Jacques Tourniaire (Grenoble, 17 oktober 1772 – Koningsbergen, 14 januari 1829) was een Frans kunstrijder, circusdirecteur en houder van een reizende menagerie. Hij bouwde in 1827 te Sint-Petersburg een eigen circusgebouw, dat wordt beschouwd als het eerste van Rusland, en werd door tsaar Nicolaas I tot erestalmeester benoemd.
Tourniaire trok bijna dertig jaar met een eigen gezelschap door Frankrijk, de Italiaanse staten, de Duitse landen, de Nederlanden, Scandinavië en Rusland. Vanaf 1816 reisde daarnaast een menagerie mee, waarvan de olifant en de neushoorn in verschillende steden van Midden-Europa tot de eerste behoorden die het publiek te zien kreeg.
Zijn nakomelingen bleven in het vak. Een van zijn zoons gaf het circusleven op en vestigde zich in Dordrecht, waar hij in 1849 een rijschool opende. Uit die tak komt het Nederlandse toneelgeslacht Tourniaire voort, met de acteurs Ernest Tourniaire (1850-1921) en diens kinderen Oscar Tourniaire (1880-1939) en Jopie Tourniaire (1888-1969).
Afkomst en opleiding
Jacques Tourniaire werd op 17 oktober 1772 te Grenoble geboren als zoon van Louis Tourniaire, wiens naam in de akten ook als Tournière voorkomt, en van Madelaine Maugiron, rondtrekkende kooplieden.Dominique Denis, "Premiers cirques européens de Jacques Tourniaire", Circus Parade, 24 november 2018. Reconstructie samengesteld met Peter Bräuning, Paul Salasca en Hermann Saguemüller, op basis van doopakten en akten van de burgerlijke stand. circus-parade.com"Tourniaire, Jacques (1772-1829)", Deutsche Nationalbibliothek, Gemeinsame Normdatei 1262577322. d-nb.info Hij had een broer Louis, die later eveneens een eigen kermisonderneming leidde.
Volgens Annelore Rieke-Müller en Lothar Dittrich trad hij al op zijn vijftiende in Parijs op bij Philip Astley en daarna bij Antonio Franconi, en maakte hij omstreeks 1800 naam als kunstrijder.Annelore Rieke-Müller en Lothar Dittrich, Unterwegs mit wilden Tieren. Wandermenagerien zwischen Belehrung und Kommerz 1750-1850, Marburg (Basilisken-Presse) 1999, p. 33-39. Hij trouwde met de schoolrijderes Philippine Rödiger, dochter van een dierenhandelaar, die zelf tot de bekendste amazones van haar tijd ging behoren.Over haar persoonsgegevens lopen de bronnen uiteen. De Duitse autoriteitsgegevens noemen haar geboren in 1780 te Nancy en overleden op 3 april 1852 te Koningsbergen, met Rödiger als eerdere en Mayne als hertrouwnaam. Dominique Denis noemt haar Philippine Barbe Louise Catherine Rödiger, geboren in 1782 te Leipzig. De Duitstalige Wikipedia houdt 1780-1850 aan.
Het gezelschap
Het eerste bekende optreden van Tourniaire aan het hoofd van een gezelschap dateert van 14 december 1800 te Stuttgart. Het jaar daarop richtte hij een eigen compagnie op, waarin naast kunstrijders ook acrobaten, poppenspelers en pantomimespelers optraden en die hij samen met zijn vrouw leidde.
De route van het gezelschap laat zich volgen aan de geboorteplaatsen van zijn kinderen: Benoît te Lyon in 1801, Marie Louise te Bordeaux in 1802, Henriette te Amsterdam op 30 september 1804, Adélaïde te Rome in 1808, Louis te Milaan in 1809, Julie Félicie te L'Aquila in 1811, Ernest te Grenoble in 1817 en Ferdinand te Rijsel in 1824. In 1805 deed de compagnie Gent, Frankfurt am Main, Straatsburg en Bern aan; daarna volgden de Italiaanse staten, Denemarken en Rusland.
