De Wilde is een Nederlandse familie waarvan de gedocumenteerde stamreeks aan het einde van de zeventiende eeuw in Amsterdam begint. De eerste generaties waren als scheepstimmerlieden verbonden met de scheepsbouw op de Oostelijke Eilanden. In de negentiende eeuw kwamen uit de familie onder anderen de koloniaal ondernemer Andries de Wilde en de tekenaar, kunstschilder en notaris Christoffel Steitz de Wilde voort. Een latere tak ging de samengestelde familienaam Neijtzell de Wilde voeren. De beschreven stamreeks betreft één specifieke Amsterdamse familietak; de veelvoorkomende achternaam De Wilde wordt ook door niet-verwante families gedragen.
Oorsprong en vestiging in Amsterdam De gedocumenteerde stamreeks begint met Christiaan de Wilde (overleden 1708), de oudst aangetoonde stamvader van deze familietak. Hij woonde op Oostenburg in Amsterdam en was gehuwd met Gijssie (Geesje) de Wilde. Zijn zoon Christoffel de Wilde trad op 22 april 1687 als ondertimmerman in dienst van de Amsterdamse kamer van de VOC. Hij voer met het schip Lek naar Batavia en keerde met hetzelfde schip terug; op 27 juni 1694 bereikte hij de Republiek. Het scheepssoldijboek vermeldt Christoffel als afkomstig uit Staden, waarmee het huidige Stade in Nedersaksen werd bedoeld. Zijn ouders, Christiaan en Gijssie de Wilde, worden daarin als begunstigden genoemd. Nationaal Archief, archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, toegang 1.04.02, inventarisnummer 5348, folio 40.
Nog geen jaar na zijn terugkeer ging Christoffel op 27 mei 1695 in Amsterdam in ondertrouw met de uit die stad afkomstige Annetie Roelofs. In de akte werd hij omschreven als een 27-jarige scheepstimmerman die op Oostenburg woonde en werd bijgestaan door zijn vader Christiaan. Dezelfde herkomstplaats die in het VOC-register als Staden was vermeld, werd in de ondertrouwakte weergegeven als „van Staadt”. Uit het huwelijk werd onder anderen een zoon Christiaan geboren, die op 4 april 1696 evangelisch-luthers werd gedoopt. De stamvader Christiaan de Wilde, grootvader van dit in 1696 gedoopte kind, woonde eveneens op Oostenburg en werd op 4 september 1708 op het Sint-Anthoniskerkhof begraven.
Christoffels zoon Christiaan de Wilde (1696–na 1750) ging op 29 maart 1726 in ondertrouw met Catharina Koelman. Hij woonde toen op Kattenburg en werd bijgestaan door zijn moeder Annetie Roelofs. Later woonde het gezin op Wittenburg. Tot hun zoons behoorden Johannes en Cornelis de Wilde. Beiden werden eveneens evangelisch-luthers gedoopt, Johannes op 24 augustus 1732 en Cornelis op 24 februari 1737.Stadsarchief Amsterdam, DTB Dopen, archief 5001, inventarisnummer 215, doopregister Evangelisch-Lutherse Gemeente, doop Johannes de Wilde, 24 augustus 1732.
Johannes trouwde op 28 januari 1770 voor de evangelisch-lutherse gemeente met Engeltje Harsnis, dochter van Andries Harsnis en Catharina Janse van Reijpen. Zijn jongere broer Cornelis trouwde in 1766 met haar zuster Marretje Harsnis. Zo ontstond binnen één generatie een dubbele huwelijksband tussen de families De Wilde en Harsnis. Bij de doop van Johannes' en Engeltjes dochter Johanna Engelina de Wilde op 10 januari 1787 traden Cornelis de Wilde en Marretje Harsnis gezamenlijk als doopgetuigen op. Stadsarchief Amsterdam, DTB Dopen, archief 5001, inventarisnummer 270, folio 60v. In 1797 was Johannes eigenaar van de zaagmolen De Koning Salomon aan het Kwakerspad, buiten de Raampoort. Hij overleed vóór 7 februari 1806; op die datum werd de molen door zijn erfgenamen overgedragen aan Gerrit Boele.
Cornelis de Wilde was evenals zijn grootvader scheepstimmerman en daarnaast koopman. Bij zijn ondertrouw op 2 mei 1766 woonde hij op Wittenburg. Uit zijn huwelijk met Marretje Harsnis werden onder anderen de zoons Johannes de Wilde (1777–1821), Andries de Wilde (1781–1865) en Christoffel Steitz de Wilde (1784–1860) geboren. Kort voor zijn overlijden woonde Cornelis aan de Kattenburgergracht bij de Paerlbrug. Op 1 juni 1787 werd hij in de Oosterkerk begraven.
