Satis cognitum is een encycliek van paus Leo XIII, afgekondigd op 29 juni 1896, over de eenheid van de Katholieke Kerk.Leo XIII, Satis cognitum, 29 juni 1896, in: Acta Sanctae Sedis 28 (1895–1896), pp. 708–739. In het document behandelt Leo XIII de zichtbare en geestelijke dimensies van de Kerk, de eenheid van het geloof, het kerkelijk leergezag, het bisschopsambt en het primaat van de bisschop van Rome. De encycliek plaatst de eenheid van de Kerk nadrukkelijk in de gemeenschap met de Stoel van Petrus.
In de ontwikkeling van de rooms-katholieke ecclesiologie, de theologische leer over de Kerk, neemt Satis cognitum een plaats in tussen het in de negentiende eeuw dominante institutionele model van de Kerk als volwaardige of volmaakte gemeenschap en de toenemende nadruk op de Kerk als het mystieke lichaam van Christus. Paus Paulus VI noemde Satis cognitum in zijn encycliek Ecclesiam suam uit 1964, samen met Mystici Corporis Christi van paus Pius XII, als een pauselijk document dat bijzondere vermelding verdiende vanwege zijn uiteenzetting van de leer over de Kerk.Paulus VI, Ecclesiam suam, 6 augustus 1964, nr. 30, in: Acta Apostolicae Sedis 56 (1964), pp. 609–659.
Historische context Satis cognitum verscheen tijdens het pontificaat van Leo XIII (1878–1903), in een periode waarin de verhouding tussen de Rooms-Katholieke Kerk en andere christelijke gemeenschappen opnieuw aandacht kreeg. In de late negentiende eeuw waren er onder meer toenaderingspogingen tussen rooms-katholieken en leden van de Anglicaanse Kerk. De discussie over de geldigheid van de anglicaanse wijdingen leidde in hetzelfde jaar als Satis cognitum tot Leo's apostolische brief Apostolicae curae.
De encycliek zelf is formeel gericht aan de katholieke patriarchen, primaten, aartsbisschoppen, bisschoppen en andere ordinarii die in gemeenschap met de Apostolische Stoel stonden.Leo XIII, Satis cognitum, opschrift en nr. 1. Leo verklaart aan het begin dat hij de aard en de wezenlijke kenmerken van de Kerk wil uiteenzetten, met bijzondere aandacht voor haar eenheid. Aan het einde van het document verbreedt hij zijn oproep tot christenen die niet in volledige gemeenschap met Rome staan en spoort hij hen aan tot kerkelijke eenheid.Leo XIII, Satis cognitum, nr. 16.
De encycliek moet daarom worden onderscheiden van een document dat rechtstreeks tot alle christelijke kerken of gemeenschappen is gericht. De directe geadresseerden behoren tot de katholieke hiërarchie, terwijl de beoogde problematiek en de afsluitende oproep een ruimere interchristelijke strekking hebben.
Inhoud en opbouw De theoloog Georges H. Tavard onderscheidt in Satis cognitum achtereenvolgens de zichtbaarheid van de Kerk, de eenheid van het geloof, het leergezag, de Kerk als door God gestichte gemeenschap en de verhouding tussen het primaat van de paus en het gezag van de bisschoppen.G. H. Tavard, “Satis Cognitum”, in: New Catholic Encyclopedia, 2e ed., dl. 12, Thomson Gale, 2003, p. 700.
Eenheid en zichtbaarheid van de Kerk Een centraal uitgangspunt van de encycliek is dat Christus volgens Leo XIII één Kerk heeft gesticht en niet meerdere onderling onafhankelijke christelijke gemeenschappen.Leo XIII, Satis cognitum, nr. 4. De eenheid van de Kerk is in zijn redenering zowel geestelijk als zichtbaar.
Leo verzet zich enerzijds tegen een opvatting waarin de Kerk uitsluitend als een onzichtbare geestelijke gemeenschap wordt beschouwd en anderzijds tegen een reductie van de Kerk tot een louter menselijke organisatie. Hij gebruikt onder meer de verhouding tussen lichaam en ziel als analogie: de zichtbare maatschappelijke structuur en het bovennatuurlijke geestelijke leven vormen volgens hem samen één Kerk.Leo XIII, Satis cognitum, nr. 3. Daarnaast verbindt hij deze gedachte met de christologische overtuiging dat in Christus het zichtbare menselijke en het onzichtbare goddelijke niet van elkaar kunnen worden losgemaakt.
