Laetitiae Sanctae is een encycliek van paus Leo XIII, gedateerd op 8 september 1893, over de katholieke devotie tot de rozenkrans. De brief is gericht aan de patriarchen, primaten, aartsbisschoppen, bisschoppen en andere plaatselijke ordinarii die in gemeenschap met de Apostolische Stoel stonden.Leo XIII, Laetitiae Sanctae, 8 september 1893, Acta Sanctae Sedis 26 (1893–1894), pp. 193–199. Leo XIII presenteert de rozenkrans er niet alleen als een vorm van persoonlijk gebed, maar verbindt de overweging van de rozenkransmysteries ook met deugdvorming, het gezinsleven en maatschappelijke verhoudingen.

De encycliek maakt deel uit van een omvangrijker geheel van geschriften waarin Leo XIII de rozenkrans bevorderde. Tussen 1883 en 1898 publiceerde hij twaalf encyclieken waarin de rozenkrans werd behandeld.Stanislaus M. Hogan O.P., "St. Dominic and the Rosary", Blackfriars 20 (233), augustus 1939, pp. 580–592, doi:10.1111/j.1741-2005.1939.tb00208.x. In Laetitiae Sanctae past hij de blijde, droevige en glorievolle mysteries toe op drie maatschappelijke en morele problemen die hij in zijn eigen tijd waarnam.Grzegorz Bachanek, "Maryjny kontekst nauczania papieża Leona XIII o pokoju", Studia Bobolanum 34 (3), 2023, pp. 77–92, gepubliceerd 11 september 2023, doi:10.5604/01.3001.0053.8737.

Achtergrond Leo XIII bevorderde vanaf de jaren 1880 herhaaldelijk het rozenkransgebed. In Supremi Apostolatus Officio uit 1883 riep hij katholieken op de rozenkrans in het bijzonder gedurende de maand oktober te bidden. In daaropvolgende jaren keerde het onderwerp regelmatig terug in zijn encyclieken.

Laetitiae Sanctae verscheen in het zestiende jaar van zijn pontificaat en in het jaar waarin Leo XIII vijftig jaar bisschop was. De paus begint de encycliek met een verwijzing naar dit jubileum en naar de blijken van verbondenheid die hij naar aanleiding daarvan uit de katholieke wereld had ontvangen. Vervolgens kondigt hij aan opnieuw aandacht te willen vragen voor oktober als maand van de rozenkrans. Hij stelt daarbij dat zijn doel niet uitsluitend het prijzen van deze gebedsvorm is, maar vooral het uiteenzetten van voordelen die hij voor zijn eigen tijd noodzakelijk achtte.

De theoloog Grzegorz Bachanek plaatst deze mariologische geschriften van Leo XIII tegen de achtergrond van onder meer de spanningen tussen de Kerk en liberale regeringen en de toenemende sociale spanningen die met de ontwikkeling van het negentiende-eeuwse kapitalisme samenhingen. Hij beschouwt Laetitiae Sanctae in dat verband als een mariologische aanvulling op de sociale thematiek van Rerum Novarum uit 1891.

Inhoud

Rozenkrans en maatschappij Leo XIII stelt aan het begin van zijn inhoudelijke uiteenzetting dat een op juiste wijze beoefende rozenkransdevotie volgens hem niet alleen de individuele gelovige, maar ook de samenleving ten goede kan komen. Hij onderscheidt vervolgens drie problemen die hij kenmerkend acht voor zijn tijd en verbindt elk daarvan met een van de traditionele groepen rozenkransmysteries: de blijde, droevige en glorievolle mysteries.

Blijde mysteries en het eenvoudige leven Als eerste probleem noemt Leo XIII een afkeer van een eenvoudig en arbeidzaam bestaan en een streven naar rijkdom en maatschappelijk aanzien. Daartegenover stelt hij de blijde mysteries van de rozenkrans.

In het bijzonder gebruikt hij het leven van Jezus, Maria en Jozef in Nazareth als voorbeeld. De Heilige Familie wordt beschreven in verband met eenvoud, arbeid, vervulling van dagelijkse plichten, wederzijdse genegenheid en respect binnen het gezin. De paus trekt daaruit een sociale consequentie: morele vorming van het individu zou volgens hem doorwerken in het huisgezin en vervolgens in de bredere gemeenschap.

Droevige mysteries en het lijden Het tweede probleem is volgens Leo XIII de neiging om lijden zoveel mogelijk te vermijden en genot tot voornaam doel van het leven te maken. Als antwoord daarop verwijst hij naar de droevige mysteries en daarmee naar het lijden en de passie van Christus, evenals naar het medelijden en verdriet van Maria.

De encycliek presenteert geduld en standvastigheid tegenover lijden als christelijke deugden. Leo XIII maakt daarbij onderscheid tussen christelijke volharding en een louter stoïcijnse onverschilligheid tegenover pijn. In zijn voorstelling is christelijke standvastigheid verbonden met het voorbeeld van Christus en met goddelijke genade.

Glorievolle mysteries en het eeuwige leven Als derde probleem noemt de encycliek het uit het oog verliezen van het toekomstige of eeuwige leven door een te sterke gerichtheid op tijdelijke goederen. Hiertegenover plaatst Leo XIII de glorievolle mysteries, waaronder de verrijzenis en hemelvaart van Christus en de hemelse bestemming van Maria.

