Eduard Deisenhofer (Freising, 27 juli 1909 – Arnswalde, 31 januari 1945) was een Duitse officier en SS-Oberführer in de Waffen-SS tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was een vroeg lid van de SS en diende in de jaren 1930 bij de Leibstandarte SS Adolf Hitler en in het concentratiekamp Dachau. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht Deisenhofer bij verschillende gevechtseenheden aan zowel het Oost- als het Westfront, waarbij hij werd onderscheiden met het Ridderkruis van het IJzeren Kruis. Daarnaast promoveerde hij tot doctor in de politieke economie. Leven Op 27 juli 1909 werd Deisenhofer geboren in Freising als de zoon van een plaatselijke slachthuisdirecteur. Hij groeide op in een middenklassegezin en was een voorbeeldige leerling op school. Na het behalen van zijn AbiturYerger 1997, p.117., ging hij naar de universiteit. Deisenhofer studeerde scheikunde en politieke economie aan de universiteiten van München, Rostock en Würzburg. In februari 1934 behaalde hij zijn doctoraat.

Interbellum Tijdens zijn studie kwam hij in contact met leden van de NSDAP, wat er al snel toe leidde dat hij op 1 juni 1930 lid werd van de SA. In oktober van datzelfde jaar stapte hij over naar de SS. Deisenhofer diende eerst bij de SA in Würzburg voordat hij de overstap naar de SS maakte. Op 8 juli 1932 volgde zijn bevordering tot SS-Scharführer.

Deisenhofer bekleedde verschillende lagere commandofuncties. Zo diende hij in 1934 bij de Leibstandarte SS Adolf Hitler en in 1935 in het concentratiekamp Dachau. Gedurende de volgende twee jaar diende hij bij de SS-Totenkopfverbände-eenheden III./SS-Totenkopfsturmbann "Sachsen" en III./SS-Totenkopfsturmbann "Thüringen".

Tweede Wereldoorlog Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Deisenhofer commandant van de II./1.SS-Totenkopfstandarte "Oberbayern" en verantwoordelijk voor politie- en veiligheidsmaatregelen tijdens de Poolse Veldtocht. Na de Poolse Veldtocht werd zijn eenheid opgenomen in de "Totenkopf" Division als II./SS-Totenkopf-Infanterie-Regiment 1. Hij diende met deze eenheid als bataljonscommandant tijdens de campagne in het Westen, waar hij op 19 mei 1940 bij Châtillon gewond raakte door een schotwond in zijn kniegewricht.Krätschmer 2012, p.284. Tijdens zijn herstel in de winter van 1940-1941 vroeg Deisenhofer studieverlof aan om een tweede doctoraat, ditmaal in de rechtsgeleerdheid, te behalen aan de universiteit van Göttingen. Hierna keerde hij in april 1941 terug naar actieve militaire dienst.

In mei 1941 werd Deisenhofer benoemd tot commandant van het 3e bataljon van de nieuw gevormde Nederlandse en Vlaamse vrijwilligersformatie SS-Freiwilligen-Standarte "Nordwest". In augustus 1941 werd hij overgeplaatst naar het SS-Panzer-Grenadier-Regiment 9 "Germania", een van de infanterieregimenten van de divisie "Wiking", waarmee hij vocht aan het Oostfront. Hierbij raakte Deisenhofer op 3 november 1941 door een handgranaat ernstig gewond. Na zijn herstel werd hij in februari 1942 teruggeplaatst als bataljonscommandant binnen de "Totenkopf" Division. Deze divisie raakte omsingeld in de Zak van Demjansk, waar hij tijdens de uitbraakpogingen een gevechtsgroep aanvoerde. In de nacht van 30 april op 1 mei 1942 nam hij met tachtig man bij verrassing het bruggenhoofd van Novosselje in, waarna ze de positie ondanks hevige vijandelijke tegenaanvallen wisten te behouden. Voor deze daad werd Deisenhofer onderscheiden met het Ridderkruis van het IJzeren Kruis.

Van 25 september 1942 tot september 1943 werd Deisenhofer ingezet als hoofd van een opleidingsgroep aan de SS-Junkerschule in Bad Tölz. In deze periode volgde hij meerdere militaire trainingen in Wünsdorf. Hierna werd Deisenhofer overgeplaatst naar het SS-Führungshauptamt, waar hij werd ingedeeld bij de inspectie van de infanterie. Aansluitend volgde zijn aanstelling als hoofd van Amt XI (Officiersopleidingen en SS-Officierskadettenscholen) binnen het SS-Führungshauptamt.

In maart 1944 keerde Deisenhofer weer terug naar het front als commandant van het SS-Panzergrenadier-Regiment 21 binnen de 10. SS-Panzer-Division Frundsberg. Dit regiment nam deel aan de operatie om het omsingelde 1e Pantserleger van Generaloberst Hans-Valentin Hube te ontzetten, een strijd die bekendstond als de Zak van Kamenets-Podolsky.

