Quarto abeunte saeculo is een pauselijk schrijven van Leo XIII van 16 juli 1892 over Christoffel Columbus, uitgevaardigd in verband met de vierhonderdste verjaardag van Columbus' eerste reis naar Amerika in 1492. Het document is gericht aan de aartsbisschoppen en bisschoppen van Spanje, Italië en Noord- en Zuid-Amerika.Leo XIII, “Quarto abeunte saeculo”, Acta Sanctae Sedis, vol. XXV (1892–1893), pp. 3–7. De titel is ontleend aan de openingswoorden van de Latijnse tekst.

In de oorspronkelijke publicatie in de Acta Sanctae Sedis wordt het document aangeduid als een epistola (brief). De Italiaanse officiële Vaticaanse editie noemt het een epistola enciclica, terwijl de huidige Engelstalige Vaticaanse editie en de officiële lijst van encyclieken van Leo XIII het als encycliek rubriceren.Heilige Stoel, Quarto Abeunte Saeculo, officiële Latijnse, Italiaanse en Engelse edities, 16 juli 1892.

De brief geeft een uitgesproken katholieke interpretatie van Columbus' onderneming. Leo XIII presenteert het katholieke geloof als het voornaamste hogere motief achter Columbus' reizen en plaatst de Europese komst naar Amerika in een providentiële en missionaire geschiedopvatting. De bekendste formulering uit het document is “Columbus noster est” (“Columbus is de onze”), waarmee de paus Columbus' nagedachtenis nadrukkelijk met de Katholieke Kerk verbond. Moderne historici plaatsen deze voorstelling in de negentiende-eeuwse katholieke herdenkingscultuur en in het toenmalige Europese denken over missie, beschaving en koloniale expansie.Mariano Delgado, “«Columbus noster est». Der Wandel des Kolumbusbildes und der Entdeckung Amerikas”, Schweizerische Zeitschrift für Religions- und Kulturgeschichte, vol. 100 (2006), pp. 59–78, doi:10.5169/seals-130377.

Historische context Het jaar 1892 stond in verschillende landen in het teken van de vierhonderdste verjaardag van Columbus' overtocht van de Atlantische Oceaan. Wat in de negentiende eeuw doorgaans de “ontdekking van Amerika” werd genoemd, werd in Europa en de Amerika's herdacht met nationale, wetenschappelijke, culturele en religieuze plechtigheden. Volgens kerkhistoricus Mariano Delgado weerspiegelden de vieringen van 1892 een tijd waarin de gedachte van een christelijke en westerse beschavingsmissie nog grotendeels positief werd voorgesteld. Hij contrasteert dit met de herdenkingen van 1992, waarin kolonialisme en de gevolgen voor inheemse volken veel kritischer centraal kwamen te staan.

De katholieke belangstelling voor Columbus hing tevens samen met een sinds de negentiende eeuw gevoerde internationale campagne om hem als mogelijke heilige te laten erkennen. Historicus Francisco Javier Ramón Solans beschrijft deze campagne als een transnationaal katholiek project waarmee tevens de bijdrage van het katholicisme aan de moderne wereld werd benadrukt.Francisco Javier Ramón Solans, “A Global Saint for the Modern World? The Transnational Campaign for the Canonization of Christopher Columbus”, Church History, vol. 95, nr. 1 (2026), pp. 33–53, doi:10.1017/S000964072610328X.

In de aanloop naar 1892 ontving de Heilige Stoel verschillende verzoeken om de herdenking een internationaal katholiek karakter te geven. Volgens Ramón Solans vroeg onder meer de Spaanse diplomatie om medewerking van bisschoppen in Europa en Amerika, terwijl ook Latijns-Amerikaanse geestelijken en katholieke organisaties voor een kerkelijke herdenking pleitten. De Heilige Stoel bracht deze initiatieven uiteindelijk samen in Quarto abeunte saeculo.