In 1816 liet Tourniaire zich aankondigen als ruiter van de Royal School of London en reisde hij met twintig personen en dertig paarden; in juni 1821 telde het gezelschap te Neurenberg dertig personen en veertig paarden. Het programma bestond uit hogeschoolrijden, sprongen op de batoude, koorddansen door de familie Foureaux en grote pantomimes als De dood van de held Marlborough, Mars en Venus op het eiland Cythera en Timoer de Tartaar.
Na Berlijn en Leipzig speelde het gezelschap in mei en juni 1822 in het Circus Gymnasticus te Wenen. De winter daarop gaf Tourniaire zijn onderneming in de manege van Meitzen te Breslau voor het eerst de naam Cirque Olympique, ontleend aan de Parijse instelling van Franconi.
De menagerie
thumb|De Indische neushoorn van Jacques en Philippine Tourniaire, 1820
Toen koning Frederik I van Württemberg op 30 oktober 1816 overleed, werd de vorstelijke menagerie te Stuttgart te koop aangeboden. Tourniaire kocht er een aantal papegaaien, een Afrikaanse struisvogel, enkele grote apen en de olifant; voor die olifant alleen betaalde hij elfhonderd gulden.Rieke-Müller en Dittrich 1999, p. 39 en 62-75. In hetzelfde jaar breidde hij zijn gezelschap uit met een reizende menagerie met koninklijk privilege, waarvan hij de dieren in Londen had bijeengebracht.
Een aanplakbiljet uit 1817 noemt vijfendertig dieren, waaronder een witstaartgnoe die als "gehoornd paard" werd aangekondigd, een gedresseerd hert en later een Indische neushoorn. Op de reizen door de Nederlanden, België en Frankrijk exploiteerde mevrouw Tourniaire de menagerie alleen; in sommige steden traden beide ondernemingen tegelijk op. Zij verkocht de verzameling in 1824 te Brussel, maar hield de neushoorn en de olifant, waarmee zij bleef rondtrekken.
Het Cirque Olympique te Sint-Petersburg
In 1826 trad Tourniaire op te Moskou, in de manege van het Paleis Pasjkov aan de Mochovajastraat, tegenwoordig de Russische Staatsbibliotheek.Dominique Jando, "The Circuses of Moscow", Circopedia. circopedia.org Het jaar daarop vestigde hij zich in Sint-Petersburg, destijds de hoofdstad van het rijk, en liet hij door de architect Smaragd Sjoestov bij de Fontanka een gebouw neerzetten dat hij Cirque Olympique noemde. Hij speelde er van 11 december 1827 tot mei 1828. Volgens circushistoricus Dominique Jando is dit het eerste circusgebouw dat in Rusland is opgetrokken; het stond vrijwel op de plaats van het huidige Circus Ciniselli.
De onderneming was van korte duur: het hofbestuur kocht de deelneming van Tourniaire in 1828 op en richtte in het gebouw een theater in.Rieke-Müller en Dittrich 1999, p. 39.De twee lezingen verschillen over de aard van de transactie. Rieke-Müller en Dittrich schrijven dat Tourniaire in 1827 voor dertigduizend roebel aandelen kocht in een gepland circusgebouw dat hem een vaste speelplaats moest bezorgen, en dat het hof daar een theater van maakte. Dominique Denis en Dominique Jando beschrijven daarentegen een gebouw dat Tourniaire zelf door de architect Sjoestov liet neerzetten. Beide lezingen komen overeen over de afkoop in 1828 en over de theaterbestemming. Nicolaas I benoemde hem tot erestalmeester, een eer die de familie nog zestig jaar later memoreerde.E. J. J. B. Tourniaire, Eenige aanteekeningen uit mijn leven, Amsterdam (De Erven H. van Munster en Zoon) 1893, p. 5: "Mijn grootouders waren Jacques Tourniaire, directeur van het Keizerlijk Russisch circus en Ehren-Stallmeister van Z. M. Nicolaus, Keizer aller Russen, en Philippine Tourniaire-Rödiger, de beroemde schoolrijderes." via Google Books
Na een terugkeer naar Kopenhagen en de Duitse landen overleed Jacques Tourniaire op 14 januari 1829 te Koningsbergen. Zijn weduwe nam de leiding van het gezelschap over.
