Madame Edouard Simonnet, meisjesnaam Anna-Marie Van Heuverswyn (Gent, 13 januari 1844 – Sint-Martens-Latem, 24 februari 1935) was de grondlegster van de pluralistische Simonnetschool in Sint-Martens-Latem.
Biografie Madame Simonnet was de dochter van de rijke Gentse textielhandelaar Frans Vanheuverswyn. De man genoot internationale faam binnen de textielwereld. De familie Van Heuverswyn beheerste het Nederlands, maar net zoals bij veel families uit de Gentse burgerij was Frans de voertaal binnen het gezin. Dochter Anna-Marie kreeg haar opleiding hoogstwaarschijnlijk in het Frans, al zijn daar geen directe bronnen van. Anna-Marie had pech in haar huwelijksleven. Ze trouwde twee keer en werd twee keer vroegtijdig weduwe. In 1867 trouwde ze met de uit Sint-Martens-Latem afkomstige notaris Edouard Parmentier (1834-1883). Na de dood van Parmentier hertrouwde Anna-Marie in 1887 met de Parijse grondeigenaar Edouard Simonnet (1836-1900). Madame Simonnet verbleef gedurende de winterperiode in Parijs, de zomers bracht ze door in Sint-Martens-Latem.
Haar afkomst en huwelijken gaven Anna-Marie de nodige financiële armslag. Dit maakte het haar wat makkelijker maakte om initiatieven op het getouw te zetten. Ze was een zakenvrouw, maar tegelijkertijd was ze erg menselijk. Zo schold ze de huurgelden van haar pachters kwijt tijdens het eerste zware jaar van de eerste wereldoorlog.
Madame Simonnet vond een gedegen kennis van de Franse taal zeer belangrijk. Daarnaast hechtte ze veel belang aan goede naai- en borduurlessen. Meisjes konden deze lessen echter alleen volgen in katholieke scholen of onderwijsinstellingen in Gent. In 1880 besloot 'Madame' haar eigen pluralistische lagere school voor meisje op te richten in Sint-Martens-Latem. Op het katholieke Vlaamse platteland was dit enorm vooruitstrevend. Madame Simonnet was katholiek (ze had een eigen stoel in de parochiekerk, wat in die tijd bij de betere klasse een gewoonte was), maar ze was tevens overtuigd liberaal. Beide visies sloten elkaar niet uit. Toch raakte Anna-Marie in conflict met de Latemse dorpspastoor, die het niet eens was de stichting van de nieuwe pluralistische school. Mede door haar sterke wil liet Madame Simonnet zich niet van de wijs brengen.
De eerste leerlingen van Simonnets schooltje waren hoofdzakelijk de dochters van haar pachters. Madame Simonnet gaf les in haar kasteeltje in de Maenhoutstraat. In de beginjaren groeide het leerlingenaantal gestaag en de school verhuisde in 1884 naar een andere locatie in de Maenhoutstraat (op deze plek is de school vandaag nog steeds gevestigd). Naast huisvesting zorgde de stichtster er ook voor dat er voldoende meubilair en lesmateriaal aanwezig was. Rond 1895 nam Simonnet het eerste onderwijzend personeel aan. Na verloop van tijd rekruteerde ze enkel onder oud-leerlingen van haar school.
In 1911 besloot Madame Simonnet om jongens op haar school toe te laten. Naar toenmalige normen was dit geen evidente beslissing, want er waren in Vlaanderen slechts een paar lagere scholen waar gemengd onderwijs werd gegeven. Anna-Marie liet zich duidelijk niet afschrikken door de geldende conventies. We moeten wel een duidelijke kanttekening maken. In sommige aspecten was Madame Simonnet minder vooruitstrevend. Ze hield vast aan het Frans dat toen de taal van de leidinggevende klasse was. Het Nederlands had veel minder belang.
'Madame' was al vroeg bezig met voorbestaan van de school na haar dood. In 1900 liet ze de nodige richtlijnen testamentair vastleggen. Ze wou immers dat de basisprincipes van haar eigen onderwijsinstelling gerespecteerd zouden worden. In 1934-10 maanden voor haar dood- werd de 'vzw Ecole Simonnet' in het leven geroepen. Dit betekende de verankering van de school in Sint-Martens-Latem. Madame liet de uitvoering van haar testament over aan vertrouweling Fernand Van Camp. Van Camp was tussen 1942 en 1957 ook voorzitter van de raad van beheer van de school.
Bij haar overlijden werd Anna-Marie Simonnet geloofd voor haar vooruitstrevendheid en visie.
Na haar dood De Simonnetschool bleef na de dood van de stichtster goed overeind. In 1945 evolueerde de privéschool naar een gesubsidieerde school. Een broodnodige evolutie, want de school kon niet langer overleven zonder subsidies van de overheid. Eén van Simonnets stokpaardjes kreeg op die manier wel een knauw. Frans kon niet langer de voertaal op school op blijven, want een gesubsidieerde instelling moest zich houden aan de taalwetgeving.
De Simonnetschool kende een rustige na-oorlogse periode, maar kwam in het begin van de jaren 1970 en in de tweede helft van de jaren 1980 in de problemen door niet zo efficiënt beheer en financiële tekorten. Onder impuls van de oud-leerlingenbond en het oudercomité werd de sluiting afgewend, maar de school zat tot begin de jaren 1990 in moeilijk vaarwater. De gebouwen hadden hun beste tijd gehad en er was geen geld voorhanden.
Door te werken met een systeem van mecenassen herleefde de Simonnetschool daarna. Er kwam een nieuwbouw en in 2008 breidde de school gevoelig uit. Het leerlingenaantal kende ook een enorme groei. Vandaag zitten er rond de 200 leerlingen op de Simonnetschool, in 1990 waren er dat slechts 78.
De school is in heel haar bestaan in de geest van Madame Simonnet blijven werken.
Categorie:Mecenas