De Duitse razzia's in Rekem waren een reeks Duitse arrestatie-, huiszoekings- en repressieacties op 24, 25 en 26 juni 1944 in en rond Rekem, tegenwoordig een deelgemeente van Lanaken in Belgisch Limburg. De acties waren gericht tegen leden en helpers van het Belgische verzet, in het bijzonder het Geheim Leger. Directe aanleiding was een verzetsoperatie waarbij in Limburg door de geallieerden gedropt wapentuig, munitie en explosieven vanuit Rekem per schip verder vervoerd zouden worden. Een belangrijk deel van het materiaal was bestemd voor het verzet in Antwerpen.
Het schip dat voor het transport werd gebruikt, de Henri, kwam op zaterdag 24 juni in Rekem aan. In de nacht van 24 op 25 juni zou het worden geladen. Omstreeks 23 uur vielen Duitse militairen en leden van de Sicherheitsdienst (SD) Rekem binnen. De verzetsman Jean Keibeck werd bij het kanaal neergeschoten en aangehouden; zijn medestander Camille Hoste wist te ontkomen. In de daaropvolgende twee dagen vonden verdere huiszoekingen en arrestaties plaats in Rekem, Uikhoven en het nabijgelegen Meeswijk-Lanklaar.
Achtergrond In Rekem en omgeving bestond tijdens de Duitse bezetting al vóór 1944 verzetsactiviteit. Lokale verzetsmensen hielden zich onder meer bezig met inlichtingenwerk, de hulp aan onderduikers en neergeschoten geallieerde vliegers en activiteiten binnen verzetsorganisaties die later met het Geheim Leger verbonden waren. Het Geheim Leger ontwikkelde zich tijdens de laatste bezettingsmaanden tot een van de belangrijkste gewapende verzetsorganisaties van België. De benaming Armée secrète of Geheim Leger werd vanaf juni 1944 de officiële naam van de organisatie. Vanaf maart 1944 ontving zij op grotere schaal wapens en explosieven via geallieerde parachutages.
In de nacht van 30 april op 1 mei 1944 werden de agenten André Falesse en Marcel Becquaert bij Fumal geparachuteerd. Zij waren betrokken bij de ontvangst en verdeling van geallieerd materieel voor het Geheim Leger. Eind mei en begin juni vonden twee geslaagde wapendroppings in Belgisch Limburg plaats. De bronnen geven verschillende aantallen voor de daarbij gedropte containers, maar zijn het erover eens dat het ontvangen materiaal deels in Rekem werd opgeslagen en vervolgens over verschillende verzetssectoren werd verdeeld.
Historicus Victor Marquet vermeldt dat het voor Antwerpen bestemde deel van het materieel in Rekem werd opgeslagen en per binnenschip naar Antwerpen moest worden vervoerd. Volgens hem grepen de Duitsers op 25 juni, de geplande datum van het transport, in nadat zij waren gewaarschuwd. Falesse en Becquaert werden gearresteerd en de Duitsers kregen een deel van het materieel in handen.
Verloop
24 juni Voor het vervoer van de resterende wapens, munitie en explosieven werd gebruikgemaakt van het schip Henri. Het schip arriveerde op zaterdagavond 24 juni in Rekem. Volgens de gemeentelijke reconstructie had sectoroverste Jules Wijnen van het Geheim Leger een dag eerder vernomen dat de operatie mogelijk bekend was geraakt bij collaborateurs. Hij probeerde via koerierster Mariette Bemong de geplande verscheping te laten afblazen, maar het bevel om het schip te laden bleef van kracht.
Een groep verzetslieden uit Rekem en Uikhoven zou het schip tijdens de nacht van 24 op 25 juni laden. Mathieu Rutten situeert het begin van de Duitse actie omstreeks 23 uur op 24 juni. Duitse marinemilitairen en leden van de Sipo/SD, bijgestaan door collaborateurs, trokken Rekem binnen. Jean Keibeck en Camille Hoste waren naar de omgeving van het schip gestuurd. Keibeck werd beschoten, gewond en aangehouden; Hoste ontsnapte.
Keibeck werd uiteindelijk naar het Brugmannziekenhuis in Brussel overgebracht, waar hij op 6 augustus 1944 overleed. Na de schietpartij werd Rekem afgezet en vonden de eerste huiszoekingen plaats.
