Vigilio Rabaglio (Gandria, 24 september 1711 – aldaar, 26 mei 1800), in Spaanse bronnen ook Virgilio Rabaglio genoemd, was een Zwitsers-Italiaans architect en bouwmeester uit het kanton Ticino. Hij werkte vanaf 1737 voor het Spaanse hof van het Huis Bourbon en ontwierp onder meer het Koninklijk Paleis van Riofrío bij Segovia.

Leven en werk Opleiding en vroege werkzaamheden Rabaglio werd geboren in Gandria, een dorp aan het Meer van Lugano dat tegenwoordig deel uitmaakt van de gemeente Lugano. Hij was een zoon van Giacomo Rabaglio en Lucia Rastelloni en een oudere broer van de stukadoor en architect Pietro Rabaglio (1721–1799). De familie behoorde tot de Ticinese traditie van mastri d'arte, bouwmeesters en sierkunstenaars die voor opdrachten naar andere delen van Europa trokken.

Tussen 1723 en 1734 werd Rabaglio opgeleid in Milaan en Vicenza. Vervolgens werkte hij onder meer aan het kartuizerklooster van Pavia, het heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Consolata in Turijn en bouwwerken in de Valle d'Aosta. Deze werkzaamheden brachten hem in aanraking met de Noord-Italiaanse en Piëmontese barokarchitectuur die later in zijn Spaanse ontwerpen herkenbaar bleef.

Werkzaamheden in Spanje In 1737 vertrok Rabaglio naar Madrid, waar hij een loopbaan begon in dienst van de Spaanse Bourbons. Zijn komst hing samen met het netwerk rond markies Annibale Scotti di Castelbosco, een vertrouweling van koningin Elisabeth Farnese. Rabaglio was betrokken bij werkzaamheden aan het Koninklijk Paleis van Madrid en werd daar in 1742 als maestro arquitecto, meester-architect, vermeld.

Uit 1737–1738 is een aan Rabaglio toegeschreven ontwerp voor het Teatro de los Caños del Peral in Madrid bewaard gebleven. Vanaf 1739 was hij betrokken bij de bouw en inrichting van de kerk van Santos Justo y Pastor, de huidige basiliek van San Miguel. Zijn ontwerpen omvatten onder meer plattegronden en doorsneden van het schip, het koor, het presbyterium en het hoofdaltaar.

thumb|right|upright=1.05|De basiliek van San Miguel in Madrid, oorspronkelijk de kerk van Santos Justo y Pastor. Rabaglio was vanaf 1739 betrokken bij de bouw en inrichting van de kerk en ontwierp onder meer onderdelen van het schip, het koor, het presbyterium en het hoofdaltaar.

In 1742–1743 ontwierp Rabaglio nieuwe vertrekken voor infant Luis Antonio in het Buen Retiro-paleis. Het project omvatte een appartement met een eigen tuingevel en een formeel aangelegde tuin, die bekendstond als de Franse tuin. In 1743 liet Rabaglio zijn jongere broer Pietro naar Spanje komen. De broers werkten vervolgens samen aan verschillende koninklijke en kerkelijke bouwprojecten.

Koninklijk Paleis van Riofrío Rabaglio's belangrijkste zelfstandige ontwerp was het Koninklijk Paleis van Riofrío, dat koningin-weduwe Elisabeth Farnese op haar landgoed bij Segovia liet bouwen. De eerste ontwerpen ontstonden in 1751–1752. Rabaglio tekende niet alleen het vierkante paleis rond een centrale binnenplaats, maar ontwierp ook de bijgebouwen, tuinen, kapel en monumentale trappen.

thumb|right|upright=1.05|Het Koninklijk Paleis van Riofrío, het belangrijkste ontwerp van Rabaglio.

Het paleis werd opgezet als het middelpunt van een groter koninklijk domein met dienstgebouwen, stallen, een kerk, een theater en tuinen. De architectuur vertoont Italiaanse invloeden en wordt gekenmerkt door een regelmatige plattegrond, sobere gevels en een monumentale ruimtelijke opbouw rond de binnenplaats. Vooral de keizerlijke trappen behoren tot de belangrijkste bewaard gebleven onderdelen van Rabaglio's ontwerp.

Rabaglio leidde het werk tot 1753. Na een conflict over zijn arbeidsvoorwaarden en honorarium legde hij de leiding neer. De bouw werd voortgezet door Carlo Fraschina en later door andere architecten. Een verzameling ontwerptekeningen van Rabaglio maakt het mogelijk het oorspronkelijke, slechts gedeeltelijk uitgevoerde plan voor het koninklijke domein te reconstrueren.

Terugkeer naar Gandria Rabaglio bleef na zijn vertrek uit Riofrío nog enkele jaren in Spanje. In 1760 keerde hij definitief terug naar Gandria. Daar beheerde hij het vermogen dat hij in het buitenland had verworven en nam hij gedurende ongeveer twintig jaar deel aan het plaatselijke gemeenschapsleven. Hij overleed in Gandria op 26 mei 1800.

Familie Rabaglio trouwde in 1735 met Laura Bordoni uit Gandria en in 1778 met Lucia Boni. Zijn broer Pietro Rabaglio was eveneens in Spanje werkzaam, vooral als stukadoor en bouwmeester.

Zijn zuster Maria Caterina Rabaglio trouwde met Giovanni Rocco Bordoni. Hun dochter Maria Elisabetta Bordoni (1729–1801) huwde Giuseppe Antonio Beretta (1722–vóór 1801). Vigilio en Pietro Rabaglio waren daardoor ooms van Maria Elisabetta Bordoni en oudooms van haar zoons Johannes Jacobus, Joannes Baptista en Franciscus Marcus Beretta, die tot de stamvaders van de Nederlandse takken van het geslacht Beretta behoorden.

Nalatenschap Een omvangrijke verzameling bouwtekeningen van Vigilio en Pietro Rabaglio bleef binnen de familie bewaard. Een deel van deze collectie kwam terecht in het staatsarchief van het kanton Ticino. Een andere verzameling werd in 1995 in Zwitserland verworven door het Spaanse ministerie van Onderwijs en Cultuur en in 1996 ondergebracht bij de Real Academia de Bellas Artes de San Fernando in Madrid. De collectie bevat tientallen ontwerpen voor Riofrío, het Buen Retiro-paleis, de kerk van Santos Justo y Pastor en andere Spaanse bouwprojecten.

Externe link Vigilio Rabaglio in het Historisch Lexicon van Zwitserland

Categorie:Zwitsers architect Categorie:Barokarchitect Categorie:Persoon in de 18e eeuw Categorie:Geschiedenis van Ticino