Pieter Gerard van Schermbeek (Elst, Gld, 28 januari 1848 – Deventer, 25 mei 1901) was een Nederlands genieofficier en waterbouwkundig ingenieur.
Opleiding en eerste werkkring Hij studeerde aan de Koninklijke Militaire Academie. Hij studeerde daar af als genieofficier in 1867. Hij werd 2e luitenant bij het korps ingenieurs, mineurs en sappeurs. In 1868 kwam hij bij de staf van de Genie, en werkte aan een aantal rivierverruimingswerken en de bouw van het fort bij Pannerden. In 1873 werd hij overgeplaatst naar Gorinchem en werkte daar aan de beersluis bij het fort Everdingen. Hij deed hier ook proeven die moesten leiden tot standaardiseren van Metselsteen. Tijdens de watersnood van 1876 was hij verantwoordelijk voor het in stand houden van verschillende dijktrajecten, waarvoor hij de zilveren watersnoodmedaille kreeg. In 1879 werd hij overgeplaatst naar De Helder, waar hij verantwoordelijk was voor de bouw van Fort Harssens. Dit is het eerste fort in Nederland, waarbij zware kustvuurmonden in pantserkoepels werden opgesteld. Dit fort is gebouwd oostwaarts van het noordelijk uiteinde van de leidam langs de haven van Nieuwediep.
Japan In 1883 vroeg de Japanse regering om assistentie van een genieofficier voor de aanleg van nieuwe kustverdedigingswerken. Hij ging hiervoor in de zomer van 1883 naar Japan. Hij heeft over deze uitzending gedetailleerd gerapporteerd aan de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap. In 1886 werd hij daarvoor door de Japanse overheid benoemd tot Ridder 4de klasse der orde van Rijzende Zon. In 1887 kwam hij weer terug in Nederland. Hij schreef over die terugreis in het Algemeen Handelsblad een hele serie artikelen.
China In het najaar van 1888 werd van Schermbeek namens de „Vereeniging ter bevordering van de uitvoering van werken in het buitenland door Nederlanders" gevraagd om samen met de heer A. Visser, hoofduitvoerder bij de firma Volker & Bos, een reis naar China te maken om gegevens te verzamelen voor de uitwerking van plannen tot verbetering van de Gele rivier. Dit naar aanleiding van de overstroming daar in 1887. Aan de groep werd ir. Blijdenstein toegevoegd, die deze reis grotendeels op eigen kosten meemaakte. Er is door hen een uitgebreid rapport opgesteld, waarvan als eerste auteur Fijnje van Salverda wordt genoemd (omdat hij voorzitter van de vereniging was).
Koninklijke tapijtfabriek Deventer miniatuur|Overzicht gevel van de tapijtfabriek in de Smyrnadwarsstraat In december 1889 kwam hij terug nar Nederland en werd eerstaanwezend ingenieur van de genie in Arnhem. In 1893 ging hij met pensioen bij de genie en werd benoemd als directeur van de Koninklijke tapijtfabriek Deventer. Alhoewel niet meer in actieve dienst, kreeg hij in 1896 de rang van majoor. Maar zijn gezondheid ging achteruit en in begin 1901 vroeg hij daarom ontslag aan bij de tapijtfabriek.
Literatuur Naast waterloopkundig werk heeft Van Schermbeek ook meer literair werk op zijn naam staan. In 1893 verscheen van zijn hand een vertaling uit het Engels van „Erewhon of over de bergen." Voor de reünie ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan der Koninklijke Militaire Academie schreef hij in 1878 „De odyssee van een Bredasch Reünist", een gedicht in vijf zangen door „Menno van Kalfhoorn".
Tijdens zijn verblijf in Japan verscheen van zijn hand in den Nederlandsche Spectator geestig geschreven, Japanse brieven, terwijl in De Gids van 1884 en 1899 verscheidene artikelen voorkomen die betrekking hebben op zijn verblijf in Japan.
Publicaties van Van Schermbeek
Categorie:Nederlands waterbouwkundige Categorie:Nederlands civiel ingenieur