alt=Geslachtswapen van de familie Donkersloot|miniatuur|Geslachtswapen van de familie Donkersloot Sinjeur Nicolaas Petrus Donkersloot (Breda, 26 september 1751 – Hulst, 12 augustus 1794) was een achttiende-eeuwse ambtelijk functionaris en bestuurder in Staats-Vlaanderen die gold als gezworen eerste klerk ter griffie en stokhouder van het Hulsterambacht.

Familie Donkersloot werd in 1751 geboren in Breda als zoon van de bouwmeester en kastelein Philippus (Philip) Claeszoon Donkersloot (1723–1778) en Johanna Alderkerk (1722 – 1796). Het gezin verhuisde in de jaren 1760 naar Hulst, waar zijn vader de herberg en het herenlogement Het Wapen van Hulst opende. Mede dankzij de voorspraak van zijn vaders huisbaas, de burgemeester en thesauriër Jan Benjamin Dignus van Vlissegem, werd Donkersloot aangesteld als assistent op de griffie van het Landshuis van Hulsterambacht (vaak Schepenhuis genoemd), waar hij werkte onder leiding van Emanuel Casparus Jacobus Paris (tweede Griffier van Hulsterambacht).

Loopbaan Donkersloot viel al snel op door zijn bijzonder duidelijke en nette handschrift en zijn minutieuze manier van werken, waardoor hij erg gewaardeerd werd door zijn collega’s. Op 23 december 1769 (op 18-jarige leeftijd) werd hij beëdigd tot tweede klerk ter griffie en volgde hij daarmee Jacobus Theodorus Cardon op. De volgende eed legde hij daarop af: lck sweere, dat ik als klercq ter griffie van den lande van Hulsterambacht, d’Edele Achtbaere magistraat sal wesen ges trouw, respecteren en secreteren de saecken van het collegie, die my ter kennisse komen, de papieren en charters van desen Ambagte en de griffie Raeckende, wel en sorghvuligh in eene goede ordre bewaeren of voorts alles meer doen, het geene een goet en getrouw Clercq schuldigh is en behoort te doen.

Soo waerlyck moet my God almagtigh helpen.Op 1 januari 1770 stuurde de griffier van Hulst een officiële lijst naar de Hoog Mogende Heeren Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden in Den Haag. Hierop werden de personen vermeld die in het voorgaande jaar (1769) de zogeheten Eed van Zuivering hadden afgelegd voor de Magistraat van Hulsterambacht. Naast Donkersloot (als “geswore Clercq”) werden ook Cornelis van Poppelendam (dienaar van de Justitie) en de schepenen I.A.J. Rauwertz en P. Lenshoek op deze lijst vermeld.

Familiedrama Terwijl Donkersloot carrière maakte binnen het lokale bestuur, raakte zijn vader, Philip, vanaf het midden in de jaren 1770 zwaar in de schulden en zocht hij zijn toevlucht in alcoholmisbruik. In april 1777 moest Philip wegens openstaande schulden voor de rechtbank verschijnen.

Toen gerechtsbode Reinier Borgstein met een officiële dagvaarding bij logement Het Wapen van Hulst aankwam, bleek Philip al te zijn vertrokken. Om aan zijn schuldeisers te ontsnappen, was hij in het geheim aan boord gegaan van een schip van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) ter Kamer van Zeeland met bestemming Batavia. Hiermee hoopte hij een gevangenisstraf en een openlijk familieschandaal te ontlopen. 3 jaar na de vlucht van Philip (21 januari 1780) bracht een Oost-Indiëvaarder het bericht aan Nicolaas Petrus dat zijn vader op 12 juni 1778 te Batavia was overleden.

Toen het overlijdensbericht definitief werd bevestigd, bleek de achtergelaten nalatenschap van zijn vader zwaar belast te zijn met schulden. Op 18 april 1782 stelde Donkersloot een officiële verklaring op waarin hij de erfenis namens zichzelf en zijn minderjarige zussen weigerde. Tegelijkertijd aanvaardde hij een akte van voogdij over zijn bijna vierentwintigjarige zus Catharina en de zeventienjarige Johanna, waarmee hij officieel het gezag over hen kreeg. Door deze snelle juridische stappen kon zijn moeder, Johanna Alderkerk, reeds de volgende dag haar huis, de stalling, het stenen zomerhuis en het erf contant verkopen aan hun voormalige huisbaas Van Vlissegem. Deze verkoop bracht 483 Pond Vlaams (ruim tweeduizend gulden) op, waarmee het gezin financieel volledig werd gered.

Huwelijk en kinderen Op 1 september 1776 huwde Donkersloot te Hulst met de 23-jarige Marthe Zusanne (Suzanna) Groeneveld (1753-1824). Na het huwelijk namen ze intrek bij Suzanna’s tante Susanna Chalon (waar ze ook naar vernoemd is), in het huis “De drie Morianen”.

Het echtpaar kreeg samen zes kinderen: Jacoba Johanna (1777) Philippina (1778) Florentinus (1780) Bartinus (1784) Flora Bartina (1787) Catharina (1789)

Stokhouder van het Hulsterambacht In 1784 kwam er een vacature voor de functie van Stokhouder van het Hulsterambacht. Donkersloot richtte zich met een verzoekschrift tot de Magistraat om te mogen worden aangesteld tot „Pachter van den Stok". Dit verzoek werd in de vergadering van 5 juli 1784 behandeld door de baljuw, burgemeester en schepenen. Aan deze felbegeerde aanstelling hingen strenge voorwaarden. De jaarlijkse pachtsom werd door de overheid verhoogd van 74 naar 80 pond Vlaams. Bovendien moest Donkersloot vooraf een substantiële borgstelling betalen voor de pachtsom en voor alle gelden die uit de openbare verkopen zouden voortvloeien. Donkersloot accepteerde deze financiële lasten in de hoop dat de geplande, grootschalige lokale inpolderingen voor een grote toestroom van veilingen en inkomsten zouden zorgen.

Categorie:Nederlands bestuurder Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw