Het Institut d'Études Politiques de Vaduz (Nederlands: Instituut voor Politieke Studies van Vaduz) was een besloten, transnationaal politiek gezelschap van voornamelijk conservatieve politici, ondernemers en intellectuelen, dat in 1959 op initiatief van de Zweedse journalist en politiek adviseur Arvid Fredborg in Liechtenstein werd opgericht.Johannes Großmann, "Flucht nach Europa. Die abendländische Bewegung und die Transnationalisierung des Konservatismus nach dem Zweiten Weltkrieg", in Sebastian Liebold en Frank Schale (red.), Neugründung auf alten Werten? Konservative Intellektuelle und Politik in der Bundesrepublik, Baden-Baden: Nomos, 2017, pp. 53–76, in het bijzonder p. 74. doi:10.5771/9783845274874-52.Rikard Westerberg, Socialists at the Gate: Swedish Business and the Defense of Free Enterprise, 1940–1985, proefschrift, Stockholm School of Economics, Stockholm, 2020, p. 161. Stockholm School of Economics. In de Duitstalige historiografie komt ook de naam Institut d’Études Politiques Vaduz voor.Johannes Großmann, Die Internationale der Konservativen: Transnationale Elitenzirkel und private Außenpolitik in Westeuropa seit 1945, München: De Gruyter Oldenbourg, 2014, hoofdstuk 7, "Das Institut d’Études Politiques Vaduz", pp. 389–436. ISBN 978-3-486-76507-6. doi:10.1524/9783110354263.389.

Het instituut kwam voort uit kringen rond het Centre Européen de Documentation et d'Information (CEDI), een internationaal netwerk van Europese conservatieven dat in de jaren 1950 was ontstaan. Het Vaduzer instituut was selectiever van opzet dan het CEDI en functioneerde als een vertrouwelijke ontmoetingsplaats voor een beperkte kring uit West-Europa en de Verenigde Staten.Johannes Großmann, "Die Warnung vor dem falschen Frieden. Konservative Elitenzirkel und private Außenpolitik zwischen Europäischer Integration und Liberation Policy", Études Germaniques, 2009/2, nr. 254, pp. 427–437. doi:10.3917/eger.254.0427. In dit eerdere artikel dateerde Großmann het ontstaan van het instituut nog op 1961; zijn latere publicaties uit 2014 en 2017 plaatsen de oprichting in 1959.

Ontstaan Fredborg was in de jaren 1950 actief binnen het CEDI. Volgens Johannes Großmann werd het Institut d'Études Politiques in 1959 op zijn initiatief gevormd door een geselecteerde groep vooraanstaande CEDI-leden. De Duitse conservatieve politicus Hans-Joachim von Merkatz werd de eerste voorzitter. De oprichting paste in een bredere ontwikkeling waarbij conservatieve politici en intellectuelen na de Tweede Wereldoorlog grensoverschrijdende, niet-gouvernementele contacten opbouwden naast de formele partijpolitiek en diplomatie.

Over de precieze datering bestaat in de literatuur enige inconsistentie. In een artikel uit 2009 beschreef Großmann het instituut als een organisatie die in 1961 uit het CEDI was voortgekomen. In zijn uitgebreidere monografie uit 2014 en een latere bijdrage uit 2017 plaatste hij de oprichting echter in 1959. Westerberg, die voor zijn proefschrift onder meer gebruikmaakte van het persoonlijke archief van Fredborg, noemt eveneens 1959 als oprichtingsjaar.

Organisatie en bijeenkomsten Het Institut d'Études Politiques had het karakter van een besloten politieke club. Volgens Großmann werd het gefinancierd uit contributies van leden en particuliere giften. Vier weekenden per jaar kwamen conservatieve politici, ondernemers en intellectuelen uit West-Europa en de Verenigde Staten bijeen. De bijeenkomsten waren erop gericht een vertrouwelijke omgeving te bieden waarin deelnemers politieke en economische ontwikkelingen konden bespreken buiten formele regerings-, partij- of bedrijfsstructuren.

