Sollewijn Gelpke is een Nederlands patriciërsgeslacht en een tak van het geslacht Gelpke. In de dubbele naam is Gelpke de stamnaam. Sollewijn werd in 1841 toegevoegd, toen de vice-president van de Raad van Indië en waarnemend gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, Pieter Merkus, aan Johan Herman Frederik Gelpke toestemming verleende de naam van diens stiefgrootvader Bernard Sollewijn voor zijn geslachtsnaam te plaatsen.Nationaal Archief, archief Ministerie van Koloniën (1814–1849), toegang 2.10.01, inv.nr. 2626, besluit van 26 november 1841, nr. 1, fol. 701–702 (fol. 701 en fol. 702). De familietak werd samen met Gelpke opgenomen in deel 36 van Nederland's Patriciaat (1950).
Geschiedenis
Gelpke-stam
De in Nederland's Patriciaat gepubliceerde stamreeks is vanaf Johann Bernhard Gelpke (1696–1765), chirurgijn in Osterode am Harz, te volgen. Zijn zoon Johann Friedrich Gelpke (1732–1790) was chirurgijn in Goslar. De volgende generatie, Johan Herman Frederik Gelpke (1766–1840), kwam naar Nederland; hij was chirurgijn-majoor en later geneesheer in Waspik. Diens zoon Adriaan Ahlhart Gelpke (1805–1869) diende als officier van gezondheid bij het Oost-Indische leger en vestigde zich later als geneesheer in Terheijden. Hij trouwde in 1839 met Clasina Wilhelmina Dibbets (1821–1902). Uit dit huwelijk werd in 1840 te Weltevreden Johan Herman Frederik Gelpke geboren.
Ontstaan van de dubbele naam
miniatuur|page=2|De bekendmaking van de naamsuitbreiding in de Javasche Courant van 15 december 1841
Clasina Wilhelmina Dibbets was een dochter van Petronella Jacoba Regter uit haar eerste huwelijk met de officier Gerrit Jan Peter Arnoutsen Dibbets. Regter trouwde vervolgens met resident Johannes Wenzel en, na diens overlijden in 1826, in 1827 met kolonel Bernard Sollewijn (1785–1864). Clasina werd daardoor Sollewijns stiefdochter. Bernard Sollewijn was dus de stiefgrootvader van Clasina's zoon Johan Herman Frederik Gelpke en geen voorvader in diens mannelijke Gelpke-lijn.
Adriaan Ahlhart Gelpke verzocht in 1841 namens zijn minderjarige zoon om toevoeging van de naam Sollewijn. Bernard Sollewijn stemde daarmee schriftelijk in. Hoewel Sollewijn uit zijn eerste huwelijk met Alexandrine Desruelles een dochter had, Carolina Johanna Theophanie Bernardina Sollewijn (1823–1887), had hij geen mannelijke nakomelingen. In het verzoek werd daarom als reden gegeven dat zijn geslachtsnaam anders zou uitsterven. Bij besluit van 26 november 1841, nummer 1, verleende Pieter Merkus, als vice-president van de Raad van Indië en waarnemend gouverneur-generaal, toestemming aan Johan Herman Frederik Gelpke om Sollewijn voor zijn geslachtsnaam te plaatsen en zich voortaan Sollewijn Gelpke te noemen. Het besluit werd in december 1841 bekendgemaakt in de Javasche Courant. Met de toen anderhalf jaar oude Johan Herman Frederik begon de familietak Sollewijn Gelpke.
Bestuur en wetenschap
De eerste naamdrager, Johan Herman Frederik Sollewijn Gelpke (1840–1890), werd bestuursambtenaar op Java. Als controleur bij het Binnenlands Bestuur hield hij zich in het bijzonder bezig met de rijstbouw. Hij publiceerde onder meer De rijstcultuur op Java, De rijstcultuur in Italië en, naar aanleiding van zijn onderzoek naar de landrente, Gegevens voor eene nieuwe landrenteregeling (1885). In 1875 verleende de Universiteit Leiden hem een eredoctoraat in de wis- en natuurkundige wetenschappen. Hij werd in 1881 hoofdinspecteur van de suiker- en rijstcultuur en het landelijk stelsel en was later resident van Cheribon.
miniatuur|Pakoe Boewono X en resident Frederik Paul Sollewijn Gelpke met gevolg in de kraton van Soerakarta, omstreeks 1915
Zijn zoon Frederik Paul Sollewijn Gelpke (1868–1942) volgde eveneens een loopbaan in het Nederlands-Indische bestuur. Hij was van 1914 tot 1918 resident van Soerakarta, een van de Javaanse Vorstenlanden.
miniatuur|Johan Herman Frederik ‘Frits’ Sollewijn Gelpke in januari 1962
Een kleinzoon van Frederik Paul, Johan Herman Frederik (‘Frits’) Sollewijn Gelpke (1922–2013), werkte van 1945 tot 1962 als bestuursambtenaar in Nederlands-Nieuw-Guinea. In 1961 werd hij benoemd tot voorzitter van de nieuw ingestelde Nieuw-Guinea Raad. Na zijn bestuurlijke loopbaan publiceerde hij historisch-geografisch onderzoek naar de vroege Portugese en Spaanse verkenning van Nieuw-Guinea en naar de oorsprong van de naam Papua.
Beknopte genealogie
Onderstaande, niet-volledige stamreeks toont de verbinding tussen de stamfamilie Gelpke, de eerste drager van de dubbele naam en twee latere bestuurders.
Johan Herman Frederik Gelpke (1766–1840), gehuwd met Elisabeth Schaap Adriaan Ahlhart Gelpke (1805–1869), gehuwd met Clasina Wilhelmina Dibbets (1821–1902) Johan Herman Frederik Sollewijn Gelpke (1840–1890), gehuwd met Agneta Lucretia de Man (1841–1913) Frederik Paul Sollewijn Gelpke (1868–1942), gehuwd met Amalia Geertruida van Laar (1872–1968) Johan Herman Frederik Sollewijn Gelpke (1896–1952), gehuwd met Jeanne Rood (1898–na februari 1968) Johan Herman Frederik (‘Frits’) Sollewijn Gelpke (1922–2013)
Wapen
Het CBG registreert bij het stamgeslacht Gelpke een wapen dat ook bij de gezamenlijke genealogie van Gelpke en Sollewijn Gelpke in Nederland's Patriciaat is opgenomen. Het schild is gevierendeeld. In het eerste en vierde, rode kwartier houden twee opgeheven zilveren, geharnaste onderarmen een gouden ring vast. Het tweede en derde kwartier tonen in blauw een bundel van zes gouden lansen met zilveren beslag en een zilveren band. De registratie vermeldt geen wapenspreuk.
Externe links
Gelpke; Sollewijn Gelpke op de website van Nederlands Patriciaat Besluit van 26 november 1841 over de naam Sollewijn Gelpke in het Nationaal Archief (fol. 701 en fol. 702) Johan Herman Frederik Sollewijn Gelpke in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
Categorie:Nederlands patriciërsgeslacht