Quod Auctoritate is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 22 december 1885, waarmee hij voor het jaar 1886 een buitengewoon jubeljaar afkondigde. De encycliek is gericht aan de patriarchen, primaten, aartsbisschoppen, bisschoppen en andere plaatselijke ordinarissen die in gemeenschap met de Heilige Stoel stonden.Leo XIII, Quod Auctoritate, Heilige Stoel, 22 december 1885, geraadpleegd op 25 augustus 2026. Het jubeljaar moest volgens de encycliek bijdragen aan geestelijke en morele vernieuwing door boete, gebed, sacramentele praktijk en liefdadigheid. Leo XIII plaatste het jubeljaar in het bijzonder onder de bescherming van Maria als Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans.
Achtergrond Leo XIII was paus van 1878 tot 1903. Zijn pontificaat speelde een belangrijke rol in de katholieke reactie op de politieke, intellectuele en maatschappelijke veranderingen van de negentiende eeuw. De politicoloog Robert P. Kraynak beschrijft Leo's benadering van de moderniteit als een poging onderscheid te maken tussen volgens de Kerk onveranderlijke geloofswaarheden en aspecten van het katholieke denken die konden worden aangepast aan een wetenschappelijke, democratische en geïndustrialiseerde samenleving. Een belangrijk onderdeel daarvan was de herwaardering van de thomistische filosofie en het natuurrecht.Robert P. Kraynak, “Pope Leo XIII and the Catholic Response to Modernity”, in Joëlle Rollo-Koster, Robert A. Ventresca, Melodie H. Eichbauer en Miles Pattenden (red.), The Cambridge History of the Papacy, Cambridge University Press, 2025, pp. 457–474, doi:10.1017/9781108750608.021.
Kort voor Quod Auctoritate, op 1 november 1885, publiceerde Leo XIII Immortale Dei, over zijn opvatting van de christelijke inrichting van de staat en de verhouding tussen Kerk, burger en overheid.Leo XIII, Immortale Dei, Heilige Stoel, 1 november 1885, geraadpleegd op 25 augustus 2026. Aan het begin van Quod Auctoritate verwijst de paus naar een recente encycliek waarin hij had uiteengezet dat staten zich volgens hem naar de christelijke waarheid en het christelijke ideaal moesten richten. Hij verbindt dit vervolgens met de morele vorming van individuele burgers: volgens zijn redenering wordt de kwaliteit van het openbare leven mede bepaald door de opvattingen en gedragingen van de personen die de samenleving vormen.
Inhoud
Doel van het jubeljaar Leo XIII presenteert het buitengewone jubeljaar als een middel tot geestelijke hernieuwing. Hij beschrijft verschillende verschijnselen van zijn tijd die hij als morele en religieuze bedreigingen beschouwt, waaronder het volgens hem losser worden van de zeden, het onbeheerst volgen van hartstochten en de verspreiding van opvattingen die mensen van God en het christelijk geloof zouden verwijderen.
Het beoogde resultaat van het jubeljaar beperkt hij niet tot het geestelijk welzijn van afzonderlijke gelovigen. De encycliek legt een direct verband tussen persoonlijke deugd en het algemeen maatschappelijk welzijn: naarmate individuele burgers volgens Leo XIII moreel groeien, zouden ook de rechtschapenheid en zeden van het openbare leven verbeteren. Deze gedachte sluit aan bij de bredere belangstelling van Leo XIII voor de relatie tussen moraal, samenleving en politieke orde.
Boete en gebed Een centrale plaats in de encycliek wordt toegekend aan de boete. Leo XIII draagt de bisschoppen op de gelovigen daarop voor te bereiden en verwijst hierbij naar Augustinus van Hippo. Naast geestelijke inkeer noemt hij lichamelijke versterving, vasten en matigheid. Opvallend is dat de paus de verplichting tot zelfbeheersing niet uitsluitend op het Evangelie baseert, maar ook uitdrukkelijk op de „natuurlijke rede”. Hij beveelt tevens de bevordering aan van de seculiere Derde Orde van Sint-Franciscus, die volgens hem het christelijke ideaal van boete en zelfbeheersing kon ondersteunen.
