miniatuur|Evolutie van het hertogelijk paleis rondom de San Pietro Martire-kerk, Parma miniatuur|1762. Eerbetoon van Franse ridders aan het Huis Bourbon-Parma in de kerk miniatuur|Fontein met het grondplan van de kerk. Achteraan: Palazzo della Pilotta. De Kerk van Sint-Pieter Martelaar was een kerkgebouw in Parma, Italië. De naam in het Italiaans was Chiesa di San Pietro Martire.

Ze bestond van het begin van de jaren 1200 tot het jaar 1813. Het was eeuwenlang de kerk van het dominicanenklooster in Parma en derhalve de kerk waar de Inquisitie voor het hertogdom Parma en Piacenza gehuisvest was. Kerk en klooster maakten na de middeleeuwen deel uit van het complex van de hertogelijke residentie: Palazzo della Pilotta.

De kerk was toegewijd aan Petrus van Verona, ook bekend als Petrus de Martelaar, een dominicaan.

Historiek De dominicanen vestigden zich in Parma in de loop van de jaren 1230. Hun klooster was eerst op twee andere plekken in de stad gevestigd. In 1244 betrokken ze een bestaande gotische kerk. De naam van die oude kerk is niet bekend. Nadat hun medebroeder Petrus van Verona heilig verklaard was, wijdden de dominicanen hun kloosterkerk in Parma aan hem. De kerk bevond zich in de nabijheid van het hertogelijk paleis van de Farnese dynastie. Binnen de kerk werd in 1254 een kapel gebouwd die dienst deed als rechtbank van de Inquisitie. Michelangelo Anselmi verzorgde later de fresco’s in deze kapel. In 1287 was het klooster klaar.

In de loop van de jaren 1400 werden de kerk en het klooster nog uitgebreid. De stijl bleef gotisch.

In 1580-1583 liet Ottavio Farnese, hertog van Parma, een paleisvleugel bouwen die het paleis verbond met de stadspoort. Het hertogelijk paleis werd vanaf dan Palazzo della Pilotta genoemd. De kerk van Sint-Pieter Martelaar werd deel van het hertogelijk hof. De dominicanen verloren weliswaar een deel van hun klooster, omdat ze plaats moesten ruimen voor het Palazzo della Pilota. In 1618 was de kerk helemaal omsloten door nog meer paleisvleugels op te trekken. De kerk stond in het publiek toegankelijk deel van het hertogelijk hof.

De kerk van Sint-Pieter Martelaar werd in de eeuw nadien meer en meer gebruikt voor hofceremonieel. Dit bleek onder meer in 1762. Hertog Filips van Parma, de eerste dynast van het Huis Bourbon-Parma, nodigde in het kader van zijn Fransgezinde politiek twee Franse ridderordes uit. De Orde van Sint-Michiel en de Orde van de Heilige Geest brachten hulde aan kroonprins Ferdinand. Dit evenement in de kerk van Sint-Pieter Martelaar is geschilderd door Antonio Romagnesi.

Hertog Filips doekte in 1766 het ambt van inquisiteur op.

Filips' opvolger hertog Ferdinand liet alle dominicanen verhuizen. Wat nog bestond van het dominicanenklooster ging tegen de vlakte. De kerk was een hofkerk geworden.

In 1810, onder Napoleontisch bestuur, schafte de Cambacérès, Empire-hertog van Parma, de kerk van Sint-Pieter Martelaar af. Dit deed hij ook voor andere kerken in het hertogdom Parma. Drie jaar later, sloopten de Fransen de kerk (1813). In de kerk bevonden zich schilderijen van Giovanni Battista Tinti, Giuseppe Peroni, Girolamo Bedoli, Francesco Longhi en Jan Soens. Deze werden overgebracht naar diverse plaatsen. Zo gingen er schilderijen naar de Accademia di Belle Arti, de kathedraal van Parma en het hertogelijk paleis.

Architect Mario Botta liet in 2001 een fontein bouwen op deze plek. Het grondplan van de kerk van Sint-Pieter Martelaar werd het grondplan van de fontein.

Sint-Pieter Sint-Pieter Sint-Pieter Categorie:Parma Categorie:Bouwwerk in Emilia-Romagna Sint-Pieter