Eugène Brieux (Parijs, 19 januari 1858 – Nice, 6 december 1932) was een Frans toneelschrijver en journalist. Hij verwierf bekendheid met naturalistische toneelstukken waarin maatschappelijke misstanden centraal stonden. Zijn stukken behandelden onder meer standsverschillen, de positie van vrouwen, door financiële belangen bepaalde huwelijken, corruptie, gebreken in de rechtspraak en de gevolgen van syfilis. Brieux beschouwde het toneel als een middel om maatschappelijke hervormingen te bevorderen. In 1909 werd hij gekozen tot lid van de Académie française.

Leven en loopbaan Brieux was de zoon van een meubelmaker en groeide onder bescheiden omstandigheden op in de Parijse wijk Faubourg du Temple. Hij volgde slechts beperkt onderwijs en werkte aanvankelijk als handelsbediende. Zijn belangstelling ging echter al vroeg uit naar literatuur en toneel. Op vijftienjarige leeftijd schreef hij naar eigen zeggen zijn eerste toneelstuk.

Zijn eenakter Bernard Palissy, geschreven met Gaston Salandri, werd in 1879 eenmaal opgevoerd in Parijs. Daarna werkte Brieux enige tijd als verslaggever in Dieppe en werd hij hoofdredacteur van Le Nouvelliste in Rouen. Later schreef hij voor Parijse kranten als La Patrie, Le Gaulois en Le Figaro.

In 1890 bracht theaterdirecteur André Antoine Brieux' Ménages d’artistes op de planken van het Théâtre Libre. Het stuk trok nog weinig aandacht, maar met Blanchette volgde in 1892 zijn doorbraak. Het werd meer dan honderdmaal opgevoerd en bracht hem ook buiten Parijs bekendheid. Vervolgens schreef Brieux vrijwel ieder jaar een nieuw stuk. Verscheidene daarvan werden gespeeld door het gezelschap van Antoine en later ook door de Comédie-Française.

Werk Brieux schreef voornamelijk zogenoemde probleemstukken: toneelstukken die rond een actuele maatschappelijke kwestie waren opgebouwd. Daarbij combineerde hij ernstige onderwerpen geregeld met komische of satirische scènes. Zijn personages behoorden dikwijls tot de lagere burgerij, de arbeidersklasse of de plattelandsbevolking.

In Blanchette onderzocht hij de gevolgen van onderwijs voor een arbeidersdochter die daardoor vervreemd raakt van haar oorspronkelijke milieu. L’Engrenage richtte zich tegen politieke corruptie en Les Bienfaiteurs tegen oppervlakkige liefdadigheid. In Les Trois Filles de M. Dupont behandelde Brieux de positie van dochters binnen een door geld en bruidsschatten bepaald huwelijk. La Robe rouge stelde het verschil tussen recht en gerechtigheid aan de orde, terwijl Les Remplaçantes ging over kinderen die voor hun verzorging bij een min werden ondergebracht.

Zijn toneelstukken waren doorgaans toegankelijk geschreven en bereikten een breed publiek. De maatschappelijke boodschap kreeg daarbij soms meer nadruk dan de ontwikkeling van de personages. De combinatie van melodrama, satire en hervormingsdrang werd kenmerkend voor zijn werk.

Les Avariés thumb|Titelblad van een uitgave van Les Avariés uit 1903. Op de omslag staat vermeld dat het stuk eerder door de censuur was verboden.

Brieux' bekendste en meest omstreden stuk was Les Avariés uit 1901. Het behandelt de gevolgen van syfilis binnen een huwelijk. Een jonge man krijgt van zijn arts te horen dat hij besmet is en zijn huwelijk moet uitstellen. Hij negeert het advies, waarna ook zijn vrouw en hun kind gevaar lopen.

Vanwege de openlijke behandeling van een geslachtsziekte werd een openbare opvoering aanvankelijk door de Franse censuur verboden. Het stuk kon uiteindelijk op 22 februari 1905 in het Théâtre Antoine in Parijs in première gaan.