De divisie "Frundsberg" werd naar Normandië gestuurd in een poging om de opmars van de 21e Legergroep van veldmaarschalk Bernard Montgomery naar Caen te stoppen. De eenheid van Deisenhofer kwam in actie tijdens Operatie Epsom, wat leidde tot een Duitse nederlaag. Op 20 juli kreeg Deisenhofer het bevel om terug te keren naar het Oostfront om tijdelijk het commando over te nemen van de 5. SS-Panzer-Division "Wiking", die op dat moment verwikkeld was in zware gevechten in de omgeving van Modlin. SS-Generaal Herbert Otto Gille, de commandant van het IV SS Pantserkorps, verving hem echter al snel. Gille besloot om vanaf 11 augustus 1944 SS-Standartenführer Johannes Mühlenkamp definitief te handhaven als commandant van de Wiking-divisie.

Dood Na zijn benoeming tot commandant van de 15. Waffen-Grenadier-Division der SS (lettische Nr. 1) verdween Deisenhofer eind januari 1945 tijdens de reis naar zijn nieuwe commandopost, samen met zijn chauffeur en adjudant. Zijn stafauto werd destijds aangevallen door een Sovjet-grondaanvalsvliegtuig, waarna hij officieel als vermist in actie werd opgegeven.

Triviaal Conflict binnen de SS en tijdelijke degradatie (1935)Dillon 2016, p.76. In 1935 raakte Deisenhofer door interne conflicten binnen de SS in opspraak. Heinrich Himmler plaatste hem daarop voor een periode van drie maanden over naar de bewakingseenheden van het concentratiekamp Dachau. Hoewel hij officieel de rang van SS-Obersturmführer behield, moest hij deze proeftijd — die door de SS-leiding werd gepresenteerd als een aanvullende leiderschapstraining — doorbrengen in de functie en tegen de soldij van een gewone soldaat. Deisenhofer maakte schriftelijk bezwaar tegen deze maatregel en de bijbehorende lage vergoeding. Hij weet de situatie aan persoonlijke tegenwerking door een voormalige ondergeschikte. Uit interne documenten van de SS bleek echter dat de leiding hem nog te jong vond voor een officiersfunctie binnen de SS-Verfügungstruppe. Daarnaast kreeg hij het verwijt dat hij tactloos omsprong met ondergeschikten en herhaaldelijk onder invloed van alcohol was gesignaleerd. Hoewel Deisenhofer buiten diensttijd zijn officiersuniform mocht blijven dragen, schikte hij zich uiteindelijk in de overplaatsing naar het concentratiekamppersoneel.

Familie Op 30 januari 1936 trouwde Deisenhofer met Edeltraut Holzapfel. Het echtpaar kreeg drie dochters, van wie er één tijdens een geallieerd bombardement om het leven kwam.

Militaire carrière SS-Oberführer: 1 januari 1945 SS-Standartenführer: 20 april 1944Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP. Stand vom 9. November 1944. p.47. SS-Obersturmbannführer: 20 april 1942Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP van 01.10.1943. p.19. Geraadpleegd op 23 augustus 2026. SS-Sturmbannführer: 2 oktober 1938 SS-Hauptsturmführer: 15 september 1935Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP van 01.12.1936. p.60-61. Geraadpleegd op 23 augustus 2026. SS-Obersturmführer: 20 april 1934 SS-Sturmführer: 8 november 1933Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP van 01.10.1934. p.33. Geraadpleegd op 23 augustus 2026. SS-Obertruppführer: 21 augustus 1933 SS-Truppführer: 17 mei 1933 SS-Scharführer: 8 juli 1932 SS-Mann: 9 december 1930Axis History Forum: SS-Oberführer Deisenhofer, Eduard, Dr. born 27.06.1909. Geraadpleegd op 23 augustus 2026.

Lidmaatschapsnummers NSDAP-nr.: 250 226 (lid geworden 25 mei 1930Tixier 2019, p.SS OFHR DEISENHOFER.) SS-nr.: 3642 (lid geworden 1 oktober 1930)

Onderscheidingen Selectie: Ridderkruis van het IJzeren Kruis op 8 mei 1942 als SS-Sturmbannführer en Commandant van de I./SS-"Totenkopf"-Infanterie-Regiment 1Schneider 1977, p.61.Scherzer 2005, p.246.TRACESOFWAR: Deisenhofer, Dr.jur., Eduard „Eddi" (Waffen SS). Geraadpleegd op 24 augustus 2026. Duits Kruis in goud op 29 april 1942 als SS-Sturmbannführer en Commandant van de I./SS-"Totenkopf"-Infanterie-Regiment 1 IJzeren Kruis 1939, 1e Klasse en 2e Klasse (beide klasse) op 26 juni 1940

Deisenhofer Deisenhofer Deisenhofer Deisenhofer Deisenhofer Deisenhofer Deisenhofer