De treinramp bij Wilsele was een spoorwegongeval dat plaatsvond op 2 december 1954 nabij Wilsele, sinds 1977 een deelgemeente van Leuven. Een speciale trein met Duitse voetbalsupporters ontspoorde op een wissel tijdens werkzaamheden aan de spoorlijn. De NMBS-stoomlocomotief 1.001 en de eerste rijtuigen ontspoorden. Bij het ongeval vielen volgens de eerste officiële berichtgeving 20 doden en meer dan honderd gewonden.Le Monde, 4 december 1954, "Bilan de la catastrophe de Louvain : 20 morts - 106 blessés". Latere bronnen vermelden verschillende slachtofferaantallen.

Achtergrond

De trein vervoerde Duitse supporters die terugkeerden van de voetbalwedstrijd Engeland – West-Duitsland, die op 1 december 1954 in het Wembley Stadium in Londen was gespeeld. De meer dan 700 supporters waren met speciale treinen naar Engeland gereisd. De trein die bij Wilsele ontspoorde, was de vierde opeenvolgende en reed vanuit Oostende via België naar Duitsland.Le Patriote Illustré, 13 december 1954, verslag van het ongeval, gereproduceerd in het dossier van Eisenbahnmuseum Alter Bahnhof Lette.

Ten tijde van het ongeval werd gewerkt aan de spoorlijn in de omgeving van Wilsele. In verband met werkzaamheden aan een brug over de Dijle was een gedeelte van het spoor buiten dienst en moest het treinverkeer over één spoor worden geleid. Ter hoogte van de werkzaamheden bevonden zich wissels waarmee treinen van spoor konden veranderen.

De spoorlijn maakte deel uit van de verbinding tussen Mechelen en Leuven.

Het ongeval

Op de ochtend van 2 december 1954 naderde de speciale trein Wilsele. Bij het naderen van een overloopwissel werd de trein met een snelheid van ongeveer 78 km/u gereden. Volgens historische bronnen was de toegestane snelheid ter plaatse aanzienlijk lager. Een reportage van vlak na het ongeval vermeldde dat de wissel slechts voor een snelheid van ongeveer 40 km/u geschikt was.De Post, 12 december 1954, verslag van de treinramp, weergegeven in de historische documentatie van Jan Uyttebroeck en Eisenbahnmuseum Alter Bahnhof Lette.

De locomotief ontspoorde bij het passeren van de wissel. De locomotief en de eerste rijtuigen kwamen naast de spoorbaan terecht. Volgens een verslag viel de locomotief ongeveer zeven meter naar beneden langs het talud. Het tweede rijtuig werd zwaar vernield doordat het tussen andere rijtuigen terechtkwam.

De machinist en de stoker waren onder de dodelijke slachtoffers. Ze werden allebei op slag gedood. Door hete stoom, as en gloeiende kolen, waren hun lichamen onherkenbaar verbrand toen ze geborgen werden.

Het ongeval vond plaats nabij de brug over de Dijle. De exacte locatie wordt in historische bronnen aangeduid als ongeveer tweehonderd meter van de brug.

Hulpverlening

Kort na de ramp kwamen hulpverleners uit Leuven en omgeving ter plaatse. Onder meer colonnes van het Rode Kruis van België uit Leuven en Tienen en een ambulance-eenheid uit Brussel werden ingezet.

De zwaarst gewonden werden naar ziekenhuizen in Leuven overgebracht. Om slachtoffers uit de zwaar beschadigde rijtuigen te bevrijden, moesten hulpverleners gebruikmaken van snijbranders. Toegesnelde artsen moesten bij veel slachtoffers ter plaatse ledematen amputeren.

Slachtoffers

De berichtgeving over het aantal slachtoffers veranderde in de dagen en jaren na het ongeval.

Op 3 december meldde de Franse krant Le Monde 20 doden en 106 gewonden. Van de gewonden verkeerden er elf in ernstige toestand; 57 waren lichtgewond en 38 konden na medische verzorging hun weg vervolgen. Op dat moment moesten nog twee lichamen uit het wrak worden geborgen en geïdentificeerd.

Andere latere bronnen noemen 21, 23 of 24 dodelijke slachtoffers. Ook het aantal gewonden wordt verschillend weergegeven. Een historische reconstructie van de Belgische weekbladreportage uit december 1954 vermeldt uiteindelijk 21 doden en 264 gewonden. Een hedendaagse inventaris van zware spoorwegongevallen in België vermeldt 20 doden en 70 gewonden.VRT NWS, "Treinramp bij dodelijkste in onze geschiedenis", 15 februari 2010.