Twee jaar later ging zijn weduwe Marretje in ondertrouw met de omstreeks 1761 geboren scheepschirurgijn Johann Friederich Jacob Steitz, ook Frederik genoemd, die afkomstig was uit Pyrmont. Beiden woonden toen bij de Paerlbrug op Kattenburg. Uit dit tweede huwelijk werden nog twee zoons geboren, Johan Jacob Steitz (1790) en Johan Frederik Lodewijk Steitz (1793), die daarmee halfbroers waren van Johannes, Andries en Christoffel de Wilde.
thumb|De scheepswerf op Oostenburg, getekend door Hermanus Petrus Schouten
De eerste gedocumenteerde generaties woonden op de Oostelijke Eilanden. Oostenburg, Wittenburg en Kattenburg werden vanaf 1659 aangelegd als werkeilanden met scheepswerven, pakhuizen en arbeiderswoningen. De VOC verwierf Oostenburg in 1661 en nam het nieuwe werfcomplex in 1665 in gebruik. Op de werf en in de bijbehorende werkplaatsen werkten ongeveer 1.300 mensen, onder wie scheepstimmerlieden, blokkenmakers, smeden en zeilmakers. Velen van hen woonden in de directe omgeving.
Negentiende-eeuwse en latere verspreiding Van de drie hiervoor genoemde zoons van Cornelis de Wilde en Marretje Harsnis bleef Johannes de Wilde (1777–1821) in Amsterdam, terwijl zijn jongere broers Andries en Christoffel later naar Nederlands-Indië vertrokken. Johannes werd op 17 augustus 1777 in Amsterdam evangelisch-luthers gedoopt. Hij trouwde met Johanna Maria van Medevoort (1776–1859). Bij zijn ondertrouw woonde hij op de Hoogte bij het Funen, in het oostelijke deel van Amsterdam. Uit hun huwelijk werden twee dochters geboren, van wie Marretje Catharina (1806–voor 1809) jong overleed. Bij zijn overlijden op 13 april 1821 woonde Johannes aan het Nieuwe Waalseiland nr. 37; enkele dagen later werd hij in de Oosterkerk begraven. Hun tweede dochter Marretje de Wilde (1809–1874) vestigde zich later in Utrecht en trouwde daar in 1845 met Diederik Gregorius van Teylingen (1798–1846). Johannes kreeg geen zoons, waardoor deze tak van de familie De Wilde niet in mannelijke lijn werd voortgezet.
Nederlands-Indië thumb|Andries de Wilde en Cornelia Henrica Nijtzel met hun gezin voor Pijnenburg, omstreeks 1840
Zijn jongere broers Andries en Christoffel vertrokken naar Nederlands-Indië, waar zij werkzaam werden in de Preanger op Java. Andries begon zijn loopbaan als chirurgijn en werd lijfarts en persoonlijk assistent van gouverneur-generaal Herman Willem Daendels. Later was hij bestuurder, koffieplanter en grootgrondbezitter. Als administrateur was hij betrokken bij de ontwikkeling van de Soekaboemi-landen tot een omvangrijke particuliere landbouwonderneming. Een deel van zijn kinderen werd op Java geboren, waardoor de familie gedurende de eerste helft van de negentiende eeuw ook een Indische vertakking kende. Na zijn terugkeer naar Nederland verwierf Andries het landgoed Pijnenburg bij Baarn. Via zijn dochter Cornelia Maria Elisabeth de Wilde (1821–1890), die trouwde met de predikant, theoloog en hoogleraar Johannes Jacobus van Oosterzee, raakte de familie verbonden met het geslacht Van Oosterzee.
Christoffel Steitz de Wilde voegde later de familienaam van zijn stiefvader Steitz aan De Wilde toe. Hij was in Nederlands-Indië werkzaam als koffieopziener en administrateur. Tijdens zijn verblijf op Java maakte hij tekeningen en schilderijen van landschappen en het dagelijks leven. Een collectie van zijn tekeningen wordt bewaard door de Universiteitsbibliotheek Leiden.Marie-Odette Scalliet, „Javaanse taferelen, een aanwinst van de Oosterse Collecties”, Omslag. Bulletin van de Universiteitsbibliotheek Leiden 2003/2, p. 2–4. Na zijn terugkeer naar Nederland werd hij notaris in Utrecht.
Verenigde Staten In een volgende generatie ontstond in de Verenigde Staten een familietak via Andries' zoon Johan Frederik Lodewijk de Wilde (1832–1877), directeur van de Hollandsch-Belgische Stoomvaart-Maatschappij. Hij vestigde zich in New York en overleed daar in 1877. Zijn zoon Andries (Andrew) Neitzel de Wilde (1859–1917), geboren in Den Haag, emigreerde eveneens naar New York. Daar trouwde hij met zijn volle nicht Mathilde Henriette Cornélie de la Croix (1860–1920), dochter van zijn tante Johanna Mathilda de Wilde (1829–1910) en de Belgische bankier Felix Fortuné de la Croix. Beide echtelieden waren daarmee kleinkinderen van Andries de Wilde en Cornelia Henrica Nijtzel.
