Léon Carvalho (Port Louis, 1825 - Parijs, 29 december 1897), geboren als Léon Carvaille, was een Frans operazanger en theaterdirecteur. Onder zijn leiding werd het Théâtre Lyrique een van de meest toonaangevende theaters van Parijs.

Hij is benoemd tot ridder in het Legioen van Eer.

Beginjaren Carvalho werd geboren op het eiland Mauritius, waar hij als jongeling een conservatorium oprichtte. Hierna vertrok hij naar Parijs om aan het conservatorium aldaar een zangstudie te volgen.

Vanaf 1848 kreeg Carvalho als bariton kleine zangrollen bij de Parijse Opéra-Comique. Hij ontmoette hier de zangeres Marie Caroline Félix-Miolan, met wie hij in 1853 in het huwelijk trad.

Théâtre Lyrique In 1856 werd Carvalho directeur van het Théâtre Lyrique, terwijl zijn echtgenote hier was aangenomen als prima donna. Carvalho wist van dit ongesubsidieerde theatergezelschap een vooraanstaand operahuis te maken en hij programmeerde zowel populaire opera's als vergeten werken van Mozart, Beethoven en Gluck. Ook bood Carvalho ruimte aan nieuwe opera's van Franse componisten als Charles Gounod (Faust, 1859, met Carvalho's echtgenote in de rol van Marguerite) en George Bizet (De Parelvissers, 1863).

Onderbreking De nieuwe opera Les Troyens van Hector Berlioz zou worden opgevoerd bij de opening van het nieuwe theatergebouw aan de Place du Châtelet. Carvalho nam echter op 1 april 1860 onverwacht ontslag. Zijn opvolger Charles Réty (1826-1895) bleek niet in staat het theater goed te leiden en Berlioz trok zich terug.

Uiteindelijk keerde Carvalho in oktober 1862 keerde weer terug als directeur en kon Les Troyens eind 1863 alsnog worden opgevoerd in het Théâtre Lyrique.

Faillissement In 1868 nam Carvalho het kwakkelende Théâtre de la Renaissance over. Dit bleek echter een stap te ver: Carvalho geraakte in grote financiële problemen en ging nog datzelfde jaar failliet. Hij raakte zijn aanstelling bij het Théâtre Lyrique kwijt. Zijn echtgenote moest nu aan de slag bij de Opéra om de schulden te kunnen afbetalen.

Nadat het Théâtre Lyrique in 1870 ten onder dreigde te gaan, kreeg Carvalho het verzoek om opnieuw directeur te worden. Hij wees dit verzoek af.

Van 1872 tot 1874 was hij directeur van het Théâtre du Vaudeville. Hij wist Bizet in te huren om muziek te schrijven bij L’Arlésienne van de schrijver Alphonse Daudet.

Opéra-Comique Van 1876 tot 1887 was Carvalho directeur van de Opéra-Comique. Onder zijn leiding beleefden opera's als Les contes d’Hoffmann van Jacques Offenbach, Manon van Jules Massenet en Lakmé van Léo Delibes hun première. Het merendeel van de producties bestond echter uit reeds bekende werken.

Brand en rechtszaak Op 25 mei 1887 brandde het theater af en Carvalho werd hiervoor persoonlijk aansprakelijk gesteld. Hij moest nu noodgedwongen zijn functie opgeven. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden en een boete van 200 frank; bovendien draaide hij op voor alle kosten die zouden voortkomen uit rechtszaken over de doden en gewonden. In 1888 werd hij echter in hoger beroep vrijgesproken.

In 1891 weer hij weer als directeur aangesteld. Tot aan zijn overlijden in 1897 zou hij deze functie uitoefenen.

Categorie:Opera Categorie:Frans bariton