De buigzame den (Pinus flexilis) is een dennensoort uit de dennenfamilie (Pinaceae), die voorkomt in de bergen van het westen van de Verenigde Staten, Mexico en Canada. Het aantal chromosomen is 2n = 24.
Een buigzame den in Eagle Cap Wilderness, Oregon, is gedocumenteerd als meer dan 2000 jaar oud, en een andere werd bevestigd zijnde 1140 jaar oud. Een andere kandidaat voor de oudste buigzame den werd in 2006 geïdentificeerd nabij het skigebied Alta in Utah; de boom, genaamd "Twister", werd bevestigd als minstens 1700 jaar oud en men vermoedt dat hij zelfs nog ouder is.
In Nederland staat de buigzame den op het Landgoed SchovenhorstLandgoed Schovenhorst en in het Arboretum Van Schalkwijk in HorssenArboretum Van Schalkwijk. Een bekende cultivar is Pinus flexilis 'Vanderwolf's Pyramid'.
Beschrijving De buigzame den is een groenblijvende boom van 20 tot 35 meter hoog met een losse kroon die bij een jonge boom kegelvormig is, breder en ronder wordt naarmate hij ouder wordt, en een ondiep wortelstelsel heeft. De stam bereikt een diameter van 100 tot 120 centimeter en is bedekt met een 2,5 tot 5 centimeter dikke, schilferige bast. In open gebieden blijft de stam kort. De soort groeit meestal met meerdere, kromme stammen, zelfs bossig op de boomgrens.Schütt et al.: Lexikon der Baum- und Straucharten, S. 363 De takken zijn rechtopstaand of gebogen. Jonge scheuten zijn geelgroen, kaal of bedekt met korte, bruine haartjes. Later worden de scheuten lichtgrijs en blijven ze flexibel, waaraan de soort zijn naam dankt. De winterknoppen zijn ongeveer 1 centimeter lang. Ze zijn breed ovaal en puntig. Er staan vijf naalden bij elkaar, die 4 tot 8 centimeter lang en 1 millimeter breed zijn. Ze ontstaan aan korte scheuten en zijn gerangschikt in borstelachtige, losse plukjes.Roloff et al.: Flora der Gehölze, S. 764 De 1,5 centimeter lange naaldscheden vallen vroeg af. De naalden zijn stijf, recht of licht gebogen, bijna driehoekig in doorsnede en gaaf met aan beide kanten rijen huidmondjes. De naalden hebben een levensduur van 5 tot 6 jaar.
De buigzame den is eenhuizig. De mannelijke kegels zijn ongeveer 1 centimeter lang en roodachtig. De vrouwelijke kegels zijn langwerpig-ovaal, rechtopstaand en groeien meestal in groepjes van drie of vier. De bijna zittende, glanzende lichtbruine en zeer harsrijke kegels zijn 7 tot 15 centimeter lang en 4 tot 6 centimeter breed. De harde pitten zijn 8 tot 12 millimeter lang en 7 tot 8 millimeter breed. Ze hebben een vleugelrand van 2 millimeter breed die er De bloei vindt plaats in juni en juli.Hecker: Bäume und Sträucher, S. 82 De grote zaden zijn eetbaar, en werden naar verluidt geconsumeerd door de inheemse Amerikanen in Montana. Het lichtgekleurde hout is licht en zacht. Vers hout ruikt naar terpentijn.
Verspreiding Het grootste deel van het verspreidingsgebied van de buigzame den bevindt zich in de Rocky Mountains, van zuidwestelijk Alberta en zuidoostelijk Brits-Columbia zuidwaarts via Colorado en New Mexico tot in de noordelijke staten van Mexico. De soort komt ook voor in de staten Nevada en Utah in het Grote Bekken, in de oostelijke Sierra Nevada en de White Mountains van Noord-Californië, en in de San Bernardino en San Gabriel Mountains van de Transverse Ranges in Zuid-Californië. Verder naar het zuiden is de soort te vinden in de San Jacinto Mountains, de Santa Rosa Mountains en Hot Springs Mountain van de Peninsular Ranges. Er zijn kleine, geïsoleerde populaties in oostelijk Oregon, in westelijk Noord-Dakota en NebraskaSteele, Robert (1990). "Pinus flexilis". In Burns, Russell M.; Honkala, Barbara H. (eds.). Conifers. Silvics of North America. Vol. 1. Washington, D.C.: United States Forest Service (USFS), United States Department of Agriculture (USDA) – via Southern Research Station. en in de Black Hills van Zuid-Dakota. De soort komt voor op een breed scala aan hoogtes, afhankelijk van de breedtegraad, van 850 tot 3810 m. In de noordelijke helft van zijn verspreidingsgebied groeit hij in de bergzone nabij de onderste boomgrens; in het midden van zijn verspreidingsgebied tussen de 45e en 40e breedtegraad groeit hij op winderige plaatsen in de berg- en subalpiene zones; en in het zuidelijke deel van zijn verspreidingsgebied groeit hij voornamelijk op grote hoogte in de subalpiene zone nabij de bovenste boomgrens. Hij is vaker te vinden aan de buitenranden van een bos dan in het bos zelf.
Categorie:Den Categorie:Pinus