Inhoud

Columbus en de herdenking van 1492 Leo XIII opent de brief met een lofprijzing van Columbus' onderneming. Hij noemt de overtocht een uitzonderlijke menselijke prestatie en stelt dat de gevolgen ervan groot waren voor kennis, handel, Europese invloed en de ontwikkeling van contacten tussen Europa en Amerika. Deze waardering wordt in de tekst onmiddellijk verbonden met de christelijke missie. De paus beschrijft de kerstening van de bevolking van Amerika als het belangrijkste geestelijke gevolg van de gebeurtenissen die op Columbus' reizen volgden.

De formuleringen waarmee Leo XIII de oorspronkelijke bevolking van Amerika beschrijft zijn kenmerkend voor het negentiende-eeuwse Europese beschavings- en missiedenken. De encycliek presenteert de overgang naar christendom en Europese beschaving als vooruitgang en behandelt de negatieve gevolgen van kolonisatie voor de inheemse bevolking niet. Delgado beschouwt deze voorstelling als onderdeel van het toenmalige christelijk-westerse missiebewustzijn en de koloniale context waarin het Columbusjubileum van 1892 werd gevierd.

Het katholieke geloof als motief Het centrale argument volgt in het tweede deel van de brief. Leo XIII schrijft daar “Columbus noster est” en betoogt dat Columbus zich van andere ontdekkingsreizigers onderscheidde doordat hij volgens de paus een hoger doel nastreefde dan kennis, roem of persoonlijk voordeel.

De tekst ontkent niet dat Columbus belangstelling had voor kennis, maatschappelijk aanzien en materiële voordelen, maar stelt deze motieven ondergeschikt aan zijn geloof. Leo XIII formuleert als zijn voornaamste bedoeling het openen van een weg voor het Evangelie naar tot dan toe voor Europeanen onbekende gebieden.

Ter ondersteuning daarvan verwijst de paus naar uitspraken en brieven die hij in verband brengt met Columbus, de Spaanse vorsten Ferdinand II van Aragón en Isabella I van Castilië en Paus Alexander VI. Daarbij wordt de verspreiding van het christendom voorgesteld als een terugkerend doel van Columbus' onderneming. De encycliek gebruikt deze passages niet als een systematisch historisch onderzoek naar alle motieven van Columbus, maar als bewijsvoering binnen haar religieuze interpretatie van zijn optreden.

Geloof, kennis en menselijke motivatie De encycliek bevat ook een korte beschouwing over kennis en menselijke motivatie. Leo XIII contrasteert een levenshouding die uitsluitend gericht is op wat met de zintuigen waarneembaar is met het streven naar hogere idealen. Columbus wordt vervolgens voorgesteld als iemand die studie van de natuur verbond met religieuze vorming.

Deze passage is geen afzonderlijke filosofische verhandeling, maar dient de centrale argumentatie van de brief: wetenschappelijke nieuwsgierigheid, moed, roem en materieel voordeel zijn volgens Leo XIII op zichzelf legitieme menselijke motieven, maar in Columbus' geval zouden zij ondergeschikt zijn geweest aan een religieus doel. De tekst legt zo een hiërarchie aan tussen tijdelijke doelen en het door de paus veronderstelde bovennatuurlijke doel van evangelisatie.

Goddelijke voorzienigheid en heilsgeschiedenis Een tweede belangrijk theologisch motief is de goddelijke voorzienigheid. Leo XIII interpreteert Columbus' onderneming niet uitsluitend als het resultaat van menselijke bekwaamheid. Zijn volharding en het historische resultaat van zijn reizen worden in verband gebracht met Gods leiding.

De paus gaat daarin zo ver dat hij een verband legt tussen de uitbreiding van het katholicisme in Amerika en de verliezen die de Kerk kort daarna in Europa zou ondervinden. Columbus wordt in die passage voorgesteld als iemand die door een bijzondere voorzienigheid van God op een beslissend historisch moment verscheen. Daarmee krijgt de ontdekking in de encycliek een heilshistorische betekenis: de geschiedenis van Europese expansie en de missionering van Amerika wordt geïnterpreteerd binnen een breder verhaal over de verbreiding en continuïteit van de Kerk.

Delgado beschrijft juist deze interpretatie als kenmerkend voor de wijze waarop Columbus tijdens het jubileum van 1892 binnen katholieke kringen werd voorgesteld: niet alleen als ontdekkingsreiziger, maar als historische figuur wiens onderneming deel uitmaakte van een christelijke beschavings- en missiegeschiedenis.

Religieuze praktijken van Columbus Leo XIII somt vervolgens verschillende voorbeelden op die volgens hem Columbus' religieuze gezindheid illustreren. De tekst verwijst onder meer naar zijn contacten met franciscanen, gebeden vóór en tijdens de reis, de aanroeping van de Heilige Drie-eenheid, het gebruik van het kruis en het geven van christelijke namen aan nieuw bereikte eilanden.

Deze voorbeelden functioneren binnen de argumentatie als tekenen van Columbus' persoonlijke vroomheid en als bevestiging van de gedachte dat evangelisatie een wezenlijk onderdeel van zijn onderneming vormde. De encycliek maakt daarbij geen historisch-kritische afweging van de verschillende economische, politieke en religieuze drijfveren die bij de reizen betrokken waren.

Voorgeschreven herdenking Het laatste gedeelte heeft een praktisch-liturgisch karakter. Leo XIII stelt dat naast de burgerlijke vieringen ook een religieuze herdenking passend is. Hij verwijst daarbij naar kerkelijke dankzeggingen na de oorspronkelijke berichten over Columbus' reis.

De paus bepaalde dat op 12 oktober 1892, of op de eerstvolgende zondag indien de plaatselijke bisschop dat geschikter achtte, in de kathedralen en kapittelkerken van Spanje, Italië en Noord- en Zuid-Amerika na het officie van de dag een plechtige mis ter ere van de Allerheiligste Drie-eenheid moest worden gevierd. Hij sprak tevens de verwachting uit dat bisschoppen in andere landen zich bij de herdenking zouden aansluiten.

De brief eindigt met de apostolische zegen voor de aangeschreven bisschoppen, hun geestelijkheid en gelovigen en is gedateerd te Rome, bij de Sint-Pietersbasiliek, op 16 juli 1892, het vijftiende jaar van Leo XIII's pontificaat.

Betekenis en receptie Quarto abeunte saeculo gaf de Katholieke Kerk een eigen positie binnen de internationale Columbusherdenking. Waar Columbus in andere negentiende-eeuwse contexten onder meer als symbool van wetenschappelijke vooruitgang, nationale identiteit of Europese expansie werd gevierd, legde Leo XIII de nadruk op zijn katholicisme en missionaire betekenis.

Ramón Solans verbindt de encycliek tevens met de toen nog bestaande beweging voor Columbus' heiligverklaring. Volgens hem koos Leo XIII in de encycliek bewust voor een voorstelling van Columbus als uitzonderlijk christelijk mens en historisch held, zonder hem als heilige te presenteren. De formule maakte het mogelijk zijn religieuze betekenis te benadrukken zonder een oordeel ten gunste van canonisatie te geven en droeg volgens Ramón Solans bij aan het afzwakken van de heiligverklaringscampagne.

Vanuit historiografisch perspectief geldt de encycliek daardoor zowel als een document over de katholieke Columbusverering als over de wijze waarop de late negentiende-eeuwse Kerk Europese expansie, missie en wereldgeschiedenis interpreteerde. Delgado wijst erop dat de tegenstelling tussen de feestelijke interpretatie van 1892 en de kritischer herdenking van 1992 tevens illustreert hoe het historische beeld van Columbus veranderde onder invloed van veranderende opvattingen over kolonialisme, missionering en de positie van inheemse volken.

Zie ook

Christoffel Columbus Ontdekking van Amerika Columbusdag Paus Leo XIII Lijst van encyclieken van paus Leo XIII

Externe link

Quarto abeunte saeculo - officiële Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel

Categorie:19e-eeuws rooms-katholiek geschrift Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:Christoffel Columbus Categorie:1892