25 juni Op zondag 25 juni werden de acties uitgebreid. In Meeswijk-Lanklaar arresteerden de Duitse veiligheidsdiensten onder anderen André Falesse en Marcel Becquaert, evenals verschillende mensen uit hun omgeving. Beide agenten werden later naar Duitse kampen gedeporteerd, maar overleefden de oorlog.
Ook in Rekem werden woningen doorzocht. Henri Bemong en zijn echtgenote Jeanne Thelissen werden aangehouden; in hun woning werden onder meer seinmiddelen gevonden die bij de parachutages waren gebruikt. Jozef Stouten, die zich aan de verplichte tewerkstelling had onttrokken, werd eveneens gearresteerd. Verschillende gezochte verzetsleden, onder wie Jules Wijnen, waren inmiddels ondergedoken en konden aan arrestatie ontkomen.
Henri Bemong stierf later in Buchenwald. Jeanne Thelissen en haar dochter Mariette Bemong werden naar Ravensbrück gedeporteerd en overleefden hun gevangenschap. Jozef Stouten werd naar Duitsland gebracht voor dwangarbeid en kwam daar later tijdens een bombardement om het leven.
Het schip Henri mocht aanvankelijk Rekem verlaten. Bij de sluis in Hasselt werd het later opnieuw onderzocht, waarbij wapens werden aangetroffen. Schipper Louis Vercammen, zijn zoon en een matroos werden daarop aangehouden. Louis Vercammen overleefde zijn deportatie niet; de matroos werd na een korte detentie vrijgelaten.
26 juni Op maandag 26 juni keerden de Duitse veiligheidsdiensten terug naar Rekem en Uikhoven. Zij doorzochten onder meer de hoeve in de Oude God waar wapens en ander materiaal opgeslagen waren geweest. Vier leden van de familie De Vleminck-Janssen werden gearresteerd en gedeporteerd. Frans De Vleminck en zijn echtgenote Francine Janssen kwamen later in Duitse kampen om.
Omdat sectoroverste Jules Wijnen niet werd gevonden, werden ook zijn vader Jan Wijnen en vier dochters uit het gezin opgepakt. Jan Wijnen werd naar Buchenwald gedeporteerd en overleefde zijn gevangenschap; zijn dochters werden in Duitsland verplicht tewerkgesteld.
Gevolgen De arrestaties betekenden een zware slag voor de verzetsstructuren in de streek. Vooral de gevangenneming van Falesse en Becquaert was van belang omdat de twee agenten betrokken waren bij de verbindingen tussen het Geheim Leger in Limburg en de geallieerden. In de dagen en weken na de gebeurtenissen in Rekem volgden ook elders in Limburg Duitse arrestaties en acties tegen het Geheim Leger.
Na de oorlog werd de rol van collaborateurs bij de operatie onderzocht. In december 1946 behandelde de Krijgsraad van Tongeren de zaak die in de toenmalige pers bekendstond als de zaak van het munitieschip van Rekem. Drie plaatselijke VNV-leden werden veroordeeld; twee kregen levenslange dwangarbeid en een derde een gevangenisstraf van twaalf jaar. Rutten vermeldt daarnaast dat tijdens de rechtszaak sprake was van een door de Duitse autoriteiten uitgeloofde premie van 100.000 Belgische frank voor het slagen van de operatie.
Slachtoffers en herdenking De razzia's worden in Rekem jaarlijks herdacht. De herdenking wordt georganiseerd door de lokale vereniging van het Geheim Leger en vindt plaats bij het monument aan de Populierenlaan. Volgens Het Nieuwsblad bestaat deze jaarlijkse traditie sinds 1945.
Bij de hedendaagse herdenkingen worden zeven omgekomen Rekemse verzets- en oorlogsslachtoffers bij naam genoemd: Jean Keibeck, Henri Bemong, Paul en Michel Schoenmaeckers, Frans De Vleminck, Francine Janssen en Jozef Stouten. Deze herdenkingslijst valt niet volledig samen met de personen die tijdens de razzia's van 24 tot en met 26 juni werden gearresteerd. Paul Schoenmaeckers was reeds in de nacht van 21 op 22 november 1943 gearresteerd en zijn zoon Michel op 31 augustus 1943; beiden kwamen na deportatie om. Hun opname in de jaarlijkse plechtigheid weerspiegelt daarmee de bredere herinnering aan het lokale verzet en zijn slachtoffers.
Externe link Herdenking Duitse razzia in Rekem
Bronnen
Categorie:Belgisch verzet in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Rekem Categorie:Razzia Categorie:1944