Johan Weijne (in Suriname veelal geschreven als Johan Weyne; Den Haag, 2 maart 1891 – Magelang, oktober 1927) was een Nederlands militair en koloniaal bestuurder. Hij diende als officier in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), bereikte de rang van kapitein en was waarnemend districtscommissaris van Marowijne in Suriname.

Onder zijn leiding werd vanuit Albina een ongeveer zestien kilometer lange weg naar Moengotapoe aangelegd. De in 1926 officieel geopende Luitenant Weyneweg werd naar hem vernoemd en vormde een vroege schakel in de latere landverbinding tussen Albina en Moengo.

Weijne was ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Afkomst en familie Weijne werd in Den Haag geboren als zoon van gymnastiekonderwijzer Willem Marinus Weijne en Henriette Wilhelmina Johanna Bijnevelt. Zijn vader leidde in Den Haag ook het Dansinstituut W.M. Weijne. “Dansinstituut W.M. Weijne”, Haagsche Courant, 29 september 1915, p. 8. Digitaal raadpleegbaar via Delpher. Het gezin telde verder Hendrik Jan Weijne, Henrietta Wilhelmina Johanna Weijne en Petronella Johanna Weijne.Haags Gemeentearchief, Bevolkingsregister gemeente Den Haag, archief 0354-01, inv.nr. 1939, gezinskaart Willem Marinus Weijne, 1913; digitaal raadpleegbaar via het Haags Gemeentearchief.

Zijn jongere zus Petronella Johanna Weijne trouwde op 26 september 1918 met de latere KNIL-majoor en sportbestuurder Jozef Cornelis Marinus Chabot. Weijne en Chabot dienden beiden als officier in het Nederlands-Indische leger en waren gedurende hun loopbaan in verschillende perioden in Suriname werkzaam.

Zijn jongere broer Hendrik Jan Weijne vertrok naar Medan in Deli op Sumatra en werd plantageadministrateur op Noord-Sumatra. Hij kwam op 24 januari 1929 bij Bireuen om het leven bij een auto-ongeval. Weijne was op weg naar zijn vrouw, die na een operatie in het plaatselijke ziekenhuis verbleef. Die dag waren zij precies vier jaar getrouwd.“Het auto-ongeluk van den heer Weijne”, Het Vaderland, 18 februari 1929.

Militaire loopbaan Weijne koos voor een militaire loopbaan in Nederlands-Indië. Op een Haagse gezinskaart werd hij in 1915 aangeduid als tweede luitenant bij het Oost-Indische Leger. Hij werd op 1 februari van dat jaar vanuit Weltevreden, destijds een voorstad van Batavia, in Den Haag ingeschreven. Later werd Weijne als eerste luitenant der infanterie in Suriname geplaatst.

Districtscommissaris van Marowijne In een Surinaamse adres- en bestuursgids uit 1924 werd Weijne vermeld als tijdelijk districtscommissaris van Boven- en Beneden-Marowijne, met Albina als standplaats. De Vraagbaak. Almanak voor Suriname van 1925 noemde hem eerste luitenant der infanterie en waarnemend districtscommissaris van Marowijne.De Vraagbaak. Almanak voor Suriname 1925, p. 332; digitaal raadpleegbaar via DBNL.

De missionaris en schrijver M.F. Abbenhuis verbleef in oktober 1925 in Albina en ontmoette Weijne persoonlijk. Abbenhuis beschreef hem als de commissaris van Albina. Een deel van het reisgezelschap bracht hem een bezoek en maakte later op zijn uitnodiging met zijn motorboot, de Lawa, een tocht over de Marowijne naar een Timehri-rots.

Luitenant Weyneweg Weijne gaf leiding aan de aanleg van een weg vanuit Albina door het oerwoud naar Moejo Tapoe, het huidige Moengotapoe. Abbenhuis bereisde de weg in oktober 1925 en vermeldde dat deze toen ongeveer zestien kilometer lang was. Bij Moengotapoe sloot de route aan op de vaarverbinding over de Cottica en de Commewijne in de richting van Paramaribo.

