Weteringschans 253 te Amsterdam is een herenhuis aan de Weteringschans te Amsterdam-Centrum.

Achtergrond De Weteringschans, dan nog alleen Schans geheten, diende eeuwenlang als vesting- dan wel stadswal van Amsterdam. Dit in combinatie met Lijnbaansgracht en Singelgracht. In het eerste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam (alweer) aan uitbreiding dacht, werden die stadswallen afgebroken. Op de vrijkomende plek moest woningbouw komen, maar er kwamen in eerste instantie ook bedrijventerreinen, eind 19e eeuw weer vervangen door woningbouw. De woonbebouwing van de Weteringschans tussen de Weteringplantsoenen en het Frederiksplein kwam pas op gang in het laatste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam ook begon te bouwen aan haar 19e-eeuwse gordel buiten de Singelgracht. Ter plaatse was dat De Pijp. Daar waar in de Pijp revolutiebouw plaatsvond (kopen grond, goedkoop bouwen, verkopen/verhuren, volgende stuk grond kopen), werden aan de Weteringschans woningen van het betere soort neergezet voor de gegoede burgerij. De gevelwand laat daarbij binnen bebouwen van perceel tot perceel een opmerkelijke samenhang in architectuur zien; (bijna) alle gebouwen werden in historiserende of neostijlen opgetrokken.

Gebouw Alhoewel er diverse gerenommeerde architecten en onbekende ontwerpers aan het werk waren op deze landstrook tussen Schans en Lijnbaan, kreeg het merendeel van de gebouwen eenzelfde opzet, al dan niet verschillend uitgevoerd. Architect Willem Langhout kwam ook hier met een souterrain achter een natuurstenen pui. Die pui was hier met blokken geornamenteerd. Diezelfde pui geeft toegang tot een portiek met trap omhoog voor toegangen naar de bel-etage en verdiepingen en anderzijds een trap naar beneden voor het souterrain. Die portiek wordt afgesloten door twee rondboogconstructies met lichtdoorlating. Souterrain en bel-etage worden in de gevel afgesloten met een lijst. Tegen de lijst is dan al een Frans balkon geplaatst die behoort bij de eerste verdieping. Deze is drie vensters breed. De drie vensters hebben een sierlijke afsluiting middels boogvormige frontons. Na opnieuw een lijst is er een verdieping te zien achter vensters (3 keer 2 bij 2) in rondboogconstructies. In die rondboogconstructies beginnen de consoles voor een eerste daklijst, die op zich weer de consoles draagt voor de definitieve verder uitkragende daklijst. Daarboven is voor een steil schild naar het platte dak een topgevel annex dakkapel te zien. In die topgevel is nog een rondboogvenster te zien onder een hijsbalk. De zijkanten van de topgevel zijn voorzien van klauwstuken. Aan de bovenzijde volgt nog een tempelachtige constructie met een driehoekig fronton. De stijl is omschreven als neorenaissance en chaletachtig.

Het gebouw is een gemeentelijk monument, voornamelijk vanwege de ensemblewaarde binnen de omringende gebouwen. Bovendien werd de afwijkende detaillering binnen soortgelijke gebouwen uit het eind van de 19e eeuw gewaardeerd.

Bijzonderheden Jacob Olie heeft deze gevelwand omstreeks 1890 gefotografeerd; zijn nicht vertoefde er wel. Bij zijn foto’s ontbreekt nu net dit gebouw. Weteringschans 247-251 en Weteringschans 255-257, hoek Reguliersgracht, stonden er al wel. Op de bel-etage vonden diverse keren bedrijfsmatige activiteiten plaats, waaronder tussen 1988 en 2008 leerwinkel RoB. In 2026 is er in het gebouw een hotel met diverse filialen in het centrum gevestigd.

Afbeeldingen

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam