De Action Européenne Fédéraliste (AEF; in bronnen ook Centre d'action européenne fédéraliste) (Europese Federalistische Actie) was een Europese federalistische koepelorganisatie die in 1956 ontstond tijdens een breuk binnen de Union Européenne des Fédéralistes (UEF). De AEF verenigde nationale federalistische bewegingen die de totstandkoming van een Europese federatie in hoofdzaak wilden bevorderen door stapsgewijze Europese integratie en een geleidelijke overdracht van bevoegdheden van de nationale staten naar Europese instellingen.Catherine Previti Allaire, ‘Regard sur le Centre d'action européenne fédéraliste (AEF) ou l'histoire d'une déroute [1956-1973]’, Ricerche Storiche, jrg. 28, nr. 3, 1998, pp. 605–666. Bibliografische gegevens via het European University Institute: https://cadmus.eui.eu/entities/publication/25fb4619-9bb8-5a49-b1ff-4bba213bd8d3 (geraadpleegd 15 augustus 2026).Aliénor Ballangé, La démocratie communautaire. Généalogie critique de l’Union européenne, Parijs: Éditions de la Sorbonne, 2022, hoofdstuk 5, pp. 115–131, https://books.openedition.org/psorbonne/132228 (geraadpleegd 15 augustus 2026).
De organisatie stond daarmee tegenover de stroming rond Altiero Spinelli, die na de breuk een constituante-strategie nastreefde en de Europese bevolking rechtstreeks voor een Europese grondwetgevende vergadering wilde mobiliseren. Beide stromingen bleven echter een Europese federatie als einddoel nastreven. Vanaf de jaren 1960 groeiden zij opnieuw naar elkaar toe. In 1972 besloten de AEF en het inmiddels als Mouvement Fédéraliste Européen (MFE) georganiseerde andere deel van de federalistische beweging tot hereniging; dit proces mondde in 1973 uit in de heroprichting van de UEF als gemeenschappelijke organisatie.Sergio Pistone, The Union of European Federalists: From the Foundation to the Decision on Direct Election of the European Parliament (1946–1974), Milaan: Giuffrè Editore, 2008, ISBN 978-88-14-14251-2, met name pp. 100–108 en 186–192, https://federalists.eu/wp-content/uploads/2025/01/The-UEF-from-1946-to-1974_by-Segio-Pistone.pdf (geraadpleegd 15 augustus 2026).
Achtergrond en ontstaan De breuk waaruit de AEF voortkwam hing samen met een strategisch conflict binnen de UEF na de mislukking van de Europese Defensiegemeenschap in 1954. Binnen de federalistische beweging bestond onenigheid over de wijze waarop de Europese politieke eenwording daarna moest worden voortgezet. De stroming rond Spinelli wilde de nadruk leggen op een Europese grondwetgevende vergadering en op rechtstreekse politieke mobilisatie van de Europese bevolking. Een andere stroming, waarin vooral Duitse en Nederlandse federalisten een belangrijke rol speelden, wilde voortbouwen op de nieuwe initiatieven voor economische en nucleaire integratie en langs geleidelijke institutionele stappen tot een federale ordening komen.
Het conflict kwam tot uiting op het zesde congres van de UEF, dat van 2 tot 4 maart 1956 in Luxemburg werd gehouden. De verschillende resoluties weerspiegelden zowel het geschil over de constituante-strategie als onenigheid over de interne organisatie van de federalistische beweging. Op 22 juni 1956 besloot de Nederlandse Beweging van Europese Federalisten de samenwerking met de UEF te onderbreken; op 30 juni volgde de Duitse Europa-Union Deutschland.