Hahnenberg ziet in dergelijke passages een ontwikkeling in Leo's ecclesiologie. Terwijl in eerdere teksten het model van de Kerk als societas perfecta sterk aanwezig was, kreeg volgens hem in latere encyclieken, waaronder Satis cognitum, het beeld van de Kerk als mystiek lichaam van Christus meer gewicht zonder dat het institutionele model werd verlaten.
Eenheid van geloof en leergezag Naast organisatorische eenheid is voor Leo XIII eenheid van geloof noodzakelijk. Hij beroept zich daarbij onder meer op de nieuwtestamentische formulering van “één Heer, één geloof, één doop” uit Efeziërs 4.Leo XIII, Satis cognitum, nr. 6; vgl. Ef. 4:4–6.
De encycliek stelt dat de geopenbaarde geloofsinhoud als één geheel moet worden aanvaard. Het bewust verwerpen van een leerstelling die volgens het katholieke leergezag tot de goddelijke openbaring behoort, tast volgens Leo de eenheid van het geloof aan.Leo XIII, Satis cognitum, nrs. 8–9. Zijn argumentatie is mede gericht tegen het idee dat de Schrift zonder een bindend kerkelijk interpretatiegezag op zichzelf voldoende zou zijn om de zichtbare eenheid van het geloof te verzekeren. Verschillende individuele interpretaties kunnen volgens de encycliek tot tegenstrijdige leerstellingen leiden.
Daarom kent Leo een centrale plaats toe aan een blijvend en gezaghebbend leergezag. Dat leergezag moet volgens de encycliek de overgeleverde geloofsinhoud bewaren en gezaghebbend uitleggen. De eenheid van de Kerk omvat in deze visie dus zowel eenheid in geloof als eenheid in bestuur.Leo XIII, Satis cognitum, nrs. 9–10.
Petrusambt en bisschoppen Een groot deel van de encycliek is gewijd aan de plaats van de apostel Petrus en zijn opvolgers. Leo behandelt daarbij onder meer Matteüs 16:18–19, Lucas 22:31–32 en Johannes 21:15–17. Hij interpreteert deze teksten als bijbelse grondslag voor een bijzondere opdracht van Petrus binnen het apostelcollege en voor het blijvende primaat van de bisschop van Rome.Leo XIII, Satis cognitum, nrs. 12–14.
De paus wordt in de encycliek voorgesteld als zichtbaar beginsel en centrum van de kerkelijke eenheid. Leo kent hem een hoogste en universele jurisdictie over de Kerk toe. Tegelijkertijd ontkent hij niet dat bisschoppen een eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid hebben. Hij schrijft dat bisschoppen in hun eigen gebieden met werkelijk gezag besturen.Leo XIII, Satis cognitum, nrs. 14–15.
Dat bisschoppelijk gezag staat volgens de encycliek echter niet los van het universele kerkverband. Leo stelt dat een bisschop die zich bewust van Petrus en diens opvolgers afscheidt, daarmee de band verbreekt die hem met het fundament van de kerkelijke eenheid verbindt en het recht verliest om binnen die eenheid te besturen.Leo XIII, Satis cognitum, nr. 15. De verhouding wordt in de encycliek daarmee niet voorgesteld als een keuze tussen pauselijk of bisschoppelijk gezag, maar als een hiërarchische samenhang waarin het plaatselijke bisschopsambt binnen de universele gemeenschap met de bisschop van Rome functioneert.
Theologische en filosofische accenten De argumentatie van Satis cognitum is in hoofdzaak christologisch en ecclesiologisch. De eenheid van de Kerk wordt teruggevoerd op Christus als haar stichter en hoofd. De zichtbare kerkelijke gemeenschap en haar bovennatuurlijke leven worden daarbij niet als twee afzonderlijke kerken beschouwd, maar als aspecten van één werkelijkheid.Leo XIII, Satis cognitum, nrs. 3–5 en 10.
De daarbij gebruikte vergelijking met lichaam en ziel heeft ook een antropologische dimensie. Zoals de menselijke persoon volgens de klassieke christelijke antropologie niet tot alleen het lichaam of alleen de ziel kan worden teruggebracht, zo kan de Kerk volgens Leo evenmin tot alleen haar institutionele of alleen haar geestelijke dimensie worden beperkt. Hahnenberg plaatst deze ontwikkeling binnen de geleidelijke herwaardering van het beeld van de Kerk als mystiek lichaam in de katholieke ecclesiologie van de late negentiende en vroege twintigste eeuw.
