaal geboren was, werd naar hem vernoemd. Ook in Deinze en Brussel is er een straat naar hem vernoemd. Tussen 1926 en 1990 kreeg het huidige Sint-Elooisplein ook zijn naam.

Categorie:Belgisch generaal Categorie:Belgisch militair in de Eerste Wereldoorlog Categorie:Belgisch militair