Uit hun huwelijk ontstond de Amerikaanse DeWilde-lijn. Via hun zoon Andre Dewilde (1886–1963) en kleinzoon Frederick Andre „Fritz” deWilde (1914–1980), die als acteur en toneelmanager werkzaam was, stamde de Amerikaanse toneel-, film- en televisieacteur Brandon deWilde (1942–1972). Hij werd als kind bekend door zijn rol als Joey Starrett in de westernfilm Shane (1953) en werd daarvoor op elfjarige leeftijd genomineerd voor de Oscar voor beste mannelijke bijrol.
Neijtzell de Wilde thumb|Adriaan Neijtzell de Wilde als voorzitter van de Volksraad
Een andere familietak kwam voort uit Andries' zoon Christoffel de Wilde (1836–1916), notaris in Utrecht, die in 1861 trouwde met Elisabeth van Teutem (1839–1912). Christoffel voegde later de familienaam van zijn moeder, Cornelia Henrica Nijtzel (1803–1892), aan zijn eigen naam toe en ging zich Christoffel Neijtzell de Wilde noemen. Cornelia Henrica was een dochter van Jan Frederik Nijtzel (1769–1819), wiens vader Stephanus Neijdsel (ca. 1726–1805) uit Stettin afkomstig was. Voor deze familienaam komen in de bronnen verschillende schrijfwijzen voor, waaronder Neijdsel, Nijtzel, Neitzel en Neijtzell; in de samengestelde familienaam raakte de vorm Neijtzell de Wilde in gebruik. Op 3 mei 1902 vestigden Christoffel en zijn echtgenote zich aan de Drift 12.
Twee van hun zoons vestigden zich in Zuid-Afrika. Hendrik Nicolaas de Wilde (1862–na 1900) was er werkzaam als notaris en handelsagent; hij is in 1889 als notaris in Pretoria aantoonbaar en werkte later onder meer in Vryheid en Johannesburg. Zijn broer Andries Neytzell de Wilde (1863–1954) vestigde zich in Transvaal. Tijdens de Tweede Boerenoorlog werd hij in 1901 in het Britse kamp te Pietersburg geregistreerd als Transvaals regeringsambtenaar. Hij bleef nadien in Zuid-Afrika, waar ook zijn nageslacht zich vestigde, onder meer rond Pietersburg en Johannesburg.
De jongste zoon van Christoffel en Elisabeth, Adriaan Neijtzell de Wilde (1877–1939), koos voor een loopbaan in Nederlands-Indië. Hij was koloniaal ambtenaar en werd voorzitter van de Volksraad van Nederlands-Indië. Later werd hij buitengewoon hoogleraar in de koloniale landhuishoudkunde en het Indisch agrarisch recht aan de Landbouwhogeschool Wageningen. Hij trouwde in 1903 met Charlotte Hendrika Mac Gillavry (1880–1959).
De Adriaanstraat in Utrecht is in het verleden in verband gebracht met de in Utrecht geboren paus Adrianus VI, maar werd in werkelijkheid genoemd naar Adriaan Neijtzell de Wilde. Zijn vader was een van de eigenaren van een aantal nieuw aangelegde straten tussen de Maliebaan, de Biltstraat en de Tulpstraat die in januari 1888 door de gemeente werden overgenomen. Op zijn verzoek besloot het college van burgemeester en wethouders op 19 januari 1888 de straat langs de voormalige rooms-katholieke begraafplaats naar zijn jongste zoon Adriaan te noemen.
Beknopte genealogie Onderstaande genealogische selectie vermeldt de voornaamste in de bronnen aangetroffen leden van het geslacht en hun huwelijkspartners. Enkele personen zijn opgenomen om de Nederlandse, Zuid-Afrikaanse en Amerikaanse vertakkingen van de familie inzichtelijk te maken.
Christiaan de Wilde (overleden 1708), woonachtig te Amsterdam en begraven op het Sint-Anthoniskerkhof; trouwde met Geesje Spraag (overleden vóór 1702) Christoffel Cristiaansz de Wilde (ca. 1668–na 1706), scheepstimmerman op Oostenburg; ging in 1695 in ondertrouw met Annitje Roelofs (1673–na 1706) Christiaan de Wilde (1696–na 23 mei 1750), inwoner van Kattenburg en later van de Kleine Wittenburgerstraat; trouwde in 1726 met Catharina Koelman (1703–1751)