Op epistemologisch gebied verbindt de encycliek de kenbaarheid en bewaring van geopenbaarde waarheid met Schrift, apostolische overlevering en een gezaghebbend leerambt. Leo acht individuele interpretatie op zichzelf onvoldoende als grondslag voor duurzame geloofseenheid. De encycliek werkt daarmee vanuit een katholiek kennisbegrip waarin goddelijke openbaring en kerkelijk leergezag met elkaar verbonden zijn.Leo XIII, Satis cognitum, nrs. 6–9.
Hoewel Leo XIII in andere encyclieken uitvoerig maatschappelijke en politieke vraagstukken behandelde, zoals in Rerum Novarum, is Satis cognitum primair een ecclesiologisch document. Begrippen als het algemeen welzijn, solidariteit en subsidiariteit vormen er geen zelfstandige thematische structuur. Het maatschappelijke karakter van de Kerk komt er voornamelijk ter sprake in verband met haar zichtbare organisatie en haar hoedanigheid als door Christus gestichte gemeenschap.
Eenheidsmodel en latere oecumene In secundaire theologische literatuur is het eenheidsmodel van Satis cognitum aangeduid als unionisme. Dit begrip is een latere typering en geen term waarmee de encycliek zichzelf beschrijft. In deze interpretatie wordt het herstel van christelijke eenheid opgevat als het herstel van volledige gemeenschap met de katholieke Kerk en in het bijzonder met de Stoel van Rome.
Dit verschilt in formulering en methode van het katholieke oecumenische beleid zoals dat tijdens het Tweede Vaticaans Concilie in Unitatis redintegratio (1964) werd uitgewerkt. Dat conciliedecreet bleef de zichtbare eenheid van de Kerk als doel stellen, maar sprak tegelijk over een werkelijke, zij het onvolmaakte, gemeenschap tussen de Katholieke Kerk en andere gedoopte christenen. Het erkende tevens dat buiten haar zichtbare grenzen kerkelijke en geestelijke elementen aanwezig zijn en kende aan theologische dialoog, gezamenlijk gebed en samenwerking een belangrijke plaats toe.Tweede Vaticaans Concilie, decreet Unitatis redintegratio, 21 november 1964, nrs. 1, 3–4.
Unitatis redintegratio maakte bovendien onderscheid tussen de individuele opname van personen in volledige katholieke gemeenschap en de oecumenische beweging als zodanig.Tweede Vaticaans Concilie, Unitatis redintegratio, nr. 4. Het verschil met Satis cognitum kan daarom nauwkeuriger worden beschreven als een ontwikkeling in ecclesiologische terminologie en oecumenische methode dan als een eenvoudige tegenstelling tussen twee opvattingen van kerkelijke eenheid.
Receptie De blijvende betekenis die binnen het katholieke leergezag aan Satis cognitum werd toegekend, blijkt onder meer uit Ecclesiam suam van Paulus VI uit 1964. Daar werd de encycliek expliciet genoemd als een belangrijke eerdere pauselijke uiteenzetting over de aard van de Kerk.
In de geschiedschrijving van de katholieke ecclesiologie wordt Satis cognitum daarnaast in verband gebracht met de ontwikkeling van een sterker sacramenteel en christologisch verstaan van de Kerk. Hahnenberg ziet bij Leo XIII een toenemende waardering voor het model van het mystieke lichaam van Christus, dat naast de oudere voorstelling van de Kerk als societas perfecta kwam te staan. Tavard benadrukt daarnaast de betekenis van het document voor de katholieke leer over kerkelijke eenheid en het pauselijk primaat.
Zie ook
Ecclesiologie Unitatis redintegratio John Henry Newman Lijst van encyclieken van paus Leo XIII
Externe link
Satis Cognitum - officiële Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel
Referenties
Leo XIII, Satis cognitum, 29 juni 1896, in: Acta Sanctae Sedis 28 (1895–1896), pp. 708–739. Tavard, G. H., “Satis Cognitum”, in: New Catholic Encyclopedia, 2e ed., dl. 12, Thomson Gale, 2003, p. 700. Paulus VI, Ecclesiam suam, 6 augustus 1964, in: Acta Apostolicae Sedis 56 (1964), pp. 609–659. Tweede Vaticaans Concilie, Unitatis redintegratio, 21 november 1964.
Categorie:19e-eeuws rooms-katholiek geschrift Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:1896