Gebed vormt een tweede hoofdthema. De encycliek onderbouwt de oproep tot voortdurend gebed met verwijzingen naar het Evangelie volgens Matteüs (7:7), het Evangelie volgens Lucas (18:1), de Eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen (5:17) en de Eerste brief van Paulus aan Timoteüs (2:1). Daarnaast wordt Johannes Chrysostomus aangehaald over de betekenis van het gebed voor het geestelijk leven.
Rozenkrans en kerkelijke eenheid Leo XIII besteedt bijzondere aandacht aan het rozenkransgebed. Hij verwijst naar zijn eerdere bevordering daarvan en vraagt de bisschoppen deze devotie verder te stimuleren. De rozenkrans wordt in de encycliek voorgesteld als een toegankelijke vorm van het gebed waartoe het jubeljaar de gelovigen moest aansporen.
De paus verbindt de gewenste geestelijke vernieuwing tevens met kerkelijke eenheid. Hij waarschuwt tegen interne verdeeldheid onder katholieken en beroept zich daarbij op het gebed van Jezus om de eenheid van zijn volgelingen in Johannes 17:21.
Aflaten en voorwaarden Met beroep op het apostolisch gezag en op de aan Petrus en de apostelen toegeschreven macht om te „binden en te ontbinden” verleende Leo XIII voor het jaar 1886 een volle aflaat in de vorm van een algemeen jubeljaar, mits de gelovigen aan de voorgeschreven voorwaarden voldeden.
Voor inwoners en bezoekers van Rome schreef de encycliek bezoeken voor aan de Sint-Jan van Lateranen, de Sint-Pietersbasiliek en de Basiliek van Santa Maria Maggiore. Daarbij moest worden gebeden voor de Kerk, voor de bekering van dwalenden, voor eensgezindheid onder christelijke vorsten en voor vrede en eenheid onder de gelovigen. Verder golden twee dagen vasten, de biecht, het ontvangen van de eucharistie en het geven van een aalmoes aan een kerkelijk of religieus doel. Als bijzonder geschikte bestemmingen voor dergelijke giften noemde Leo XIII jongensscholen en priesterseminaries.
Voor gelovigen buiten Rome wees de plaatselijke kerkelijke overheid kerken aan die een bepaald aantal malen moesten worden bezocht. De encycliek bevatte daarnaast aangepaste bepalingen voor onder anderen reizigers, zeelieden, kloosterlingen, gevangenen en zieken. Biechtvaders kregen onder bepaalde omstandigheden de bevoegdheid de voorgeschreven oefeningen door andere vrome werken te vervangen. De aflaat kon volgens de encycliek ook bij wijze van voorbede worden toegepast op overledenen die in gemeenschap met God waren gestorven.
Theologische en filosofische thematiek
Bijbelse en kerkelijke grondslagen Quod Auctoritate is in de eerste plaats een pastoraal en disciplinair document over de viering van het jubeljaar en geen systematische theologische verhandeling. De argumentatie steunt niettemin op een combinatie van Bijbelteksten, patristische verwijzingen en het pauselijk leer- en bestuursgezag. De geciteerde Schriftplaatsen hebben vooral betrekking op volhardend gebed en kerkelijke eenheid, terwijl Augustinus en Johannes Chrysostomus als gezaghebbende stemmen uit de kerkelijke traditie worden aangehaald.
Het heil van de gelovige wordt in de tekst verbonden met goddelijke genade en met een menselijke reactie daarop door bekering, boete, gebed en de sacramenten. De biecht en eucharistie behoren tot de voorwaarden voor het verkrijgen van de jubileumaflaat. Maria krijgt daarbij een voorbiddende en beschermende rol: het jubeljaar wordt onder het patronaat van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans geplaatst.
Ook de kerkelijke hiërarchie heeft een praktische functie in de uitvoering van het jubeljaar. De paus kondigt het jubeljaar af en bepaalt de algemene voorwaarden, terwijl bisschoppen en andere ordinarissen verantwoordelijk zijn voor de voorbereiding van de gelovigen en voor de lokale uitvoering van verschillende voorschriften.
