Johanna Ernestine Francisca Georgine Emilie Bachigaloupi Tourniaire, bekend als Jopie Tourniaire (Amsterdam, 10 augustus 1888 – Haarlem, 12 februari 1969), was een Nederlands actrice.
Zij was een dochter van de toneelspeler Ernest Tourniaire en een zuster van Oscar Tourniaire. Na een opleiding aan de toneelschool debuteerde zij in 1909 bij het gezelschap van de gebroeders Van Lier en speelde zij achtereenvolgens bij de Tooneelvereeniging van Herman Heijermans en bij het operettegezelschap van Nap de la Mar. In 1915 speelde zij een hoofdrol in de stomme film Koningin Elisabeth's dochter en vertrok zij met het gezelschap van Louis de Vries naar Nederlands-Indië, waar zij te Batavia Eliza Doolittle speelde in Pygmalion van Shaw.
Zij bleef daarna in Indië wonen. Haar man overleed tijdens de Japanse bezetting in een kamp; zelf keerde zij in 1946 uitgeput naar Nederland terug. Op haar zestigste hervatte zij haar loopbaan, van 1948 tot 1951 bij Toneelgroep Comedia en daarna bij het gezelschap van Johan Kaart. In 1959, een halve eeuw na haar toneeldebuut, maakte zij haar eerste televisieoptreden.
Jeugd en opleiding
Jopie Tourniaire werd op 10 augustus 1888 te Amsterdam geboren als jongste kind van Ernest Tourniaire (1850-1921) en Johanna Agatha Dorothea Kremer (1852-1891)."Jopie Tourniaire", TheaterEncyclopedie (Universiteit van Amsterdam). theaterencyclopedie.nl Haar moeder overleed toen zij twee was. In januari 1908 was zij "pas tot de Tooneelschool toegelaten"; zij staat dan met haar broer Oscar op een foto bij het artikel over het veertigjarig toneeljubileum van hun vader."Ernest Jean Joseph Bachigaloupi Tourniaire. 1867-1907", De Prins der geïllustreerde bladen, 25 januari 1908, p. 41. Rijksmuseum, KOG-AA-1-56-207
Zij maakte de opleiding niet af. Toen zij in september 1909 werd geëngageerd bij het Hollandsch Tooneelgezelschap van de gebroeders A. van Lier, werd zij in de kranten nog uitdrukkelijk "leerlinge van de Tooneelschool" genoemd, en in het jaarverslag van de Koninklijke Vereeniging over dat seizoen komt zij niet voor bij de geslaagden."Kunst en Wetenschappen", Algemeen Handelsblad, 17 september 1909: "Aan het Hollandsch Tooneelgezelschap dir. Gebr. A. van Lier geengageerd (...) mej. Joh. Tourniaire, leerlinge van de Tooneelschool." via DelpherDe TheaterEncyclopedie schrijft dat zij de opleiding in 1908 voltooide. Dat laat zich niet rijmen met haar aanduiding als leerlinge in september 1909.
Toneel, 1909 tot 1915
Haar debuut viel begin oktober 1909 in het Grand Théâtre te Amsterdam, als kamermeisje in het blijspel De blauwe Muis. De recensies waren welwillend: "Mej. Tourniaire was een frisch kamerkatje. Jeugd, een aardig figuurtje, een innemend lachje", schreef De courant; Het nieuws van den dag noteerde dat zij "de noodige vrijmoedigheid" had en sprak "met klem, duidelijk en met een tikje ondeugendheid in de stem"."Kunsten en Wetenschappen. Grand Theatre, De blauwe Muis", De courant, 2 oktober 1909. via Delpher"Tooneel", Het nieuws van den dag: kleine courant, 5 oktober 1909. via Delpher In januari 1910 kreeg zij bij hetzelfde gezelschap haar eerste rol van betekenis."Tooneel", Het nieuws van den dag: kleine courant, 25 januari 1910. via Delpher
In het seizoen 1912/13 was zij verbonden aan de N.V. Tooneelvereeniging van Herman Heijermans. Zij debuteerde daar in februari 1913 in Nina, in de regie van Eduard Verkade, als Franse gouvernante; een recensent noemde haar spel "eene verrassing" en "natuurlijk en opgewekt"."Tooneel. Nina, N.V. Tooneelvereeniging, Grand Theatre", Het nieuws van den dag: kleine courant, 11 februari 1913. via Delpher In het najaar van 1913 stapte zij over naar het operettegezelschap van Nap de la Mar, waar zij zong en danste."Kunst en Wetenschappen. Schouwburg", Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant, 8 oktober 1913. via Delpher In juli 1914 speelde zij de hoofdrol Margaretha Butterfly in het spektakelstuk De reis om de wereld in tachtig dagen naar Jules Verne. De recensent omschreef daarbij haar emplooi, en legde het verband met haar broer: "Jo Tourniaire speelt met groote lenigheid en dartelheid, haar spel leeft. Dergelijke rollen zijn voor haar als aangewezen. Evenals haar broer gaat zij steeds vooruit.""Tooneel. De Reis om de wereld in 80 dagen", Het nieuws van den dag: kleine courant, 24 juli 1914. via Delpher
Film en amazone
thumb|Met Henri Brondgeest te paard voor het Artiestensportfeest, 1914 Al in 1911 stond Tourniaire voor de camera. Zij speelde mee in De bannelingen, een film over de verbanning naar Siberië die op 9 december 1911 in première ging, geregisseerd door Caroline van Dommelen en Leon Boedels voor de Filmfabriek F.A. Nöggerath. Haar broer Oscar speelde er de gevangenisdirecteur in; het is de vroegst gedocumenteerde productie waarin broer en zus samen optraden."De bannelingen", Filmdatabase, Eye Filmmuseum. filmdatabase.eyefilm.nl
Tourniaire was een geoefend amazone en menner, een vaardigheid die in de familie teruggaat op het circusgeslacht van haar overgrootvader Jacques Tourniaire.J. van Doveren, "De circusdynastie Tourniaire", Algemeen Handelsblad, 3 augustus 1963, p. 18. via Delpher In die hoedanigheid trad zij op bij het Artisten-Sportfeest in het Amsterdamse stadion: in 1914 als Jeanne d'Arc en als Marie Louise naast Brondgeest als Napoleon."Brieven uit Amsterdam", Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 16 juli 1914. via Delpher Op 13 juni 1915 verscheen zij er samen met haar broer in de Egyptische wagenren, de enige gedocumenteerde gezamenlijke publieke verschijning van broer en zus:
In het najaar van 1915 speelde zij een hoofdrol in de Nederlandse stomme film Koningin Elisabeth's dochter van de Rembrandt Film Co. te Amsterdam, in de regie van Joh. Gildemeijer en naast Julia Cuypers. Zij vertolkte de harteloze actrice die haar minnaars uitmelkt; De Telegraaf schreef bij de Amsterdamse première: "Voor Jopie Tourniaire niets dan lof. Zij was het 'kreng', de hartelooze, die liefde in lapjes van honderd becijfert.""Bioscoop, Elite-bioscoop Union", De Telegraaf, 18 oktober 1915. via DelpherAdvertentie Cinema Palace, Arnhemsche courant, 18 november 1915. via Delpher
Nederlands-Indië, 1915 en 1916
Op 2 oktober 1915 vertrok Tourniaire met het veertienkoppige gezelschap van Louis de Vries per s.s. Insulinde naar Nederlands-Indië."Louis de Vries op komst", Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 18 oktober 1915. via Delpher Aan boord werd gespeeld: in de Rode Zee traden zij en Jaap van der Poll op als jong paar op huwelijksreis."Schouwburg op zee", Deli courant, 5 februari 1916. via Delpher
De tournee opende te Padang en ging door naar Batavia, waar zij in november 1915 Eliza Doolittle speelde in Pygmalion van Bernard Shaw, tegenover De Vries als Higgins. Shaw had het opvoeringsrecht voor die tournee speciaal aan De Vries afgestaan. De recensent van Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië schreef: "Mej. Tourniaire heeft van Eliza werkelijk eene creatie gemaakt.""Tooneel", Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 11 november 1915. via Delpher
In april 1916 verliet zij het gezelschap. Een telegram uit Batavia meldde kort: "Jopie Tourniaire heeft met ruzie den troep van De Vries verlaten.""Telegrammen. Onder artisten", Deli courant, 13 april 1916. via Delpher Zij keerde in juli 1916 naar Nederland terug en werd voor het seizoen 1916/17 geëngageerd bij Die Haghespelers te Den Haag."Kunst en Wetenschap", Arnhemsche courant, 7 augustus 1916. via Delpher
Huwelijken
Tourniaire trouwde drie keer. Op 30 december 1909, kort na haar debuut, huwde zij te Amsterdam met Hans Alber, zesentwintig jaar, geboren te Basel en werkzaam als chef de bureau bij een operettegezelschap.Huwelijksakte Amsterdam 1909, Noord-Hollands Archief, toegang 358.6, reg. 3H fol. 48, akte 1727. via Open Archieven; huwelijksadvertentie in Het nieuws van den dag: kleine courant, 30 december 1909. via Delpher In juni 1913 liet Alber, inmiddels woonachtig te Bazel, haar bij advertentie dagvaarden voor de echtscheidingszitting van het Zivilgericht van Kanton Basel-Stadt.Dagvaarding, Algemeen Handelsblad, 22 juni 1913. via Delpher
Op 13 september 1917 hertrouwde zij te Amsterdam met de architect Marius Leendert Mesker, die zij op de Indische tournee had leren kennen: hij maakte deel uit van hetzelfde gezelschap.Huwelijksakte Amsterdam 1917, Noord-Hollands Archief, toegang 358.6, akte 2247, met de aantekening "Gescheiden van Hans Alber". via Open Archieven In april 1921 ondertekenden zij samen de rouwadvertentie van haar vader, vanuit Parijs.Familiebericht, Algemeen Handelsblad, 20 april 1921, p. 4. via Delpher
Uit haar overlijdensadvertentie van 1969 blijkt dat zij weduwe was van Bob Gans; in de Indische pers van de jaren dertig heet zij consequent mevrouw J. Gans-Tourniaire.Familiebericht, Algemeen Handelsblad, 14 februari 1969: "mevrouw Jopie Bach-Tourniaire, weduwe van de heer Bob Gans". via Delpher"Bandjermasin", De Indische courant, 28 januari 1932. via DelpherDatum en plaats van dit derde huwelijk zijn niet gevonden. De naamsvorm Bach-Tourniaire in de rouwadvertentie is vermoedelijk een verkorting van Bachigaloupi Tourniaire en niet de naam van een echtgenoot.
De Indische jaren
Tourniaire bleef in Indië en bleef daar actief in het toneel. Als mevrouw J. Gans-Tourniaire was zij in Bandjermasin op Borneo de drijvende kracht achter de plaatselijke Muziek- en Tooneelvereeniging: zij vertaalde en bewerkte stukken, waaronder Hélène van Paul Géraldy.Dezelfde bron noemt haar "een dochter van Oscar Tourniaire". Zij was zijn zuster. Die verwisseling kan in meer Indische kranten terugkeren.
Over de bezettingsjaren sprak zij in 1959 in een interview: haar man overleed in een kamp, en zij keerde in 1946 na drie jaar achter prikkeldraad volkomen uitgeput naar Nederland terug, met een gewicht van zesenzeventig pond, ongeveer achtendertig kilo, de helft van haar normale gewicht."Draadloos: Jopie Tourniaire (67) morgen bij Manders. Na vijftig jaar tooneel eerste televisieshow", Algemeen Dagblad, 10 april 1959. via Delpher
Terugkeer, 1948 tot 1959
De vroegste naoorlogse vindplaats is 5 maart 1948, toen zij bij het Rotterdams Toneel de tante van Agafia speelde in Trouwen van Gogol. Zij was toen negenenvijftig.D. Roodenburg Vermaat, recensie, Het Rotterdamsch parool, 6 maart 1948. via DelpherZijzelf zei in 1959 dat zij al in 1946 was ingevallen in Trouwen, bij het door Ko Arnoldi geleide Rotterdams Toneel. De enige teruggevonden opvoering is die van maart 1948, in de regie van Paul Storm.
In mei 1948 werd zij aangekondigd als nieuwe aanwinst van Toneelgroep Comedia, naast Jan Teulings en Top Lutz."Plannen voor het komend toneelseizoen", De Maasbode, 7 mei 1948. via Delpher Zij speelde er de boerin in Dr. Knock, een rol in De held en de soldaat van Shaw, een rol in Harvey van Mary Chase, Jenny in De dood van een handelsreiziger van Arthur Miller, een rol in Oom Wanja van Tsjechov en de keukenmeid Margaret in Vader thuis."Vader thuis, het verleden in een gulden schijn", De Telegraaf, 5 april 1951. via Delpher"Cor Hermus, 'n sterke Dr. Knock", Het Rotterdamsch parool, 16 april 1948. via Delpher
Simon Carmiggelt noemde haar in zijn recensie van het Shaw-stuk in Het Parool, waar hij de vader Petkoff van Jules Verstraete beschreef als staand "in de vervaarlijke schaduw van Jopie Tourniaire".S. Carmiggelt, "Shaw op zijn best in Centraal Theater", Het Parool, 7 september 1948. via Delpher Haar beste naoorlogse recensie kreeg zij als de keukenmeid in Vader thuis: daarin riep zij "zowaar herinneringen wakker aan vermaarde toneelgestalten, als Marie van Eysden-Vink en Christine Poolman"."Vader thuis, een amusant stuk", Nieuw Utrechtsch dagblad, 2 april 1951. via Delpher