thumb|upright=1.2|Kroongroepen en stamgroepen. Kroongroep C1 omvat de levende soorten en hun laatste gemeenschappelijke voorouder. Stamgroep S1 omvat hun uitgestorven verwanten.

Een stamgroep (Engels: stem group) is een verzameling van uitsluitend uitgestorven soorten die nauwer verwant zijn aan een specifieke kroongroep dan aan een andere nog levende groep van organismen. In een cladogram (evolutionaire stamboom) bevindt de stamgroep zich op de 'stam' die naar de kroongroep toe leidt, voor het splitsingspunt van de laatste gemeenschappelijke voorouder van de nog levende soorten.

Het concept stamgroep is complementair aan dat van de kroongroep en wordt gebruikt om fossiele overgangsvormen te classificeren. Omdat organismen in een stamgroep zich al vroeg hebben afgesplitst, bezitten zij vaak wel enkele, maar nog niet alle specifieke kenmerken (synapomorfieën) die de latere kroongroep definiëren. Als alle vertegenwoordigers binnen een stamgroep uitsterven, kan een morfologische kloof ontstaan tussen de overlevende kroongroep en diens nauwste nog levende verwanten (de zustergroep).

Voorbeeld Een voorbeeld van een bekende stamgroep is de Synapsida: uitgestorven, zoogdierachtige reptielen (zoals Dimetrodon). Deze uitgestorven soorten zijn nauwer verwant aan moderne zoogdieren dan aan de huidige reptielen of vogels. Omdat zij zich echter al vroeg afsplitsen (ruim vóór het ontstaan van de laatste gemeenschappelijke voorouder van de levende zoogdieren), vallen zij buiten de kroongroep. Deze dieren worden dus stamgroep-zoogdieren genoemd.

Zie ook Kroongroep Basale clade

Referenties

Categorie:Evolutiebiologie