In Engelstalige landen werd het opgevoerd onder de titel Damaged Goods. Het toneelstuk bereikte in 1913 ook de Verenigde Staten. Datzelfde jaar maakte de Amerikaanse schrijver Upton Sinclair er met toestemming van Brieux een romanbewerking van. Door zijn onderwerp werd het stuk behalve als toneelwerk ook gebruikt om aandacht te vragen voor medische voorlichting en gezondheidsonderzoek vóór het huwelijk.

Académie française en latere jaren Brieux werd op 18 maart 1909 gekozen op zetel 22 van de Académie française, als opvolger van Ludovic Halévy. Op 12 mei 1910 werd hij officieel ontvangen. Hij werd daarnaast benoemd tot grootofficier in het Legioen van Eer.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog zette Brieux zich als voorzitter van een Frans comité voor blinden in voor de revalidatie van militairen die door oorlogsverwondingen hun gezichtsvermogen hadden verloren. Zijn literaire productie nam in deze periode af. Na de oorlog liep de belangstelling voor zijn moraliserende probleemstukken terug. Hij overleed in 1932 op 74-jarige leeftijd in Nice.

Ontvangst en invloed thumb|Portret van Brieux in het programma van de Amsterdamse Stadsschouwburg, seizoen 1904–1905

Brieux genoot rond 1900 internationaal aanzien. George Bernard Shaw noemde hem in een voorwoord bij vertalingen van zijn werk de grootste Franse schrijver sinds Molière. In latere beschouwingen wordt naast zijn vermogen om komedie en maatschappijkritiek te combineren ook gewezen op het soms nadrukkelijk didactische karakter van zijn stukken. De Académie française omschrijft hem als een toneelschrijver zonder grote originaliteit, wiens oprechtheid en vakmanschap een breed publiek wisten te bereiken en wiens werk getuigde van zijn inzet voor zwakkeren en onderdrukten.

Ook in Nederland werd zijn werk gelezen en besproken. De Nederlandse romanschrijfster Cora Westland droeg haar roman Levenswond uit 1914 aan Brieux op. Net als Les Avariés behandelde deze roman syfilis, medisch onderzoek vóór het huwelijk en de gevolgen van besmetting voor een gezin.

In 1915 publiceerde Westland bovendien de korte studie Eugène Brieux, met een levensbeschrijving en een overzicht van zijn belangrijkste toneelstukken. Een recensent van De Tijdspiegel typeerde Brieux en Westland daarbij beiden als idealisten die geloofden in de morele ontwikkeling van de mens.

Selectie uit het werk Brieux schreef meer dan dertig toneelstukken. Tot zijn voornaamste werken behoren:

Bernard Palissy (1879; met Gaston Salandri) Ménages d’artistes (1890) Blanchette (1892) Monsieur de Réboval (1892) L’Engrenage (1894) Les Bienfaiteurs (1896) L’Évasion (1896) Les Trois Filles de M. Dupont (1897) Le Berceau (1898) Le Résultat des courses (1898) La Robe rouge (1900) Les Remplaçantes (1901) Les Avariés (1901) La petite amie (1902) Maternité (1903) La Déserteuse (1904; met Jean Sigaux) L’Armature (1905) Les Hannetons (1906) Simone (1908) La Femme seule (1912) Le Bourgeois aux champs (1914) Les Américains chez nous (1920) L’Avocat (1922) La famille Lavolette (1926)

Naast toneel schreef Brieux enkele reisboeken, waaronder Voyage aux Indes et en Indochine (1910) en Au Japon par Java, la Chine, la Corée (1914).

Externe links Eugène Brieux bij de Académie française Werken van Eugène Brieux bij de Bibliothèque nationale de France Gedigitaliseerde werken van Eugène Brieux bij Project Gutenberg

Categorie:Frans toneelschrijver Categorie:Frans journalist Categorie:19e-eeuws schrijver Categorie:20e-eeuws schrijver