Het Palästinalied ("Het lied van Palestina"Beide titels zijn modern. Palästinalied kwam naar voren in de discussie over de interpretatie van de melodie die in 1912 ontdekt is. R. Wustmann, "Walthers Palästinalied", Sammelbände der internationalen musikgesellschaft 13, 247–250) is een middeleeuws lied behorend tot de minnezang, geschreven in het begin van de 13e eeuw door Walther von der Vogelweide, een in zijn tijd bekende lyrische dichter van de Middelhoogduitse literatuur. Het is een van de weinige liederen van Von der Vogelweide waarvan de melodie bewaard is gebleven.

Er wordt gesuggereerd dat de melodie een contrafactum is van het lied van de 12e-eeuwse Occitaanse troubadour Jaufré Rudel.

Het Palästinalied werd geschreven ten tijde van de Vijfde Kruistocht (1217-1221).De aanwezigheid van Von der Vogelweide in Wenen is beschreven in 1217, en later opnieuw in 1219, nadat Leopold VI van Oostenrijk terugkeerde van de kruistocht. Het is niet bekend of Von de Vogelweide zelf meedeed aan de kruistochten. De oudste getuigenis van het lied staat in het Kleine Heidelberger Liederhandschrift (1270), waar het in zeven strofen verscheen. De oudste bron voor de melodie komt uit de 14e eeuw.Münster, Landesarchiv Nordrhein-Westfalen / Staatsarchiv, Msc. VII, 51, gedateerd tot c. 1330 (in relatie tot Jenaer Liederhandschrift). Ontdekt in 1910 als deel van een afschriftenboek uit 1522. thulb.uni-jena.de, mr1314.de. Raphael Molitor, "Die Lieder des Münsterischen Fragmentes", Sammelbände der Internationalen Musikgesellschaft 12.3 (April/Juni 1911), 475–500. Franz Jostes, "Bruchstück einer Münsterschen Minnesängerhandschrift mit Noten", ZfdA 53 (1912), 348–357.

Het lied gaat over het christelijke evangelie, verteld vanuit het perspectief van een pelgrim die voet zet in het Heilige Land. Het slot van het lied verwijst naar de kruistochten zelf en stelt dat, gezien de aanspraak van Christenen, Joden en "heidenen" (Moslims) op het Heilige Land, waarbij het lied sterk overtuigd dat de christelijke aanspraak de rechtvaardige is: .De hele wereld voert hier oorlog / Onze aanspraak is de rechtvaardige / Het is terecht dat Hij die inwilligt.

Tekst Originele tekst(Middeleeuws Duits)Vertaling 1. [C21=A50] Nû alrêst lebe ich mir werde, sît mîn sündic ouge siht daz here lant und ouch die erde, der man sô vil êren giht. ez ist geschehen, des ich ie bat, ich bin komen an die stat, dâ got menischlîchen trat. 1. Nu leef ik eindelijk voor mezelf, Sinds mijn zondige ogen zien Dat het reine land en ook de aarde Waar de man zoveel eer kan winnen Het is me overkomen, waar ik altijd om vroeg Ik ben gekomen op de plek Waar God menselijk verscheen 2. [C22=A51] Schoeniu lant, rîch unde hêre, swaz ich der noch hân gesehen, sô bist dûz ir aller êre. waz ist wunders hie geschehen! daz ein magt ein kint gebar, hêre über aller engel schar, was daz niht ein wunder gar?2. Mooi land, rijk en verheven Wat ik nog heb gezien Zo bent u de grootste eer Wat is hier wonderbaar gebeurd Dat een maagd een kind baarde Heer boven alle engelen schaar Was dat niet een wonder helemaal? 3. [C23=A52] Hie liez er sich reine toufen, daz der mensche reine sî. dô liez er sich hie verkoufen, daz wir eigen wurden frî. anders waeren wir verlorn. wol dir, sper, kriuz unde dorn! wê dir, heiden! daz ist dir zorn! 3. Hier liet Hij zich rein dopen Zodat de mens rein zou zijn Toen liet Hij zich hier verkopen Zodat wij vrij zouden zijn Anders waren we verloren Heil U, doornen en kruisen Wee jou, heiden, dat is jouw woede 4. [C24] Dô er sich wolte übr uns erbarmen, hie leit er den grimmen tôt, er vil rîche übr uns vil armen, daz wir komen ûz der nôt. daz in dô des niht verdrôz, dâst ein wunder alze grôz, aller wunder übergnoz. 4. Omdat Hij Zich over ons wilde ontfermen, Onderging Hij hier de bittere dood Hij, de Allerrijkste, voor ons, de Allerarmsten Opdat wij aan het leed zouden ontkomen. Dat Hij hier geen aanstoot aan nam: Dat is een wonder dat alle andere wonderen Ver te boven gaat. 5. [C25=A53] Hinnen vuor der sun ze helle, von dem grabe da'r inne lac. des was ie der vater geselle und der geist, den nieman mac sunder scheiden, êst al ein, sleht und ebener danne ein zein, als er Abrahâme erschein. 5. Van daar reed de Zoon naar de hel, uit het graf waarin Hij lag. Want Hij was een eeuwige metgezel van de Vader, en van de Geest, die niemand mag scheiden: Zij zijn allen Eén, rechter en gladder dan een pijlschacht, zoals Hij aan Abraham verscheen.6. [C26=A54] Do er den tiefel dô geschande daz nie keiser baz gestreit, dô vuor er her wider ze lande. dô huob sich der juden leit: daz er, hêrre, ir huote brach und daz man in sît lebendig sach, den ir hant sluog unde stach. 6. Toen Hij de duivel zo beschimpte Dat nooit een keizer beter streed Toen kwam Hij weer terug naar het land Toen hief zich de leiding van de Joden Dat Hij de Heer zijn hoede brak En dat men in zijn levendigheid zag Dat zijn hand sloeg en stak 7. [C27=A55] In diz lant hât er gesprochen einen angeslîchen tac, dâ diu witwe wirt gerochen und der weise klagen mac und der arme den gewalt, der dâ wirt mit ime gestalt. wol im dort, der hie vergalt! 7. In dit land heeft hij een verschrikkelijke dag aangekondigd, Waarop de weduwe gewroken zal worden, En de wees een klacht kan indienen, En ook de arme man over het geweld dat hem is aangedaan. Wees gegroet, daar, die hier wraak heeft genomen! 8. [C28] Unser lantraehtere tihten fristet dâ niemannes klage, wan er wil zestunden rihten. sô ez ist an dem lesten tage: und swer deheine schult hie lât unverebent, wie der stât dort, dâ er pfant noch bürgen hât! 8. Niet zoals onze landrechters pleegden te doen: Niemands klacht zal worden vertraagd; Zoals Hij binnen het uur vonnis zal vellen, Zo zal het zijn op de Laatste Dag. Wie hier enige schuld onvertreffend laat – hoe zal hij daar staan, Waar hij noch onderpand noch borg zal hebben? 9. [C29=A56] Kristen, juden und die heiden jehent, daz diz ir erbe sî. got müez ez ze rehte scheiden durch die sîne namen drî. al diu welt, diu strîtet her: wir sîn an der rehten ger. reht ist, daz er uns gewer. 9. Christenen, Joden en heidenen Geef, dat jij je erfdeel zij God zal ons rechtvaardig verdelen Door zijn drie namen De hele wereld, die strijdt hier Wij zijn aan de juiste kant Recht is, dat Hij ons waard is.

Categorie:Palestina Categorie:Middeleeuwse literatuur