De verschillen kunnen onder meer worden verklaard doordat sommige bronnen het aantal gewonden onmiddellijk na het ongeval vermelden, terwijl andere bronnen latere overlijdens of bredere categorieën van gewonden meenemen. Het definitieve slachtofferaantal zou moeten worden vastgesteld aan de hand van het gerechtelijke onderzoeksdossier.

Het Belgische Rijksarchief vermeldt in de inventaris van het parket van Leuven een dossier met als titel "Spoorwegramp te Wilsele op 2 december 1954", met documenten uit de periode 1954–1956.Rijksarchief België, inventaris van het archief van het parket van Leuven, dossier 89: "Spoorwegramp te Wilsele op 2 december 1954", 1954–1956.

Media-aandacht en steunbetuiging

De ramp kreeg ook in Duitsland grote aandacht omdat een groot deel van de slachtoffers Duitse voetbalsupporters waren. Koning Boudewijn bezocht de plaats van de ramp, ging de lichamen van de dodelijke slachtoffers groeten die waren verzameld in een nabijgelegen sportzaal en bracht tevens een bezoek aan gewonden in ziekenhuizen. Het feit dat de koning vrijwel alle gewonde slachtoffers de hand schudde, minder dan tien jaar na het einde van de tweede wereldoorlog werd als een belangrijke stap naar verzoening aanzien. Onderzoek naar de oorzaak

Als vermoedelijke oorzaak werd in de eerste berichtgeving vooral de hoge snelheid bij het passeren van de wissel genoemd. De snelheidsmeter van de locomotief zou na het ongeval op 78 km/u zijn blijven staan.

De omstandigheden waren echter complexer. De spoorlijn werd op dat moment aangepast in verband met werkzaamheden en de elektrificatie van het traject. Hierdoor moest het treinverkeer ter plaatse over een afwijkend spoor worden geleid.

Volgens een latere reconstructie was kort vóór de ramp op dezelfde wissel al een trein ontspoord zonder dat daarbij ernstige slachtoffers vielen. NMBS zou langs het traject waarschuwingen voor de snelheidsbeperking hebben geplaatst.

Omdat bij het ongeval het locomotiefpersoneel omkwam, kon de precieze toedracht niet volledig worden achterhaald. De exacte verantwoordelijkheid en omstandigheden van de ontsporing bleven daardoor onderwerp van onderzoek.

Gevolgen

De treinramp leidde tot vragen over de veiligheid van het Belgische spoorwegnet en werd ook in het Belgische parlement herdacht. In de Senaat werd kort na het ongeval een hulde gebracht aan de slachtoffers van de spoorwegramp bij Wilsele.Belgische Senaat, Chronologische notice des Annales parlementaires, december 1954, p. 154.

Het gerechtelijke onderzoek werd behandeld door het parket van Leuven. Het Rijksarchief bewaart hiervoor een afzonderlijk dossier uit de periode 1954–1956.

De bij het ongeval betrokken locomotief 1.001 werd na het ongeval onderzocht in de werkplaats van Salzinnes. Daarbij werd vastgesteld dat het frame van de locomotief verbogen was. Een herstel werd niet meer economisch verantwoord geacht, waarna de locomotief buiten dienst werd gesteld.Eisenbahnmuseum Alter Bahnhof Lette, documentatie over het ongeval van Wilsele; Tassignon, "Locs - Locs - Locs", overzicht van NMBS-locomotieven.

Herinnering

De treinramp raakte in de loop der jaren grotendeels op de achtergrond, maar wordt in historische publicaties over de Belgische spoorwegen en spoorwegongevallen nog vermeld. In 2010 werd het ongeval door VRT NWS opgenomen in een overzicht van de zwaarste spoorwegongevallen uit de Belgische geschiedenis.

Treinongeval van 2017

Op 18 februari 2017 vond er, slechts enkele honderden meters ten zuiden van de rampplek van 1954, opnieuw een treinongeval plaats, waarbij 1 dode en 27 gewonden vielen. De oorzaak van dit ongeval was nagenoeg dezelfde: een te hoge snelheid in de wissels.

Zie ook

Lijst van spoorwegongevallen in België NMBS Type 1 (1935) Wilsele

Bronnen

Le Monde, 4 december 1954, "Bilan de la catastrophe de Louvain : 20 morts - 106 blessés". Le Patriote Illustré, 13 december 1954. De Post, 12 december 1954. Belgische Senaat, Annales parlementaires, december 1954. Rijksarchief België, archief van het parket van Leuven, dossier "Spoorwegramp te Wilsele op 2 december 1954", 1954–1956. Peter W. B. Semmens, Katastrophen auf Schienen. Eine weltweite Dokumentation, Stuttgart, Transpress, 1996.

Voetnoten

Categorie:Wilsele Categorie:Geschiedenis van Leuven Wilsele 1954