Over de precieze institutionele oprichtingsdatum van de AEF geven de bronnen verschillende gegevens. Een overzicht uit 1965 in The Federalist noemt 15 juli 1956 in Den Haag.‘Les mouvements fédéralistes et européistes’, The Federalist, jrg. VII, nr. 2, 1965, p. 110, https://www.thefederalist.eu/site/index.php/fr/fiches/1156-les-mouvements-federalistes-et-europeistes (geraadpleegd 15 augustus 2026). Pistone situeert de formele stichting daarentegen op 16 september 1956 in Weilburg, waar Europa-Union Deutschland, de Nederlandse federalisten en de Franse beweging La Fédération volgens zijn reconstructie gezamenlijk de nieuwe internationale beweging vormden. De historische beschrijving van het UEF-archief bij het European University Institute dateert de breuk en vorming van de AEF in november 1956.Historical Archives of the European Union, ‘Union européenne des fédéralistes’, historische beschrijving van het UEF-archief, European University Institute, https://archives.eui.eu/en/isaar/26 (geraadpleegd 15 augustus 2026). In de historiografie wordt 1956 daarom algemeen als het oprichtingsjaar aangehouden.
Bij de vorming van de organisatie werd de Nederlandse federalist Hendrik Brugmans voorzitter van het Comité fédéral, terwijl André Voisin voorzitter werd van het Bureau exécutif.
Organisatie en aangesloten bewegingen De AEF was geen eenheidspartij, maar een internationale federatie van nationale organisaties. De aangesloten bewegingen behielden een aanzienlijke mate van organisatorische zelfstandigheid. Volgens een overzicht uit 1965 benoemden de nationale organisaties rechtstreeks vertegenwoordigers in de twee centrale bestuursorganen, het Comité fédéral en het Bureau exécutif, en hield de AEF daarnaast om de twee jaar een congres. De nationale leden bepaalden in belangrijke mate zelf welke actiemethoden zij in hun eigen land toepasten.
Tot de belangrijkste organisaties bij de totstandkoming van de AEF behoorden Europa-Union Deutschland, de Nederlandse Beweging van Europese Federalisten en de Franse beweging La Fédération. Daarnaast sloten in de loop van haar bestaan onder meer de Britse Federal Union, de Deense Dansk Europa-Union en federalistische groepen uit Italië, België en Luxemburg zich bij het verband aan. Een overzicht uit 1965 noemde Duitsland en Nederland als de landen waar de AEF numeriek het sterkst vertegenwoordigd was. Ook in het Nederlandse archiefmateriaal is de band met de AEF terug te vinden: het Nationaal Archief bewaart onder meer AEF-statuten en gegevens over het Comité fédéral uit 1956–1957, stukken over een algemene vergadering van de AEF in maart 1957 en correspondentie tussen de Nederlandse federalisten en de AEF.Nationaal Archief, inventaris 2.19.109, archief van de Europese Beweging Nederland, onderdeel ‘Centre d'Action Européenne Fédéraliste (AEF)’, inventarisnummers 351–353, https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.19.109 (geraadpleegd 15 augustus 2026).
Politieke opvattingen en activiteiten Zowel de AEF als de concurrerende federalistische stroming streefde uiteindelijk naar een Europese federatie. Het belangrijkste verschil lag aanvankelijk in de strategie waarmee dat doel bereikt moest worden. De AEF verwierp in de jaren na de breuk de gedachte dat de oprichting van een Europese federatie in de eerste plaats door een onmiddellijke Europese constituante moest worden afgedwongen. Zij legde meer nadruk op een geleidelijke integratie, waarbij steeds meer bevoegdheden van de nationale staten aan Europese instellingen zouden worden overgedragen. In federalistische publicaties werd deze benadering aangeduid als de functionalistische methode of als een politiek van kleine stappen.
Die benadering betekende niet dat de AEF uitsluitend economische integratie nastreefde. Tijdens een politieke conferentie van de organisatie in Luxemburg in oktober 1963 nam zij een resolutie aan waarin zij onder meer pleitte voor versterking van de bestaande Europese Gemeenschappen, samenvoeging van hun uitvoerende instellingen, uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement, rechtstreekse verkiezing van dat parlement en de vorming van een federale politieke autoriteit.‘Le Centre d'action européenne fédéraliste prône la relance de l'Europe politique’, Le Monde, 15 oktober 1963, https://www.lemonde.fr/archives/article/1963/10/15/le-centre-d-action-europeenne-federaliste-prone-la-relance-de-l-europe-politique_2210203_1819218.html (geraadpleegd 15 augustus 2026).
