Jean-Denis Lejeune (Luik, 8 november 1959) is de vader van Julie Lejeune, die samen met Mélissa Russo op 24 juni 1995 in België werd ontvoerd, gevangengehouden en vervolgens vermoord in de kelder van Marc Dutroux. Lejeune profileerde zich als verdediger van de kinderrechten en ging in de politiek. Hij nam het initiatief voor de oprichting van Child Focus in Europa. Door de zaak-Dutroux en zijn inzet voor de kinderrechten groeide hij uit tot een icoon en mediapersoonlijkheid in Franstalig België; ook in Vlaanderen haalt hij regelmatig de pers.
De zaak Dutroux
Lejeune was aanvankelijk brandweerman en later carrossier in de omgeving van Luik. Hij was gehuwd met Louisa Albert en hadden een dochterje Julie en een zoon Maxime. Op 24 juni 1995 werden Julie Lejeune en Melissa Russo, twee 8-jarige meisjes, in Grâce-Hollogne, vlakbij Luik, ontvoerd door de bende rond Marc Dutroux. Het is niet helemaal duidelijk wie de ontvoering zelf heeft uitgevoerd; volgens de toenmalige echtgenote van Dutroux, Michelle Martin, waren het Dutroux en Bernard Weinstein, volgens Dutroux zelf waren het Bernard Weinstein en Michel Lelièvre.
De acties van de ouders om de meisjes te vinden werden snel opgepikt door de media, waardoor de verdwijning ruime publieke belangstelling kreeg tot ver buiten de grenzen. De zoektocht bleef echter voorlopig zonder enig gevolg.
Achteraf bleek dat de meisjes opgesloten werden in de kelder van het huis van Marc Dutroux in Marcinelle. Volgens de verklaringen van Dutroux zouden ze waarschijnlijk rond 24 maart 1996 door honger zijn overleden. Na de arrestatie van Dutroux en zijn medeplichtigen werden de lichamen op 17 augustus 1996 opgegraven in de tuin van een huis van Dutroux in Sars-la-Buissière.
Het proces-Dutroux vond plaats in Aarlen tussen maart en juni 2004 onder grote belangstelling van de media. Lejeune bezocht op 27 april 2004 samen met onder andere de andere ouders, de slachtoffers Sabine Dardenne en Laetitia Delhez en de jury en advocaten, de verborgen kelder in Marcinelles waar de meisjes destijds gevangen werden gehouden.
Ook na de veroordeling van Dutroux en zijn handlangers bleef Jean-Denis Lejeune regelmatig in de media komen in verband met de zaak Dutroux. In 2007 publiceerde Lejeune een boek ter nagedachtenis aan zijn dochter met de titel Dis à ma fille, vertaald in het Nederlands als Vertel het aan mijn meisje: herinneringen aan Julie.
Bij de vrijlating in 2012 van Michelle Martin, de ex-vrouw en medeplichtige van Dutroux, uitte Lejeune zijn verontwaardiging en zijn gebrek aan vertrouwen in het rechtssysteem. Hij ging er evenwel mee akkoord met een bemiddelingsgesprek met Martin, met akkoord van de rechtbank van Bergen. Het gesprek duurde vier uur, de inhoud werd nooit officieel vrijgegeven, hoewel er tot zijn ongenoegen in de pers fragmenten uitlekten. Na deze ontmoeting sprak Lejeune nooit meer over Martin of haar vrijlating.
In 2014 probeerde Dutroux zelf contact op te nemen met Lejeune door middel van een brief waarmee hij naar eigen zeggen al in 2012 aan begonnen was. Lejeune reageerde niet op deze brief, maar drukte herhaaldelijk zijn ontevredenheid uit over de verschillende verzoeken tot voorwaardelijke vrijlating die door Dutroux en zijn advocaat werden ingediend. Nadat de advocaat van Dutroux in juni 2025 opnieuw een forum in de media kreeg rond het thema van de vervroegde vrijstelling veroorzaakte Lejeune controverse door niet alleen te pleiten voor een levenslange gevangenisstraf zonder mogelijkheid tot vervroegde vrijlating, maar ook voor de invoering van de doodstraf in zaken zoals die van Dutroux.
Publiek engagement In januari 1996, nog voor de arrestatie van Dutroux, richtten de families Russo en Lejeune de vzw Julie et Melissa N'oubliez pas op ter ondersteuning van de acties van de families van de vermiste kinderen. De massale donaties van de bevolking werden aan deze vzw toegekend.