De kring overlapte gedeeltelijk met het CEDI, maar trok ook deelnemers aan die niet tot de oorspronkelijke CEDI-netwerken behoorden. Großmann noemt onder anderen de latere West-Duitse bondspresident Karl Carstens, CDU-bestuurder Konrad Kraske, de Oostenrijkse politicus en financieel bestuurder Reinhard Kamitz en de Britse conservatieve politicus Geoffrey Rippon. Door de combinatie van politici, ondernemers en intellectuelen functioneerde het instituut volgens Großmann als ontmoetingspunt tussen de politieke en economische elites.

De besloten aard van dergelijke organisaties maakt een precieze reconstructie van hun interne werking moeilijk. Het historisch onderzoek is daarom voor een belangrijk deel gebaseerd op particuliere archieven en correspondentie van deelnemers. Westerberg gebruikte bijvoorbeeld het archief van Fredborg in de universiteitsbibliotheek van Uppsala voor zijn onderzoek naar Fredborgs internationale politieke en economische netwerken.

Politieke en ideologische ontwikkeling Het instituut ontstond binnen een milieu waarin christelijk-conservatieve en anticommunistische denkbeelden een belangrijke rol speelden. In zijn studie van het Europese naoorlogse conservatisme beschrijft Großmann vervolgens een geleidelijke toenadering van delen van deze netwerken tot economisch-liberale en neoliberale ideeën. Een aanzienlijk deel van hoofdstuk 7 van zijn monografie behandelt deze ontwikkeling onder de noemer "Van de katholieke sociale leer naar het neoliberalisme".

Volgens Großmann illustreert de ontwikkeling van het Vaduzer instituut hoe delen van het West-Europese conservatisme in de jaren 1960 en 1970 liberale economische concepten overnamen en contacten ontwikkelden met neoliberale, neoconservatieve en nieuw-rechtse kringen. Deze ontwikkeling moet niet worden opgevat als een uniforme ideologie van alle deelnemers: het instituut bracht personen uit verschillende nationale en conservatieve tradities samen en had juist het karakter van een informeel discussie- en contactforum.

Fredborg was daarnaast betrokken bij internationale initiatieven ter bevordering van de vrijemarkteconomie. Westerberg beschrijft hem als een organisator die contacten legde tussen Europese conservatieve milieus en voorstanders van economische liberalisering. In 1961 speelde Fredborg een centrale rol bij de oprichting van de International Freedom Academy (INFRA), die bedoeld was om internationaal ideeën over de vrije markteconomie te verspreiden. Westerberg maakt daarbij onderscheid tussen INFRA en het Institut d'Études Politiques: terwijl INFRA in het begin van de jaren 1970 wegens financieringsproblemen verdween, bleef het Vaduzer instituut volgens hem bestaan.

Historische duiding Historicus Johannes Großmann plaatst het Institut d'Études Politiques naast het CEDI, het Comité International de Défense de la Civilisation Chrétienne en Le Cercle binnen een bredere geschiedenis van transnationale conservatieve elitekringen in West-Europa na 1945.Johannes Großmann, "L’« Internationale des Conservateurs ». Cercles d’élites transnationaux, diplomatie informelle et biographies croisées en Europe occidentale depuis 1945", Histoire, Économie & Société, 2016/2, pp. 32–44. Armand Colin. Hij gebruikt voor deze met elkaar verweven netwerken de analytische aanduiding "Internationale der Konservativen" of "Internationale des Conservateurs".

Großmann waarschuwt tegelijk tegen het overschatten van hun directe politieke macht. In zijn studie uit 2016 karakteriseert hij deze conservatieve internationale als informeel en met een beperkte politieke impact. Volgens hem droegen de betrokken netwerken niettemin bij aan de toenadering tussen conservatieve elites uit verschillende landen en aan de ideologische ontwikkeling van het Europese conservatisme in de tweede helft van de twintigste eeuw. Het Institut d'Études Politiques is in deze historiografie daarom vooral van belang als voorbeeld van informele transnationale politieke communicatie en van de veranderende relaties tussen christelijk conservatisme, economisch liberalisme en andere rechtse politieke stromingen tijdens de Koude Oorlog.

Externe link L’Internationale des Conservateurs Vom 'Abendland' zum westeuropäischen Neokoservatismus

Categorie:Anticommunisme Categorie:Koude Oorlog Categorie:Internationale organisatie