De verhouding met het MFE veranderde eveneens. Volgens Pistone begon vanaf 1963 een proces van toenadering tussen beide federalistische stromingen. Op 26 juni 1965 kwamen de uitvoerende organen van de AEF en het MFE voor het eerst gezamenlijk bijeen; daarna werd op verschillende terreinen samengewerkt. De verschillen in strategie verdwenen daarmee niet onmiddellijk, maar de nadruk verschoof steeds meer naar gedeelde doelstellingen, waaronder de democratisering van de Europese Gemeenschappen en de rechtstreekse verkiezing van het Europees Parlement.
Hereniging met het MFE Aan het einde van de jaren 1960 en het begin van de jaren 1970 versnelde de toenadering. In april 1972 kwamen de ontwikkelingen tot een beslissend punt tijdens bijeenkomsten in Nancy. Het MFE hield daar zijn congres, terwijl ook het Comité fédéral van de AEF bijeenkwam. Beide organisaties spraken zich afzonderlijk uit voor hereniging.
Op 11 april 1972 berichtte Le Monde dat Étienne Hirsch, voorzitter van het MFE, en J.H.C. Molenaar, voorzitter van de AEF, een gemeenschappelijke verklaring hadden ondertekend waarin beide organisaties besloten hun leden in één organisatie samen te brengen. De krant beschreef de AEF op dat moment als bijzonder actief in Nederland, Luxemburg en vooral West-Duitsland, waar Europa-Union Deutschland tot haar verband behoorde.‘Le congrès du Mouvement fédéraliste européen n'a pas pris position’, Le Monde, 11 april 1972, https://www.lemonde.fr/archives/article/1972/04/11/le-congres-du-mouvement-federaliste-europeen-n-a-pas-pris-position_2400752_1819218.html (geraadpleegd 15 augustus 2026).
De hereniging betekende niet dat alle ideologische verschillen onmiddellijk verdwenen. Enkele dagen na het congres benadrukte Max Richard, internationaal vicevoorzitter van de AEF, in een ingezonden reactie in Le Monde dat bepaalde radicale uitspraken van MFE-bestuurders niet namens de AEF of de toekomstige verenigde organisatie konden worden gedaan. Hij verwees daarbij juist naar de gezamenlijk overeengekomen politieke verklaring als basis van de hereniging.‘Contestation chez les fédéralistes européens’, Le Monde, 14 april 1972, https://www.lemonde.fr/archives/article/1972/04/14/contestation-chez-les-federalistes-europeens_2401163_1819218.html (geraadpleegd 15 augustus 2026).
De AEF en het MFE werkten vervolgens gezamenlijk aan statuten en een politieke verklaring voor de nieuwe organisatie. In 1973 werd tijdens een congres in Brussel de UEF opnieuw als gemeenschappelijke Europese federalistische organisatie opgericht. Daarmee was de organisatorische breuk van 1956 formeel beëindigd en hield de AEF als afzonderlijke koepelorganisatie op te bestaan.
Literatuur
Aliénor Ballangé, La démocratie communautaire. Généalogie critique de l’Union européenne, Parijs: Éditions de la Sorbonne, 2022, met name hoofdstuk 5, pp. 115–131. Sergio Pistone, The Union of European Federalists: From the Foundation to the Decision on Direct Election of the European Parliament (1946–1974), Milaan: Giuffrè Editore, 2008, ISBN 978-88-14-14251-2. Catherine Previti Allaire, ‘Regard sur le Centre d'action européenne fédéraliste (AEF) ou l'histoire d'une déroute [1956-1973]’, Ricerche Storiche, jrg. 28, nr. 3, 1998, pp. 605–666.
Zie ook
Europees federalisme Europese integratie Altiero Spinelli Hendrik Brugmans
Categorie:Geschiedenis van de Europese Unie Categorie:Politiek van de Europese Unie