De Mexicaanse witte den (Pinus ayacahuite) is een dennensoort uit de dennenfamilie (Pinaceae), die van nature voorkomt in de bergen van Zuid-Mexico en West-Midden-Amerika, in het Sierra Madre del Sur-gebergte en het oostelijke uiteinde van de Eje Volcánico Transversal, tussen 14° en 21° noorderbreedte in de Mexicaanse staten Guerrero, Oaxaca, Puebla, Veracruz en Chiapas, en in Guatemala, El Salvador en Honduras. Hij groeit in relatief vochtige gebieden met zomerregens, hoewel exemplaren uit het oostelijke en zuidelijke verspreidingsgebied onder zeer natte omstandigheden leven; hij heeft volle zon en goed gedraineerde grond nodig. De temperatuur moet gemiddeld tussen de 19 en 10 °C per jaar schommelen. De Mexicaanse wite den verdraagt een subtropisch tot koel klimaat. Het aantal chromosomen is 2n = 24.

Beschrijving De Mexicaanse witte den wordt doorgaans 30-45 meter hoog en uitzonderlijk tot 50 meter. De bast is donker roodbruin en schilfert af in grove schubben of vierkante platen; de binnenkant onder de platen is lichtroze getint. De kroon van jonge bomen is open en breed kegelvormig. De naalden groeien in groepjes van vijf; ze zijn 13 tot 15 cm lang, dun en donkerblauwgroen bij jonge bomen. De naalden staan in bundels van vijf, met een afvallende schede. De naalden zijn fijn gezaagd en 9-16 cm lang. De mannelijke kegels hebben een diameter van ongeveer 0,8 cm en zijn lichtgroen met een glanzende roze punt; ze groeien in groepjes aan een taksegment van ongeveer 15 cm lang. De vrouwelijke kegels groeien in paren of groepjes van drie aan het uiteinde van takken, rechtopstaand, op steeltjes van ongeveer 2 cm lang. Jonge vrouwelijke kegels zijn glanzend groen met blauwgroene en oranje schubben aan de punt; rijpe kegels hangen naar beneden, zijn lang en kegelvormig en 20 tot 40 cm lang en 4-6 cm breed (gesloten), en zijn open tot 6-10 cm breed; de schubben zijn dun en flexibel. De pitten zijn klein, 6-8 mm lang, en hebben een lange, slanke vleugel van 18-25 mm.

De soort is matig vatbaar voor blaasroest op de witte den (Cronartium ribicola), maar in de cultuur blijkt hij iets minder vatbaar te zijn dan de meeste andere Amerikaanse witte dennen (zie bijvoorbeeld Pinus monticola, suikerden).

Aanplant en gebruik Mexicaanse witte den werd al omstreeks 1840 in Europa geïntroduceerd. Rond 1902 is een boom geplant in Bodnant Garden (Wales). In Nederland staat een Mexicaanse witte den in het Pinetum De Belten.

De boom wordt zowel voor sierdoeleinden als voor commerciële doeleinden in de papierindustrie aangeplant. De Mexicaanse witte den wordt aangeplant op verschillende breedtegraden en hoogtes in verschillende delen van de wereld: In equatoriale en tropische gebieden - Commerciële productie: Op de hoge hoogtes van Kenia, Tanzania en Angola. In gematigde subtropische gebieden - Commerciële productie: De boom wordt aangeplant in de hooglanden van Zuid-Afrika. Op de hoogste hoogtes van Zuid-Brazilië. Noord-India. In gematigde gebieden op middelmatige en lage hoogtes: Argentijnse provincies Salta, Tucumán en Córdoba; op 500 tot 1500 m boven zeeniveau. Nabij zeeniveau: Commerciële productie: Australië (Queensland en New South Wales), Nieuw-Zeeland.

Als sierboom: De boom is met succes aangeplant op de Britse Eilanden. De grootste boom in Duitsland (hoogte 2013: 20,5 m) groeit in het arboretum Sequoiafarm Kaldenkirchen.

Ondanks zijn tropische oorsprong (het natuurlijke verspreidingsgebied ligt volledig ten zuiden van de Kreeftskeerkring), is de boom verrassend tolerant voor kou. Hij heeft in cultuur in Schotland en Pennsylvania, Verenigde Staten, temperaturen tot bijna -30 °C overleefd. Hij wordt in parken als sierboom geplant vanwege zijn aantrekkelijke blad en zeer lange kegels, die tot de langste behoren die in veel gematigde gebieden kunnen groeien.

Het hout is waardevol en wordt gebruikt voor algemene binnenhuisbouw.

Categorie:Den Categorie:Pinus