Lejeune was een van de ouders van de slachtoffers die het initiatief namen voor de Witte Mars, een massale protestmars op 20 oktober 1996 met ongeveer 300.000 deelnemers in de straten van Brussel. In toespraken pleitten de ouders voor hervormingen van de Belgische politie en de gerechtelijke organisatie, waarvan de inefficiëntie aan de basis lag van het feit dat de misdaden van Dutroux en zijn medeplichtigen onopgemerkt bleven. Lejeune richtte zich rechtstreeks tot eerste minister Dehaene met een verzoek voor de oprichting van een telefonische hulplijn voor vermiste kinderen naar analogie met het National Center for Missing and Exploited Children in de Verenigde Staten. Dit initiatief genoot ruime politieke steun en kreeg in in 1998 vorm onder de naam Child Focus, het centraal meldpunt en informatiepunt (nummer 116 000) in Europa rond verdwijningen en seksueel misbruik van kinderen, dat tevens zorgt voor een ruime verspreiding van de opsporingsberichten met opvallende rode affiches en emotionele steuen aan de ouders. Lejeune ging er werken als attaché, na hervormingen in maart 2005 behoorde hij langer tot de directie, maar was als manager belast met fondsenwerving, teambuilding, deontologie en communicatie.
Lejeune verliet dat jaar in goede verstandhouding Child Focus en ging samenwerken met Claude Lelièvre, de kinderrechtencommissaris van de Franse Gemeenschap in België, waar hij instond voor contacten met de media, sensibiliseringscampagnes en sponsoring. Lelièvre werd in 2007 opgevolgd door Bernard De Vos. Lejeune richtte in 2008 de NGO Objectif Ô op, een vzw die tot doel heeft drinkwater te voorzien in ontwikkelingslanden. Jean-Denis Lejeune werd voorzitter. In 2009 kwam Lejeune in het nieuws omdat hij binnen zijn functie van een aantal gecontesteerde voordelen en voorrechten bleek te genieten, onder andere voor zijn werkzaamheden bij Objectief Ô. Deze onthulling over een van de Waalse iconische figuren door de krant Le Soir werd niet door iedereen in dank afgenomen. In 2010 nam Lejeune ontslag om zich te wijden aan een politieke carrière bij de partij CDH.
Politieke betrokkenheid In 2010 werd Lejeune lid van de Franstalige centrumpartij CdH en stelde zich kandidaat voor de parlementsverkiezingen van 13 juni 2010. Hij stond als derde kandidaat op dezelfde lijst als Melchior Wathelet, de zoon van Melchior Wathelet, de voormalige minister van Justitie die de voorwaardelijke vrijlating van Dutroux ondertekende na zijn eerste veroordeling in 1992, maar werd niet verkozen. Lejeune werd van 2012 tot 2014 adviseur voor energie en milieu op het kabinet van staatssecretaris Melchior Wathelet Junior. In 2012 werd Lejeune verkozen als gemeenteraadslid van Flémalle. In 2018 was hij lijsttrekker voor CDH bij de gemeenteraadsverkiezingen en kandidaat-burgemeester, hij werd herkozen, maar kon de burgermeesterzetel niet bemachtigen.
In 2014 werd hij privé-secretaris in het kabinet van minister Maxime Prévôt, de vice-president t en minister van Openbare Werken, Volksgezondheid van de Waalse regering en vanaf 2017 tot 2019 bij zijn opvolgster minister Alda Greoli. Lejeune werd in 2017 aangesteld als provincieraadslid van de provincie Luik als eerste opvolger, hij werd in 2018 herkozen voor een periode van 6 jaar. In 2019 was hij van plan om zich volledig te wijden aan zijn organisatie Objectif Ô, maar kreeg onverwacht de tweede plaats op de lijst CHD in voor de regionale verkiezing in de kieskring Luik van 2019, maar door de slechte verkiezingsresultaten van de partij werd hij niet gekozen.
In 2024 kondigde Lejeune aan zich geen kandidaat te stellen voor de gemeentelijke en provinciale verkiezingen en de politiek te verlaten. Hij nam uiteindelijk toch deel aan aan de Europese verkiezingen voor de partij Les Engagés (voorheen CdH), hij behaalde 39.847 voorkeurstemmen maar werd niet verkozen. Hij werd vervolgens lijsttrekker voor Les Engagés voor de provincieverkiezingen in Luik en werd verkozen.
Trivia Het echtpaar Jean-Denis en Louisa Lejeune ging rond 2008 uit elkaar. In 2012 trouwde Lejeune met Alao Kasongo, met wie hij een dochter heeft, Nouma. Lejeune nam deel aan de editie 2011 van Pekin Express op RTL.
Zie ook
Carine Russo
Referenties
Categorie:Rechtszaak in België Categorie:Kinderrechtenactivist Categorie:Kinderrechtenorganisatie Categorie:Waals politicus