miniatuur|Portret door Amable-Paul Coutan (1827) Georges Cadoudal (KerleanoTot 1865 maakte het gehucht Kerleano deel uit van de gemeente Brech. Sindsdien maakt het deel uit van de gemeente Auray., 1 januari 1771 - Parijs, 25 juni 1804) was een leider van de Chouannerie in Bretagne tijdens de Franse Revolutie. Hij beraamde twee aanslagen op Napoleon en werd hiervoor geëxecuteerd.
Levensloop Cadoudal was de zoon van een welgestelde molenaar en genoot een goede opleiding aan het Saint-Yves-college in Vannes. In 1790 kreeg hij een aanstelling als klerk. Hij stond aanvankelijk positief tegenover de Franse Revolutie, maar onder andere de antiklerikale maatregelen van het nieuwe bestuur stootten Cadoudal tegen de borst. Het was de invoering van de dienstplicht die hem naar de wapens deed grijpen.
In 1793 diende hij onder Jean-Nicolas Stofflet in het koninklijk en katholiek leger tijdens de opstand in Bretagne tegen de Nationale Conventie, die gelijk liep met de opstand in de Vendée. Na de nederlaag van de opstandelingen bij Savenay eind 1793 moest Cadoudal onderduiken bij familie in de streek van Vannes. Hier brak de Chouannerie uit. Het was een guerillaoorlog tegen het republikeinse leger. Cadoudal nam hieraan deel, maar werd gevangen genomen in juni 1794. Hij werd gevangen gezet in de gevangenis van Auray en vervolgens overgebracht naar het kasteel van Brest. Daar wist hij echter te ontsnappen.
Hij leidde de chouans tijdens de Landing in Quiberon door een leger van émigrés met de steun van de Britten. Dit draaide uit op een fiasco en honderden chouans werden gevangen genomen en geëxecuteerd. Cadoudal had echter naam gemaakt en gold voortaan als de onbetwiste leider van de chouans in de streek rond Vannes (de latere Morbihan). Hij leidde nog twee opstanden en tegen 1799 beheersten zijn troepen een groot deel van de Morbihan. De Staatsgreep van 18 brumaire deed de opstand ineenstuiken en Cadoudal zage zich gedwongen over vrede te onderhandelen met de Franse generaal Guillaume Brune. Napoleon bood hem een positie in het Franse leger aan met de graad van divisiegeneraal, maar Cadoudal weigerde.
Hij trok naar Londen, waar hij een graag geziene gast was in de kringen van de émigrés. De graaf van Artois, de latere koning Karel X, gaf hem de rang van luitenant-generaal en nam hem op in de Orde van de Heilige Lodewijk. In juni 1800 was hij echter al terug in Bretagne in een poging de Chouannerie nieuw leven in te blazen. Samen met Jean-Guillaume Hyde de Neuville beraamde hij een moordaanslag op Napoleon. Op 24 december 1800 ontplofte in Parijs een bom in de rue Saint-Nicaise op de route die de koets van Napoleon volgde. Er vielen 22 doden maar Napoleon en zijn gevolg bleven ongedeerd. De daders werden opgespoord, gearresteerd en terechtgesteld, maar Cadoudal en Neuville konden ontkomen. Via Jersey reisde Cadoudal opnieuw naar Londen. miniatuur|Schetsen van Cadoudal, gemaakt tijdens zijn proces
Op 21 augustus 1803 landde hij in het geheim in Normandië en reisde door naar Parijs. Samen met de generaals Jean-Charles Pichegru en Jean Victor Marie Moreau beraamde hij een nieuw complot tegen Napoleon. De plannen voor de pro-royalistische coup werden verraden in februari 1804. Gedurende een maand wist Cadoudal uit handen van de overheid te blijven tot hij op 9 maart werd gearresteerd. Na een proces werd hij op 10 juni 1804 ter dood veroordeeld. Hij stierf op 25 juni onder de guillotine.
Kerleano In de jaren 1830 werd in Kerleano, in de buurt van zijn geboortehuis, een mausoleum opgericht voor Cadoudal en de gedode chouans.
Bronnen
Categorie:Persoon in de Franse Revolutie Categorie:Frans geëxecuteerd persoon