De Deutscher Metallarbeiter-Verband (Nederlands: Duitse Metaalbewerkersvereniging; afgekort tot DMV) was een vakbond voor metaalbewerkers in Duitsland die vanaf 1891 bestond tot dat de nazi's de vakbond ophief in 1933. De vakbond had haar hoofdkantoor in Stuttgart.
Geschiedenis De eerste Duitse metaalbewerkersvakbonden ontstonden in de periode 1868-1869, maar de groei van het ledenaantal van deze verenigingen was vrij laag. In 1891 richtten vertegenwoordigers van diverse metaalbewerkersvakbonden één grote industriële vakbond op. Op dat moment kende de DMV ruim 23.000 leden. Van de vakbond mochten zowel geschoolde als ongeschoolde arbeiders lid worden. Hierdoor bekeken de oude ambachtsvakbonden de DMV met de nodige argwaan. Zo sloten de Berlijnse metaalbewerkers zich pas in 1897 aan bij de DMV en dat ook op de voorwaarde dat ze hun onafhankelijkheid konden behouden.
Aanvankelijk viel de groei van de DMV tegen, omdat de werkgevers de vakbond niet erkenden. Deze erkenning kwam pas in 1916, tijdens de Eerste Wereldoorlog, en deed de vakbond verder groeien, met 1,6 miljoen leden op haar hoogtepunt. Door de economische crisis waarmee Duitsland in 1924 te maken had, kon de DMV dit succes niet doorzetten. Op 2 mei 1933 ontbonden de nazi's de vakbond en veel van de leiders werden gevangengezet.
Activiteiten De voornaamste bezigheid van de DMV was het reguleren en verbeteren van lonen, werktijden en arbeidsomstandigheden door middel van collectieve arbeidsovereenkomsten. Daarnaast bood de vakbond een uitgebreid ondersteuningssysteem voor arbeiders in noodsituaties, zoals ziekte en werkloosheid.
Voorzitters 1891: August Junge 1895: Alexander Schlicke 1919: Alwin Brandes, Robert Dißmann en Georg Reichel 1921: Alwin Brandes, Willy Eggert en Georg Reichel 1926: Alwin Brandes and Georg Reichel
Geraadpleegde literatuur
Categorie:Duitse vakbond