In deze passage behandelt de paus tevens de verhouding tussen het aardse en het eeuwige leven. Hij verwerpt aardse goederen niet als zodanig, maar plaatst ze binnen een religieuze ordening waarin het eeuwige leven het uiteindelijke doel vormt. Daarbij formuleert hij ook een expliciete opvatting over natuur en genade: omdat God volgens de encycliek de oorsprong van beide is, behoren natuur en genade uiteindelijk niet met elkaar in strijd te zijn, maar in overeenstemming te functioneren.

Theologische en filosofische thematiek De theologische argumentatie van Laetitiae Sanctae is nauw verbonden met de structuur van de rozenkrans. De mysteries worden voorgesteld als gebeurtenissen uit het leven van Christus en Maria die niet alleen moeten worden herinnerd, maar ook als voorbeelden voor het handelen van de gelovige dienen. Daardoor verbindt de tekst gebed en contemplatie met praktische deugdvorming.

Christologisch staat het leven van Jezus centraal in de drie reeksen mysteries: zijn menswording en verborgen leven, zijn lijden en dood, en zijn verrijzenis en verheerlijking. Maria wordt telkens in samenhang met deze gebeurtenissen behandeld. Bachanek benadrukt dat de mariologie van Leo XIII in dergelijke teksten ook een sociale dimensie krijgt: mariale vroomheid wordt verbonden met de bestrijding van menselijke ondeugden die volgens de paus de maatschappelijke vrede aantasten.

Ook het mens- en maatschappijbeeld van de encycliek wordt vanuit deugdvorming opgebouwd. Leo XIII verwacht maatschappelijke verbetering in belangrijke mate van morele verandering bij individuele personen, die vervolgens gevolgen heeft voor het gezin en de samenleving. De centrale deugden die in de drie gedeelten naar voren komen zijn onder meer eenvoud en arbeidzaamheid, geduld in het lijden en hoop op het eeuwige leven.

Een andere theologische gedachte is de samenhang tussen natuur en genade. Leo XIII stelt dat beide dezelfde goddelijke oorsprong hebben en daarom niet als wezenlijk tegengesteld moeten worden beschouwd. Daarnaast ordent de encycliek tijdelijke en eeuwige goederen hiërarchisch: het aardse leven heeft betekenis, maar wordt beschouwd vanuit de uiteindelijke bestemming van de mens bij God.

Broederschappen van de rozenkrans In het laatste deel van de encycliek bespreekt Leo XIII de broederschappen van de rozenkrans. Hij prijst hun rol bij het verspreiden van de devotie en verwijst daarbij naar de historische betrokkenheid van de dominicanen. Hij roept de bisschoppen op dergelijke broederschappen te ondersteunen en waar mogelijk verder te ontwikkelen.

De paus schrijft aan deze verenigingen zowel een religieuze als een maatschappelijke betekenis toe. De gezamenlijke beoefening van het gebed moet volgens hem bijdragen aan onderlinge verbondenheid en christelijk handelen. Aan het slot spreekt hij de hoop uit dat de door hem gegeven aansporingen zullen bijdragen aan het welzijn van gezinnen en de vrede tussen volken.

Plaats in de rozenkransgeschriften van Leo XIII Laetitiae Sanctae staat chronologisch tussen Magnae Dei Matris uit 1892 en Iucunda Semper Expectatione uit 1894. De reeks rozenkransencyclieken vormde gedurende een aanzienlijk deel van Leo's pontificaat een jaarlijks terugkerend onderdeel van zijn pastorale geschriften.

Ook latere pausen verwezen naar deze reeks. Paus Johannes XXIII herinnerde in zijn encycliek Grata Recordatio van 26 september 1959 aan de encyclieken die Leo XIII bij het naderen van oktober publiceerde om het rozenkransgebed te bevorderen. Hij beschreef deze documenten als onderling verschillend van inhoud maar gericht op de praktijk van het christelijk leven.Johannes XXIII, Grata Recordatio, 26 september 1959, nrs. 1–2, Acta Apostolicae Sedis 51 (1959), pp. 673–678.

In de wetenschappelijke literatuur heeft Bachanek Laetitiae Sanctae in 2023 geduid als een mariologische aanvulling op Rerum Novarum. Daarbij legt hij vooral de nadruk op de verbinding die Leo XIII maakt tussen mariale devotie, de bestrijding van persoonlijke ondeugden en maatschappelijke vrede.

Nederlandse vertaling Een Nederlandstalige vertaling verscheen in 1948 in de reeks Ecclesia Docens bij uitgeverij Gooi & Sticht in Hilversum. De vertaling uit het Latijn was van F.A.J. van Nimwegen C.ss.R. en verscheen onder de titel Laetitiae Sanctae – Aanmoediging van de devotie voor de Rozenkrans.Leo XIII, Laetitiae Sanctae – Aanmoediging van de devotie voor de Rozenkrans, vert. F.A.J. van Nimwegen C.ss.R., Ecclesia Docens, nr. 0162, Gooi & Sticht, Hilversum, 1948.

Zie ook

Leo XIII Rozenkrans Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Rozenkrans Tien evangelische deugden van Maria voor het gebedssnoer van de Tien Deugden van Maria Supremi apostolatus officio 1883 Superiore Anno 1884 Octobri Mense 1891 Magnae Dei Matris 1892 Rerum Novarum Lijst van encyclieken van paus Leo XIII

Externe link

Laetitiae Sanctae - officiële Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel

Categorie:19e-eeuws rooms-katholiek geschrift Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:1893