thumb|Signatuur (augustus 2026) Weteringschans 231-233 is een woongebouw aan de Weteringschans te Amsterdam-Centrum.

Achtergrond De Weteringschans, dan nog alleen Schans geheten, diende eeuwenlang als vesting- dan wel stadswal van Amsterdam. Dit in combinatie met Lijnbaansgracht en Singelgracht. In het eerste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam (alweer) aan uitbreiding dacht, werden die stadswallen afgebroken. Op de vrijkomende plek moest woningbouw komen, maar er kwamen in eerste instantie ook bedrijventerreinen, eind 19e eeuw weer vervangen door woningbouw. De woonbebouwing van de Weteringschans tussen de Weteringplantsoenen en het Frederiksplein kwam pas op gang in het laatste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam ook begon te bouwen aan haar 19e-eeuwse gordel buiten de Singelgracht. Ter plaatse was dat De Pijp. Daar waar in De Pijp revolutiebouw plaatsvond (kopen grond, goedkoop bouwen, verkopen/verhuren, volgende stuk grond kopen), werden aan de Weteringschans woningen van het betere soort neergezet voor de gegoede burgerij. De gevelwand laat daarbij binnen bebouwen van perceel tot perceel een opmerkelijke samenhang in architectuur zien; (bijna) alle gebouwen werden in historiserende of neostijlen opgetrokken.

Gebouw Architect Jan Ernst van der Pek werd voornamelijk bekend vanwege zijn bijdrage aan de verbetering van woonomstandigheden onder arbeiders. Samen met zijn baas Arie Keppler ontwierp hij bijvoorbeeld een hele buurt in Amsterdam-Noord, dat later zijn naam kreeg, Van der Pekbuurt. Zoals boven vermeld werden dergelijke woninkjes hier niet gebouwd; hier vestigden zich de gegoede burgerij. Op een plint van natuursteen verrees hier een dubbel herenhuis, dat symmetrische trekjes vertoont. De voorgevel werd daarbij opgetrokken uit rood baksteen (rood strengperssteen) met accenten van groen geglazuurde stenen in banden en metselmozaïeken. In de symmetrie zijn te vinden de beide souterrains. Daartussen zijn de twee toegangsdeuren geplaatst, alleen qua plaats symmetrisch. De linker deur (231) kreeg een bovenlicht direct boven deur onder een gezamenlijke korfboog. De rechter deur (233) kreeg direct boven de deur een korfboog met daarboven twee bovenlichten met natuurstenen dorpel met een aparte korfboogconstructie. De vensters van de bel-etages verschillen eveneens. Die op 231 bevat drie verticale raampartijen, die op 233 twee met een stenen kolom ertussen.

Deze indeling is terug te vinden in de daarboven gestapelde verdiepingen, waarbij smalle vensters in het verlengde liggen van de toegangsdeuren. Daarbij verkoos Van de Pek voor de eerste twee woonverdiepingen links een één venster breed balkon te plaatsen en rechts een balkon twee vensters breed. De derde woonverdieping heeft geen balkon. Het gebouw sluit af met twee tuitgevels boven de glaspartijen met daartussen een dak met dakkapellen boven een lijst. In de tuitgevels kregen de raampartijen in het verlengde van het hele gebouw ook een afwijkende vorm. Links (231) zijn drie aparte ramen onder drie constructies te vinden, rechts (233) is een totale vensterpartij onder een brede boog te zien. De deurpartij en raampartijen daarboven zijn enigszins teruggetrokken geplaatst (risaliet). Verspreid over de gevels zijn sierlijke muurankers te vinden.

Het ensemble van twee gebouwen is gemeentelijk monument passend in het totale beeld binnen/van de plaatselijke gevelwand. Het grotendeels nog gave exterieur was eveneens reden tot het benoemen tot monument.

Bijzonderheden Van der Pek vroeg zelf de bouwvergunning aan. Op de tekentafel kreeg het huisnummer 217 H en I. Het hoogst bekende huisnummer aan deze zijde was 217, waarna men de daaropvolgende huizen in eerste instantie letters gaf. Van der Pek (vanaf 1892) en echtgenote Louise Went (vanaf 1903) hebben hier lange tijd gewoond. Andere delen van het gebouw werden verhuurd. Gebouw 231 is “gesigneerd”.

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam