James Robert "Jim Bob" Cockriel (Platte City, Missouri, 12 januari 1923 - Platte City, 16 mei 2007) was een Amerikaans sergeant van de United States Air Force die tijdens de Tweede Wereldoorlog als boordschutter diende in een B-24 Liberator. Nadat zijn vliegtuig werd neergeschoten boven België, wist Cockriel samen met bemanningsgenoot John Francis Mahoney te ontsnappen aan de Duitsers en onder te duiken. Ze werden opgevangen door het verzet in Ingooigem en Waregem en namen ook deel aan verzetsacties. Op 6 september 1944 overleefde Cockriel een Duitse executie.
Privéleven James Robert Cockriel werd geboren op 12 januari 1923 in Platte City, Missouri, in de Verenigde Staten. Hij was de zoon van Robert Earle Cockriel, een veteraan van de Eerste Wereldoorlog, en Leota Naylor Cockriel. James had een broer, Joseph Jackson Cockriel, die ook bij de Amerikaanse luchtmacht actief was. Joseph vloog als piloot 33 missies met een B-26 Marauder. James Cockriel trouwde met Imogene Wilson Cockriel, die als bediende actief was bij American Motors of Kansas City. Het koppel kreeg een zoon, James Robert Cockriel jr., die na zeven dagen overleed. Over de opleiding en het beroepsleven van James Cockriel is weinig geweten.
Tweede Wereldoorlog Tijdens de Tweede Wereldoorlog trad James Cockriel in dienst bij de Amerikaanse luchtmacht. Hij kreeg het rangnummer 17175473 en diende als sergeant bij de 700th Bombardment Squadron, onderdeel van de 445th Bombardment Group van de Eighth Air Force. Cockriel maakte deel uit van de bemanning van de B-24 Liberator K for King. Hij was de boordschutter die de staart van het vliegtuig verdedigde.
Op 22 april 1944 nam de bemanning deel aan een Amerikaanse bombardementsmissie boven Duitsland. In totaal werden 803 bommenwerpers ingezet om Hamm in Duitsland te bombarderen. De K for King werd door Duits afweergeschut geraakt boven Koblenz, doordat een vleugel en drie van de vier motoren beschadigd waren, waren ze genoodzaakt om terug naar Engeland te vliegen. Het vliegtuig verloor echter snel hoogte en werd, terwijl het neerstortte, geëscorteerd door een squadron P-38's. Toen het vliegtuig nog een hoogte van drie kilometer had, werd duidelijk dat ze Engeland niet meer zouden halen en werd er bevolen om uit de bommenwerper te springen. De bemanning sprong op verschillende tijdstippen uit het vliegtuig om hun overlevingskansen te vergroten. Vanaf dat moment was de bemanning redelijk verspreid in België en Frankrijk. Het vliegtuig stortte neer in de tuin van het kasteel van Spiere. De missie-officier en drie anderen werden al snel opgepakt door de Duitse bezetter. Vier anderen slaagden erin om met de hulp van verzetsstrijder Jean Lefebvre naar Frankrijk te vluchten.
De sergeanten John Cockriel en James Mahoney landden na hun parachutesprong nabij een boerderij in Vichte-Ingooigem. Jonge student en verzetsstrijder Roger Dubois sprak Engels en hielp hen naar het huis van Michel Vandenbroucke te vluchten. Daar verbleven ze enkele maanden. Ook de lokale priester, Joseph Rathé, hielp hen soms onderduiken. Na D-day besloten de Amerikanen om te helpen bij het verzet. De sergeanten kwamen in contact met Marcel Windels en sloten zich aan bij het Geheim Leger van Waregem. Bij het verzet hielpen ze mee aan verschillende sabotageacties. Zo saboteerden ze de spoorweg tussen Kortrijk en Brussel, knipten ze twee keer 84 telefoonlijnen door met de hulp van onder andere Michel Vandenbroucke en Roger Vansteenbrugge.
Op 5 september 1944 werden de eerste Britse troepen in Waregem gespot en het verzet slaagde erin enkele Duitse soldaten gevangen te zetten in het Heilig-Hartcollege, maar moest zich uiteindelijk toch terugtrekken. Een dag later trok een groep verzetslieden met onder andere Jozef Duthoy, Marcel Windels, Roger Vansteenbrugge en Daniel Delmulle naar de Spitaalsbossen. Ook de twee Amerikaanse sergeanten waren aanwezig. De groep legde contact met een Britse tank, maar die werd onder vuur genomen door Duitse troepen. Hierbij stierven de Britse militairen Leonard Williams en Howard Hoyle. De verzetslieden probeerden weg te vluchten maar geraakten omsingeld. Vervolgens werden de verzetsstrijders ter plaatse geëxecuteerd door middel van een machinegeweer. John Cockriel en Daniel Delmulle waren de enige die dit tafereel overleefden. Ze werden echter wel geraakt, maar speelden voor dood totdat de Duitsers weg waren. Vervolgens sleepten ze zich naar een boerderij in de buurt waar een vrouw hulp ging halen. Na de bevrijding van Waregem werd Cockriel naar het ziekenhuis van Waregem gebracht en daarna naar een ziekenhuis in Brussel.
Latere leven en overlijden Na zijn herstel keerde Cockriel terug naar Platte City. Voor zijn daden tijdens de oorlog kreeg Cockriel een Distinguished Service Cross. Over zijn leven na de oorlog is weinig geweten. James Cockriel overleed op 16 mei 2007, hij was op dat moment 84 jaar oud. Hij werd begraven in Platte City Cemetery. Op de plaats waar de K for King crashte staat er nu nog altijd een herdenkingsplaat.
Categorie:Amerikaans militair in de Tweede Wereldoorlog