Mensbeeld, rede en ethiek De filosofisch relevante passages van de encycliek betreffen vooral de morele antropologie. Leo XIII beschrijft de mens als een wezen dat zijn hartstochten door zelfbeheersing moet ordenen. Hij voert daarvoor zowel de evangelische wet als de natuurlijke rede aan. Deugd wordt daarmee niet alleen als een religieuze verplichting voorgesteld, maar tevens als iets dat volgens de paus redelijk kan worden ingezien.
Deze passages moeten worden gezien binnen de bredere intellectuele context van Leo XIII's pontificaat. Kraynak wijst op de centrale positie van het thomisme en het natuurrecht in Leo's reactie op de moderniteit. Quod Auctoritate zelf biedt echter geen systematische uiteenzetting van het thomisme en noemt Thomas van Aquino in deze argumentatie niet. Het expliciete filosofische aanknopingspunt in de tekst is vooral het beroep op de natuurlijke rede naast de geopenbaarde christelijke norm.
Individu en samenleving Een terugkerend uitgangspunt is dat persoonlijke moraal en maatschappelijke orde niet los van elkaar kunnen worden gezien. Leo XIII vergelijkt de staat met een samengesteld geheel waarvan de kwaliteit afhankelijk is van zijn afzonderlijke delen. De opvattingen en levenswijze van burgers werken volgens hem door in de openbare instellingen; daarom dienen christenen volgens de encycliek zowel in hun privéleven als in het publieke leven overeenkomstig hun geloof te handelen.
Daaruit volgt dat het jubeljaar ook een maatschappelijke betekenis krijgt. Boete en gebed zijn primair gericht op het geestelijk leven van de gelovige, maar de verwachte verbetering van individuele deugd moet volgens Leo XIII tevens bijdragen aan een vreedzamer en moreel beter geordend openbaar leven. Deze koppeling tussen individuele moraal, natuurrecht en het algemeen welzijn behoort ook tot de bredere sociale en politieke gedachtewereld die in onderzoek naar Leo XIII's pontificaat wordt onderscheiden.
Verhouding tot de moderniteit De encycliek formuleert geen algemene theorie van de moderniteit, maar reageert wel expliciet op wat Leo XIII als problemen van zijn tijd beschouwde. Hij bekritiseert de volgens hem toegenomen macht van hartstochten, onbeperkte meningsvorming en bewegingen die mensen van het christendom verwijderden. Als antwoord stelt hij geen louter politieke hervorming voor, maar een moreel-religieus programma van bekering, zelfbeheersing, gebed, sacramenteel leven en onderlinge eenheid.
Daarmee past de encycliek in een breder patroon binnen Leo XIII's pontificaat, waarin de katholieke reactie op de moderne samenleving zowel doctrinaire continuïteit als een herformulering van filosofische en sociale argumenten omvatte. In de geschiedschrijving wordt met name de herleving van het thomisme en het natuurrecht als een belangrijk onderdeel van deze benadering beschouwd.
Publicatie en contemporaine verwerking De Latijnse tekst van Quod auctoritate werd gepubliceerd in deel 18 van de Acta Sanctae Sedis (1885), op pagina's 257–262.Leo XIII, Quod auctoritate, Heilige Stoel; oorspronkelijke publicatie in Acta Sanctae Sedis, 18 (1885), pp. 257–262, geraadpleegd op 25 augustus 2026.
De encycliek kreeg reeds in 1886 praktische commentaren. In Amiens verscheen bijvoorbeeld Le jubilé de 1886: commentaire pratique de l'encyclique "Quod auctoritate" van H. Moureau, een 48 pagina's tellende publicatie die volgens de bibliografische gegevens oorspronkelijk als bijdrage uit de Revue des sciences ecclésiastiques was verschenen.H. Moureau, Le jubilé de 1886 : commentaire pratique de l'encyclique "quod auctoritate", Amiens: Rousseau-Leroy, 1886, 48 p.; bibliografische gegevens via CiNii Books, National Institute of Informatics.
Zie ook
Leo XIII Heilig Jaar Immortale Dei Lijst van encyclieken van paus Leo XIII
Externe link
Quod Auctoritate - officiële Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel
Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:1885