Remi Augustin Bernard Vanmeerhaeghe (of Van Meirhaeghe) (Waregem, 6 februari 1869, - Xiatingzi, 13 december 1901) was een Belgisch katholieke missionaris uit Waregem die als lid van de congregatie van de Missionarissen van Scheut naar China trok. Hij werd er tijdens de periode van de Bokseropstand vermoord.

Jeugd en afkomst Remi Vanmeerhaerghe werd op 6 februari 1869 geboren in Waregem. Hij was de zoon van Bernard Vanmeerhaeghe en Marie-Catherine Wittewrongel. Zij waren de uitbaters van de herberg 'Het Damberd' op de markt van Waregem. De vader van Remi Vanmeerhaeghe stierf echter al op zeer jonge leeftijd aan tbc. Zijn moeder hertrouwde wel later met Angelus Destoop, maar ook die stierf in 1880. De moeder van Vanmeerhaeghe woonde in de Stormestraat, die soms de Weduwenstraat werd genoemd. Er woonden in 1901 27 weduwen. Remi had een oudere en een jongere broer.

Als kleuter trok hij naar de bewaarschool van de Zusters van Onze Lieve Vrouw en daarna liep hij school bij meester Seynaeve. Van 1877 tot 1880 volgde hij lessen van meester Dewilde in het pensionaat van Waregem. Samen met zijn twee broers ontving hij nog een jaar lessen van Henri Claeys van de Vrije Katholieke School. In oktober 1881 trekt de dan 12-jarige Vanmeerhaeghe naar het Sint-Amandscollege te Kortrijk om er de Grieks-Latijnse humaniora te volgen.

Religieuze carrière

Missionaris in China Remi Vanmeerhaeghe voelde zich tot priester geroepen net als zijn broer Aimé. Aimé zou later onderpastoor van Otegem worden. Remi wou meer bepaald missionaris worden. Hij sloot zich op 7 september 1889 aan bij het noviciaat van de Zendingencongregatie van het Onbevlekt Hart van Maria te Scheut. Na een proefjaar volgde hij nog vier jaar Wijsbegeerte en Godgeleerdheid te Scheut en te Leuven. Uiteindelijk werd hij op 22 juli 1894 in de kapel van het missiehuis te Scheut door monseigneur Vander Stappen tot priester gewijd. Een week later droeg hij zijn eremis op in de Sint-Amandus- en Sint-Blasiuskerk in Waregem. Ondertussen had hij zijn keuze gemaakt om als zendeling naar China te trekken.

Op 16 september 1894 vertrok Remi Vanmeerhaeghe vanuit Brussel met zijn confraters Jan Braem, Leo De Smet en Alois Goessens richting Lourdes. Vervolgens gingen ze naar Marseille, waar ze een boot naar Shanghai namen. Remi reist over Peking, door Midden- en Zuidwest-Mongolië, tot hij op 21 december aankomt in de bisschoppelijke residentie van Santong He. Pater Vanmeerhaeghe verbleef een tiental maanden bij de bisschop Ferdinand Hamer om er Chinees te leren.

In oktober 1895 werd hij naar zijn eindbestemming van zijn reis gestuurd, naar de missie van Xiatingzi. Het dorp was halfchristelijk en halfheidens en was gelegen op de linkeroever van de Gele Rivier aan de voet van de Altaj. Tot 1900 werkte hij in het dorp en werd hij zeer geliefd bij de christelijke inwoners, hij kreeg zelfs de bijnaam Mai Ta Jen. In 1899 brak de Boksersopstand uit. Deze anti-buitenlandse en anti-christelijke beweging leidde in verschillende delen van China tot gewelddadige vervolging van christenen en buitenlandse missionarissen. Voor zijn eigen veiligheid keerde Vanmeerhaeghe in 1900 terug naar Waregem, via de transsiberische spoorlijn, waar hij terug bij zijn moeder verbleef.

Terugkeer en dood Tijdens de vijf maanden die hij in Waregem woonde, koesterde Vanmeerhaeghe het verlangen om terug naar China te keren. Dit gevoel werd verder aangewakkerd door een brief van zijn Chinese geloofsgemeenschap. In die brief beschreven de inwoners hoe er nog honderd kinderen ongedoopt waren en dat er ondertussen een protestantse missionaris was aangekomen die de katholieke godsdienst vals noemde. Ze smeekten hem om terug te keren naar China en Vanmeerhaeghe zou hun wens inwilligen.

Vanmeerhaeghe was van plan om met zeven confraters naar China te gaan via Rusland en Siberië, door de woestijn van Gobi en Mongolië, om zo terug bij hun geloofsgemeenschap te geraken. Dit plan viel echter in duigen doordat Rusland hen de doorreis verbood. Hij kreeg een paar dagen later weliswaar bericht dat hij op 5 mei 1901 op een boot in Marseille mocht stappen om naar China te gaan. Vanmeerhaeghe maakte dezelfde reis als de vorige keer. Toen hij terug in Xiatingzi aankwam, was de situatie nog altijd zeer gespannen en gevaarlijk.

Op de avond van 13 september 1901 werd Remi Vanmeerhaeghe vermoord in zijn residentie in Xiatingzi. Hij en enkele van zijn confraters waren overvallen door een dertigtal gewapende mannen. Hij was op dat moment 32 jaar oud. Diezelfde avond werd ook de kerk van Xiatingzi verbrand. Zijn lichaam werd aanvankelijk begraven op het kerkhof van Xiatingzi. In januari 1907 werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar Santong He.

Nagedachtenis In de Sint-Amandus- en Sint-Blasiuskerk in Waregem werd op 3 februari 1902 een plechtige lijkdienst gehouden. De plechtigheid werd bijgewoond door veel geestelijke notabelen en ook wereldlijke leiders, zoals Pierre Tack, Georges Vercruysse, Jules Storme en Ernest Reynaert. Ook in de Sint-Amandus- en Sint-Annakerk in Otegem en in het Sint-Amandscollege in Kortrijk werd een nagedachtenis georganiseerd. Bij de herdenking in het college werd geld opgehaald om een bronzen gedenkplaat in de zuidermuur van de kapel van het college te installeren. Er werd een toneelstuk geschreven over het leven van Vanmeerhaeghe, genaamd 'Een Manhaftig Missionaris'. Het toneelstuk van drie bedrijven werd geschreven door Scheutist Falmeygh en werd uitgegeven in 1928, te Tielt. Verder werd er ook een straat in Nieuwenhove naar hem vernoemd.

Op 4 september 1954 schreven August Cras, Antoon Callu en de gemeenteraad een brief aan paus Pius XII. In die brief verzoeken ze de paus om Vanmeerhaeghe heilig te verklaren opdat de verering van martelaren in China de christenen onder communistisch bewind zou inspireren om aan hun geloof vast te houden. Het proces tot heiligverklaring is inmiddels stilgevallen. Categorie:Belgisch missionaris Categorie:Belgisch priester