De weg volgde gedeeltelijk een bestaand pad dat door uit Frans-Guyana ontsnapte bannelingen werd gebruikt. Voor de aanleg werden onder anderen gestraften uit Paramaribo ingezet. Abbenhuis zag hen aan de weg werken onder toezicht van een Nederlandse militair.

De Luitenant Weyneweg werd op 24 november 1926 officieel geopend. De route vormde een vroege schakel in de verbinding tussen Albina en Moengo. Nadat de Surinaamsche Bauxiet Maatschappij een weg van Moengo naar Moengotapoe had aangelegd, kon in 1929 voor het eerst de gehele afstand tussen Moengo en Albina per auto worden afgelegd.“Albina aan de Marowijnerivier”, Suriname.nu.

Overlijden en gedenken

Weijne werd bij gelegenheid van de opening van de Marowijneweg, de latere Luitenant Weyneweg, benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.“Geridderd”, Sumatra-bode, 28 april 1927. De onderscheiding werd hem op 2 maart 1927, zijn verjaardag, door de gouverneur uitgereikt. Weijne was op dat moment ernstig ziek en verbleef in het hospitaal.“Weijne geridderd”, De West, 4 maart 1927; digitaal raadpleegbaar via Delpher.“Weijne geridderd”, De Surinamer, 6 maart 1927; digitaal raadpleegbaar via Delpher. Zijn benoeming bij Koninklijk Besluit werd op 27 april 1927 gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant. Daarin werd hij aangeduid als eerste luitenant van het Nederlands-Indische leger en waarnemend districtscommissaris van Marowijne.“Benoemingen, ontslag, enz.”, Nederlandsche Staatscourant, 27 april 1927; digitaal raadpleegbaar via Delpher.

Na zijn werkzaamheden in Suriname keerde Weijne terug naar Nederlands-Indië, waar hij de rang van kapitein der infanterie bereikte. Weijne had in Suriname malaria opgelopen en zijn gezondheid ging achteruit. Hij overleed in oktober 1927 in Magelang. In een familiebericht in Het Vaderland van 15 oktober 1927 werd hij aangeduid als kapitein der infanterie van het Oost-Indische Leger, oud-districtscommissaris van Marowijne en ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De familie had het bericht van zijn overlijden telegrafisch uit Magelang ontvangen.Familiebericht Johan Weyne, Het Vaderland, 15 oktober 1927.

Op 18 april 1928 werd in Albina een gedenkteken voor hem onthuld. Het werd opgericht door de Troepenmacht in Suriname en de burgerij van Albina. Het opschrift noemt Weijne districtscommissaris van Marowijne en vermeldt dat hij als luitenant in het Nederlands-Indische leger had gediend, als kapitein in Magelang was overleden en dat de weg onder zijn leiding was aangelegd.“Gedenkteken voor districtscommissaris J. Weyne”, Nationaal Archief, Fotocollectie Willem van de Poll, bestanddeelnummer 252-6627.

De foto van het gedenkteken werd in 1947 in Albina gemaakt door de huisfotograaf van de koninklijke familie Willem van de Poll. Hij vergezelde Juliana, Bernhard en de prinsesjes op vakanties en staatsbezoeken. In 1947 maakte hij zo een reisreportage in Suriname en de Nederlandse Antillen. Foto's van deze reizen zijn gebundeld in het boek The Netherlands West Indies. The Islands and Their People uit 1951. De opname behoort tot de collectie van het Nationaal Archief en is vrijgegeven onder een CC0-licentie.“Gedenkteken voor districtscommissaris J. Weyne”, Wikimedia Commons.

De weg bleef bekendstaan als de Luitenant Weyneweg. Het gedenkteken werd later op een rotonde in Albina geplaatst en in 2025 gerestaureerd en opnieuw opgesteld.“Districtscommissaris Vijent werkt aan mooier stadsbeeld Albina”, Waterkant, 23 november 2025.

Categorie:Nederlands militair Categorie:Militair in het KNIL Categorie:Persoon in Suriname Categorie:Surinaams districtscommissaris