Nakomelingen
De Duitse autoriteitsgegevens noemen zes kinderen: Sophie, Ernest, Adelheid, Benoît, François en Louise. De vier zoons bleven in het vak: twee stichtten een circus waarmee zij naar Engeland en Amerika trokken, de twee anderen traden als kunstrijders toe tot een gezelschap en namen in 1835 de olifant en de neushoorn van hun moeder over. Van de dochters trouwde er een met de directeur van de dierentuin van Kopenhagen en een met een edelman.
Ernest Jean Joseph Bachigaloupi Tourniaire, in 1817 te Grenoble geboren, verliet het circus en vestigde zich te Dordrecht, waar hij vanaf 1849 een rijschool dreef en in 1864 overleed.J. van Doveren, "De circusdynastie Tourniaire", Algemeen Handelsblad, 3 augustus 1963, p. 18. via Delpher Diens zoon Ernest Tourniaire werd toneelspeler bij de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel en beschreef in 1893 zijn grootouders in een memoire. Twee van diens kinderen, Oscar Tourniaire en Jopie Tourniaire, werden eveneens acteur.
De naam Bachigaloupi en de vermeende adelsverheffing
Het naamdeel Bachigaloupi, dat alleen de Nederlandse tak voert, wordt in de familieoverlevering verklaard uit een verheffing in de Russische adel door Nicolaas I. De gelijktijdige bronnen wijzen een andere kant op.
Acht jaar na Jacques' dood adverteerden zijn zoons niet met adeldom maar met een vergunning: de olifant Kiounij was te zien bij "de Gebr. Tourniaire, gepriviligeerde Paardenrijder van Z. M. den Keizer van Rusland".Advertentie, Utrechtsche courant, 24 juli 1837. via Delpher Een privilege is een vergunning om op te treden, vergelijkbaar met het koninklijke privilege dat de menagerie sinds 1816 voerde. Op zijn grafsteen te Koningsbergen stond alleen zijn beroep: "Hier rust Jacques Tourniaire schoolrijder-artist, geboren te Grenoble 17 October 1772, gestorven 14 Januari 1829"."De Circusdynastie-Tourniaire", Nieuwsblad van het Noorden, 15 juni 1940. via Delpher Geen enkel naslagwerk kent hem een adellijke titel toe; alle spreken van stalmeester of erestalmeester.
Bachigaloupi is bovendien een bestaande Ligurische familienaam, een variant van Bacigalupi of Bacigalupo. Een drager in precies die spelling reisde in 1807 en 1808 met een kunstkabinet door Nederland: Angelus, ook Ange, Bacigaloupi, wiens wassen beelden van Pyramus en Thisbe in onder meer Den Haag en Leeuwarden te zien waren.Advertenties, Haagsche courant, 9 maart 1807 via Delpher, en Leeuwarder courant, 20 februari 1808 via Delpher. Dat is dezelfde wereld van reizende vertoners waarin het gezelschap Tourniaire zich bewoog, twintig jaar voor de Russische reis.Een verband tussen deze naamgenoot en de familie Tourniaire is niet aangetoond. Wel maakt zijn bestaan duidelijk dat de naam in die spelling en in dat milieu al circuleerde voordat Tourniaire naar Rusland ging.
De combinatie van adelsverheffing en naam verschijnt pas op 17 september 1937 in druk, in een jubileumstuk over zijn achterkleinzoon: "zijn overgrootvader verkreeg als eerste-stalmeester van czaar Nicolaas II Russische brieven van adeldom met het recht van de naamsvergrooting met Bachigaloupi". Die eerste versie noemt Nicolaas II, die pas in 1894 aantrad, vijfenzestig jaar na Jacques' dood."Oscar Tourniaire", Nieuwe Haarlemsche courant, 17 september 1937. via Delpher Daarvoor liepen twee losse verhaallijnen naast elkaar: een barontitel, die in 1893 werd ontleend aan een Duits artiestenlexicon, en de naam Bachigaloupi zonder enige verklaring."Ed. Jacq. Julien B. Tourniaire", Het Vaderland, 27 februari 1893: "Zijn grootvader, baron Jacques Tourniaire, een Russisch circus-directeur, bekleedde tevens het ambt van stalmeester van den Czaar aller Russen." via Delpher
Noten
Bronnen
Categorie:Circusartiest Categorie:Circusdirecteur